Zou jij raadslid willen worden?

Of ik wel ’s overwogen heb gemeenteraadslid te worden. Die vraag werd me een half jaar geleden gesteld. Ik moest er aan denken toen ik van de week hoorde dat er een tekort is aan raadsleden. En dat met naderende verkiezingen.

In de vraag ligt veel besloten.

De context waarin-i werd gesteld, was die van een gesprek over werk, passie en talenten. Inderdaad, zó’n gesprek. Mijn antwoord toen was hetzelfde als ik nu zou geven: “Is raadslidmaatschap een báán?! Wérk?!”.

Dat heeft niets te maken met de hoeveelheid arbeid die je ervoor verzet. Ook vrijwilligers verzetten bergen arbeid, net als werknemers of zelfstandigen. Het gaat om de positionering. Kreeg een raadslid ooit een vergoeding voor de (grote) hoeveelheid tijd die in het serieus uitoefenen van die functie nam, tegenwoordig lijkt die relatie te zijn verwaterd. Er wordt een salaris betaald. Het ideologisch element is minder bepalend.

Nu niet beginnen over wetten, regels en andere formaliteiten. Dit is gewoon praktische realiteit. Blijkbaar is politiek gewoon werk geworden, een baan. Een baan waarop je solliciteert. Door bij een partij te gaan en te werken aan een verkiesbare plaats. Loopbaan? Carrière? Promotie? Hiërarchie? Termen die ook op dit werk passen.

Het is niet verwonderlijk dat in Rotterdam een deelgemeente is gevonden die deels wordt bestuurd door ‘beroepspolitici’, mensen die daar zitten omdát het wordt betaald. In het verleden werd de juiste term gehanteerd: baantjesjagers. Alle grote(re) partijen hebben er last van. Invloed, macht, corrumpeert.

Ik wil niet terecht komen in een wereld van huichel en leugen. Een wereld waarin woorden belangrijker zijn dan doelen. Ik wil niet in de búúrt zijn van types die rollebollend over straat gaan, die posities gebruiken voor eigen gewin. Dat ga ik nooit helemaal voor elkaar krijgen. Zeker ook in bedrijven speelt het verschijnsel. De ellende is wel dat ik politiek nog steeds beoordeel op hun invloed op het samenleven. Dat eist integriteit en idealisme.

Ook als dat wel het geval zou zijn, blijft het lastig. Er is geen enkele partij waarvan ik denk: ‘Dát is ‘m. Die denkt en doet als ik.”. Die bestaat niet en dat verwacht ik ook niet. Ik wil wel vertróuwen hebben in personen, hun mening en hun standvastigheid.

Het zal je dus vast niet verbazen dat ik problemen heb met alle partijen. De rechtse passen me in elk geval niet; vooral vanwege hun mens- en maatschappijvisie. De centrum-linkse niet vanwege hun onbetrouwbaarheid op het punt van (verkiezings)beloften. Confessionele partijen acht ik nog steeds een soort van artefact: in een mens- en maatschappijvisie speelt geloof uiteraard een rol, maar niet andersom. Maar goed, als anderen daar wel een gidsrol in zien…

Mezelf aan een partij verbinden, zie ik niet snel gebeuren. De wereld is zo veranderd, dat ik me ook afvraag of het nog wel past. Als we in staat zijn bij de De Bijenkorf en Maison de Bonneterie – bestaat dat soort warenhuizen nog? – net zo makkelijk te kopen als bij Zeeman en Wibra; waarom zouden we er dan van uit gaan dat we nog één partij steunen? Individualiseren is leuk en aardig, maar leidt ook tot de behoefte aan 17.000.000 politieke partijtjes.

Nu heb ik wél een idee hoe een stad als Leiden er uit zou moeten zien – fysiek, maar vooral ook sociaal en economisch. Dat kan ik proberen te realiseren door te bloggen en zo. Ik kan natuurlijk ook – al doende leert men het beroep toch – mijn voorgaande woorden verloochenen en lid worden van een politieke partij, op weg naar een inkomen en invloed.

?! … Nâh.

tenzij ze me vrágen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s