De ironie van Leiden

O, ironie. Die openingswoorden zijn te rechtvaardigen. De stad waarin ook ik woon, Leiden, is recent nog geportretteerd door de VPRO als stad waar interessante burgerinitiatieven zijn te vinden en burgerparticipatie een kans krijgt.

Vandaag meldde het lokale Leidsch Dagblad dit:

Maatschappelijk akkoord in Leiden: hard nodig of niet?

LEIDEN – De Leidse politiek moet een akkoord sluiten met maatschappelijke organisaties, bewoners, wijkvertegenwoordigers, ondernemers en het onderwijs. Dat stelt het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI) voor. Fractievoorzitter Pieter Kos van GroenLinks Leiden kwam vorige week met dezelfde oproep.

Het idee stamt uit een van de ’brainstormsessies’ van het Stadslab. Het zou gaan om een papieren verklaring, waarin de gemeente en andere organisaties vastleggen dat ze gaan samenwerken aan verschillende onderwerpen.

Het is een prachtig voorbeeld van niet-burgerparticipatie, van gesloten systemen, van zo ongeveer het diametraal tegengestelde van wat de VPRO dacht te hebben gezien in Leiden.

In Leiden gebeurt hetzelfde als wat in tal van gemeenten gebeurt. De overheid(sdiensten) vinden het helemaal niet préttig rekening te moeten houden met burgerinitiatief. Veel handiger is het één aanspreek-orgaan te hebben. Dat betekent voor de burger-met-een-idee niets anders dan een extra drempel.

Leiden heeft zoiets als Stadslab. Dat is bij zijn oprichting een mooi ogend concept. Een netwerk van mensen in de stad die iets willen mét de stad. In de loop van de paar jaar dat Stadslab bestaat, wordt steeds duidelijker dat niet iedereen en niet ieder idee wordt omarmt. In het openbaar wordt het idee uit ge-vent dat Stadslab door ‘de stad’ wordt gedragen. Wie dieper graaft, ontdekt dat dat absoluut niet waar is.

Door de politiek en de ambtenaren wordt Stadslab omarmt. Waar het klassieke probleem van inspraak vooral de Poolse landdag is, biedt Stadslab de weg naar één gesprekspartner. In gesprekken met politici komt dat terug. Stadslab wordt te hooi en te gras aangehaald als hét voorbeeld van dé weg. Je hebt niet eens (veel) fantasie nodig om de marsroute te zien: er is een poortwachter bijgekomen, die moet worden gepasseerd voordat initiatieven serieus worden genomen (door de overheid). Uiteraard gaat dat nú luidruchtig worden weersproken.

Het is een vanuit de oude denkwijze (paradigma) volstrekt vanzelfsprekende lijn. Waar ooit de opbouwwerk- en welzijnsorganisaties namens de bewoners leken te spreken, komen nu nieuwe verbanden. Die willen overigens nadrukkelijk níet worden gekoppeld aan die instituties van toen, die markt van welzijn en geluk. Het is nu de markt van participatie en integratie. Nieuwe woorden voor precies hetzelfde: zelfbevestigende systemen.

Voordat het misverstand ontstaat: het gaat níet om de ideeën op zich. Het gaat om de organisatie en de vraag wat burgerparticipatie nu eigenlijk is. In mijn beleving is dat een participeren van allen die dat willen. Dat, op zijn beurt, vereist een zo open mogelijke toegang tot de verdelers (van geld, maar ook bijvoorbeeld van ruimte). Alleen zó wordt de burger en zijn ideeën serieus genomen. En, ja, dat betekent wérken voor de overheid, omdat zíj daarin zijn enige bestaansrecht vindt.

Burgerparticipatie is niet synoniem aan het (weer) creëren van een maatschappelijk middenveld aan organisaties. Organisaties die per definitie in de verleiding worden gebracht een erkend eigenbelang te hebben en verdedigen. Dat eigenbelang mogelijk zelfs te ‘professionaliseren’; betaald werk er van te maken.

Leiden heeft de variant op het contrat social van Rousseau nog niet. Sterker, Rousseau heeft nooit een werkelijk contract voor ogen gehad. Zijn beeld was dat een ‘overeenstemming’ tussen overheid en volk over beider rollen en verantwoordelijkheden. Wat dat betreft, ben ik het volkomen eens met één van de Stadslab-oprichters Marije van den Berg:

Nodig elkaar gewoon uit om samen dilemma’s te verkennen. Beslissingen buiten de politiek zijn net zo goed legitiem, en zetten net zo goed dingen in gang, als een akkoord dat de politiek ondertekent.

Een maatschappelijk akkoord zoals men dat blijkbaar in Leiden ziet, is te letterlijk een ondertekend papier. Die aanpak zal leiden tot mínder directe participatie en tot meer ‘macht’ bij instituties. Het staat zo parmantig in het lijstje; ‘bewoners’. Maar ondertussen wordt ‘in hun belang en namens hen’ het een en ander dichtgetimmerd en voorgekookt.

NB
Begin van de avond, nadat ik bovenstaande schreef. Het bestuursakkoord, eerste paragraaf. Trek je eigen conclusie (leestekens en woordkeuze zijn wél belangrijk):

Bestuursakkoord 2014 – 2018
Onderstaande partijen komen overeen:
Over de betrokkenheid van Leidenaren en inwoners van buurgemeenten
 de besluitvorming in college en raad zo in te richten dat (organisaties van) inwoners van Leiden vanaf de oorsprong invloed kunnen hebben op de planvorming van de gemeente;
 open te staan voor initiatieven uit de stad en deze initiatieven, indien gewenst, te ondersteunen en te faciliteren;
 in de komende maanden in overleg te treden met partijen in de stad die de afgelopen jaren initiatieven hebben ontplooid, om te bekijken
hoe de samenwerking met hen en anderen die initiatieven hebben nog beter vormgegeven kan worden;
 direct omliggende gemeenten te betrekken bij de voorbereiding van beleid dat de belangen van hun inwoners direct raakt;
 inwoners en partners in de stad zo veel mogelijk (door het college) te (laten) betrekken bij de uitvoering van gemeentelijke taken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s