Mannelijke machts(wel)lust

Handig? Nee, dat ben ik niet. Dat klinkt een beetje alsof handigheid is aangeboren. Da’s niet zo. Het is, denk ik, primair een kwestie van interesse. Het moet je boeien: dingen zélf doen of maken. Maar bovenal is het een kwestie van oefenen. Handigheid vereist oefening.

Handigheid beweegt mee met de samenleving. Mijn moeder, bijvoorbeeld, was handig met naald en draad, en in het stoppen van sokken. Heb jij ooit nog een sok gestopt? Ik nog nooit. En mijn handigheid met naald en draad – laat staan een naaimachine – is uitermate beperkt. Een knoop aanzetten; dat lukt. Maar pas geleden een gat in een broekzak herstellen… je wilt niet weten hoe dát uitpakte. De beste omschrijving is dat die zak nu half zo groot is. Met woorden ben ik dan weer wel handig(er); met computers ook wel. Dat zijn weer vaardigheden die m’n moeder minder beheerst. Die is dan ook 94.

Voor mannen heeft handigheid nog een extra dimensie: lust.

De grap is dat je handig bent met íets. Zeer zelden zul je iemand tegenkomen die vindt dat je ‘handig denkt’ of ‘handig praat’, en dat positief bedoelt. Handig ben je als je een instrument beheerst, goed beheerst in de ogen van anderen. Handig ben je met de pen, de boormachine, de vrachtwagencombinatie, met een apparaat.

En het is een mannendingetje. Handig met de stofzuiger?! Ík hoorde het nooit. Handig afwassen? Ook niet. Handig stoffen? Ramen lappen, heel misschien. Dat is zoiets als koken, waarbij – kunstmatig – sterren koken wordt onderscheiden van dagelijkse pot koken. Generaliserend zijn mannen dol op apparaten. Laat juist dat nu nodig zijn om ‘handig’ te zijn.

Binnenkort moet ik naar de bouwmarkt. Onze accu-boor/schroefmachine legde het loodje. Omdat ik niet meer van de generatie van m’n vader ben, die nog netjes voorboorde en daarna met de hand schroefde, ram ik zelfborende schroeven in hout. Met een apparaat.

Ik weet ook wat me daar gaat gebeuren. Ook als niet-handig mens overvalt me daar wellust. Mijn vrouw snapt dat niet, en ikzelf eerlijk gezegd ook niet goed. Maar als ik terecht kom tussen de boorhamers, klopboordingen, slijptollen en schaaf- en vijlmachines ontwaakt de begeerte. Dan liggen en hangen daar wellustig apparaten die er machtig en stoer uitzien.

Volslagen idioot, maar zo werkt het wel. Het geeft je blijkbaar een gevoel van controle, van macht. Controle over energie. In dat opzicht lijkt het als twee druppels water op al die andere krachtbronnen (en jongetjes): de diesellocomotief die, wolken walm uitstotend, kracht zet; de pletwals die dof dreunend voorbijdóndert; het aanzwellend gebrul van startende vliegtuigstraalmotoren; het witte schuim van de scheepsschroef; of de Hel van Dante in de smelterijen en platwalserijen van Hoogovens.

Die fascinatie kwam pas geleden op een heel andere manier voorbij.

Op de achtergrond deed de regionale televisie verslag van de aankomst van Obama in Den Haag. Frappant vond ik de man die ik hoorde zeggen dat-i eigenlijk niet had willen komen, nu toevallig langskwam en bleef staan. En dan zegt “het was tóch imponerender dan ik had gedacht”. De verleidende macht. In vergelijkbare bewoordingen lieten in Amsterdam mensen zich uit over de helikopters die de president op het Museumplein zetten.

Imponerende macht: van accuboormachine tot presidentiële voertuigen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s