De huur-pers, tot de dood erop volgt

Een huurverhoging van €24 per maand: is dat veel? Nee, zul je zeggen.

Maar nu woon je in een aanleunwoning en ben je bijna 97 jaar oud. Het inkomen is om en nabij €25.000,00 aan AOW plus pensioen. Je huur bedraagt nu €756 en gaat naar €780.

Eerlijk gezegd, vind ik dat dus heel veel. Wellicht moet je die drie zinnen hiervoor nogmaals lezen: 97 jaar, €2.000 ‘inkomen’ en bijna €800 huur. Daar komt dan in elk geval nog de zorgpremie bij, de maaltijden in het verzorgingshuis(€7,50, dacht ik. Per maaltijd) en van de rest leef je. Geen vetpot.

Maar op die leeftijd heb je toch ook niet veel meer nodig? Dat klopt (soms). Maar om er maar meteen van úit te gaan dat oudere mensen minder nodig hebben, gaat wat ver.

Waar het me nu om gaat, is het antwoord op de vraag: wat zou jij verwachten voor die huur?

Welnu, da’s niet veel. Volgens de puntentelling zijn er vier verwarmde ruimtes en een berging. Daar zat ik zo ’s naar te kijken en te denken: en waar zijn die dan? Twee slaapkamertjes, inderdaad. Een woonkamer(tje) tevens eetkamer is er ook. Da’s drie. Tussen woonkamer en slaapkamer ligt een keukentje. Ook waar. Dus dat is blijkbaar nummer vier. De berging is nieuw voor mij, want die is er wel maar in de kelder en gemeenschappelijk. Je hebt de mogelijkheid er zelf een opbergkast neer te zetten.

Administratief klopt het wel redelijk.

Nu de werkelijkheid van alledag. Dat keukentje is werkelijk een keukentjé en het staat in open verbinding naar de woonkamer. Je moet je een twee meter brede gang voorstellen waarin aan één kant een fornuis (elektrisch) en een aanrecht passen en aan de andere kant een koelkast kan staan. Je houdt een loopruimte over van een meter breed.

Loopruimte?! Jazeker, want aan de andere kant van de keuken zit een deur. Die geeft toegang tot de slaapkamer. Dat is het centrum van de woning: een slaapkamertje met een deur naar de keuken, een deur naar de doucheruimte en een deur naar de gang.

Die gang is feitelijk vermorste ruimte omdat je er eigenlijk niet veel mee kan. Hij is een meter of vijf, zes lang en te smal om een kast neer te zetten. Hij is logisch vanuit het perspectief van mensen die bezoek ontvangen. In een aanleunwoning gebeurt dat natuurlijk ook – zij het echt niet heel vaak – maar dat betekent nog niet dat daarvoor een gang met deuren iets toevoegt. Je denkt toch niet dat die deuren iedere keer dicht gaan als er iemand komt?! Ofwel, een groot stuk van die gang had veel beter bij één of meer kamers getrokken kunnen worden.

Datzelfde gebeurt met een tweede toilet, bij de voordeur. Niemand die die gebruikt. Maar hij ís er wel. Eventuele gasten zouden kunnen blijven overnachten in het tweede slaapkamertje dat is bedoeld als logeerkamer. Dan is zo’n tweede toilet handig. Ware het niet dat de logés te weinig tot niet komen en de kamer al lang in gebruik geraakt als rommelhok/berging. De berging in de kelder is té ver weg.

Het zal niet verbazen dat er geen speelruimte overblijft. Echt níet. Was het niet zo dat de zwaksten in de samenleving weinig tot geen last zouden ondervinden van de ombuigingen, hervormingen en bezuinigingen? Eerlijk gezegd, weet ik nu zeker dat degene die dat uitsprak ofwel oliedom is ofwel zand in onze ogen probeerde te strooien, bewust misleidend.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s