Stemmen móet?!

Het zal wel. Sinds wanneer is het zo dat je móet stemmen om recht van klagen of spreken te hebben? Da’s baarlijke nonsens.

Stemmen is een democratisch recht. Toch? Tenzij ik ooit ergens een fundamentele wetswijziging heb gemist, is dat toch echt nog steeds het uitgangspunt. Maar omdat ik ook weleens een wijziging in de wegenverkeerswet miste over de maximale asdruk van de aanhanger die ik niet heb, sluit ik niet uit ooit iets anders belangrijk ook te hebben gemist. In dit geval meen ik oprecht te kunnen zeggen dat dat niet zo is. Stemmen is een democratisch recht.

Als dat zo is, snap ik het niet meer.

Blijkbaar is er een soort collectieve misleiding ontstaan dat je je democratisch recht móet uitoefenen. Maar een recht is juist een recht omdat het jou het recht geeft het níet uit te oefenen. Anders is het een plicht. Een een stemplicht kennen we al lang niet meer.

Maar je moet stemmen omdat je anders geen recht van spreken – lees: klagen – hebt later. Is ook drog. Volgens aanhangers van die redenering is stemrecht een zwaarwegend en belangrijk recht waarmee je niet lichtzinnig mag omspringen. Daar kan ik me helemaal in vinden. Wat dan wel weer frappant is, is dat dat zwaarbelangrijk recht onmiddellijk totaal waardeloos wordt gemaakt door te doen alsof je het aanbod partijen altijd voldoende keuze biedt om jouw mening te verkondigen.

Als er iets is wat we de afgelopen jaren steeds meer zijn realiseren, dan is dat toch echt dat dat een wensbeeld is. Er is geen enkele partij die jouw meningen en doelen precíes onderschrijft. Niet voor niets is dat kiezen zo moeilijk. Ze passen geen van allen voor honderd procent en dus dient zich die (ellendige) keuzevraag aan: wat geef ik prioriteit en wat minder? Da’s kiezen: van maximaal naar optimaal (en verder naar beneden via suboptimaal en ‘minst slechte’).

Als ik serieus zou omgaan met m’n stemrecht zou het heel goed zo kunnen zijn dat ik níet stem. Althans, geen stem uitbreng. De gang naar het stemlokaal maak ik dan wel, maar op een of andere manier moet ik kunnen uitdrukken dat ik voor niemand of geen partij in het bijzonder kies.

Eigenlijk is het dwingelandij van diegenen die vinden dat je móet stemmen om recht van (mee)spreken te hebben. Nog afgezien van het gegeven dat niemand kan weten óf ik heb gestemd en op wie, is die houding feitelijk enorm aanmatigend.

Als iemand serieus zaken afwegend tot de ontdekking komt dat niemand zijn stem verdiend, dan moet hij die stem ook niet vergooien aan soort van tweede, derde of vierde keuze.

Dat is ook een van de verontrustende zaken aan de toenemende fixatie op opkomstcijfers. Die zeggen niets; zeker niet als mensen naar de stembus worden gelokt met feestjes en braderieën of worden gedwongen door sociale druk. Daarmee wordt het opkomstpercentage wellicht opgekrikt, maar de democratie zeker geen dienst bewezen.

Dat doe je door je af te vragen waarom die opkomst zo laag is. Mogelijk zijn dat de vragenstellers zelf: de politieke partijen en zij die leven van het politiek bedrijf. Om in hun eigen termen te blijven: het is lastig voor wc-eend iets anders aan te bevelen dan wc-eend.

Da’s een ongemakkelijke mogelijke waarheid.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s