Over katten, honden en bazen

Gisteren ben ik ontploft. Overdrachtelijk.

Ons huis heeft een voor- en een achtertuin. Dat ding aan de voorkant mag de naam ‘tuin’ eigenlijk niet eens voeren. Het beslaat zo’n twee bij vijf meter. We hebben er wat planten in staan omdat we niet zo van de stenenwoestenijen zijn.

We hebben in dat voortuintje ook een bank staan. Die is ietwat vermolmd-pittoresk. Niet dat dat een probleem is. Op dat bankje zitten is niet eens mogelijk omdat een ‘enorm stekelige plant met mooie gele bloemen’ nu zó groot is geworden dat het bankje er al bijna ónder staat.

Onze achtertuin ligt pal noord en dus de voortuin… pal zuid. In de zomer kan het er verschroeiend heet zijn. In voor- en najaar – en zelfs deze wínterdag – is het echter een ideale temperatuur daar. Voor katten.

De beste plek, begrijp ik, is ingeklemd liggen tussen de bankleuning en het keukenraam waar i voor staat. Maar dat is een voorbehouden recht van onze eigen (buiten)kat. Gasten, mits gedoogd door hem, mogen wel op de bankzítting van de zon genieten. En dus ligt er geregeld wel een of andere kat daar te soezen.

Dat klinkt allemaal heel idyllisch. Dat kan het soms ook zijn. Het kan ook dolkomisch zijn als een jonge vriend zich vergist en door het keukenraam naar binnen klautert, alwaar een oude (dementerende?) binnenkat hem stomverbaasd aanstaart. Waar háál je de euvele moed vandaan?

Niet alle katten zijn vriendjes en vriendinnetjes. Geregeld is het knokken. Althans, in drie van de vier gevallen maken ze enorm veel misbaar om de ander te verjagen. Die denkt dat ook zo te moeten doen en dus zitten de klungels minutenlang tegenover elkaar te imponeren.

En dan zijn er de honden.

Die moeten in Leiden zijn aangelijnd, tenzij op daartoe aangewezen plaatsen. De meeste eigenaren houden zich daaraan. Een enkeling niet. Zo iemand woont aan de overkant.

Zijn hond heeft het idee dat katten er zijn om achtervolgt te worden. Da’s een onverstandig idee. Als een kat al in het nauw kan worden gedreven door hem, dan is het gevaar alleen maar groter geworden. Die kat zal uithalen, naar de neus en de ogen. Veilig is anders. Zo’n hond aan de lijn is toch echt veiliger voor ‘m.

Die hond is dom. De katten zijn slim. Dat stralen ze ook uit als ze in de voortuin zitten. ‘Dit is privé terrein. Lekker op het stoepje blijven, Fikkie. Mij krijg je niet.’. De stommerd trekt zich daar niets van aan en staat dan tussen de planten op een krappe meter van de kat zijn longen uit het lijf te imponeren.

Gisteravond was ik dat zat.

De baas van die hond laat z’n hond lekker los lopen. Dat mag niet, maar als je je hond echt onder controle hebt lijkt mij dat geen probleem. Dat is ’t ‘m. Baas loopt shaggie lurkend door en laat de hond de hond. Als-t-i merkt dat wij zien dat zijn Fikkie midden in ’t tuintje staat, stapt ook hij plompverloren op zaaigoed en jonge plantjes om zijn hond terug te slepen. Geen woord of gebaar van “Sorry..”. Niks.

Dit is dus zo’n situatie die heel frustrerend kan uitpakken als je niets kunt doen. Hoe klein ook: het is ónze voortuin en wíj accepteren die katten daar. Het kan toch niet zo zijn dat dat allemaal niets voorstelt?

Vandaag ben ik dus naar het politiebureau geweest voor advies. “En niet: wees de wijste. Als oudste in het gezin heb ik dat al te lang, te vaak moeten doen.” Dat was het advies ook niet. Men wilde weten hoe die man heet en waar hij woont. Dan kan-i worden aangesproken op z’n gedrag, en dat van z’n hond.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s