De verdwijning van creativiteit

De kabeldecoder geeft BBC1 door aan het televisietoestel terwijl ik dit schrijf. Misschien dat ook jij hoort bij de mensen die weten wat er dan te zien is: rugby! Om precies te zijn Rugby Union. Er zijn namelijk twee types: Union en League. Allebei met hun aantrekkelijkheden, maar voor de tv gaat mijn voorkeur uit naar Union.

Ook rugby kent internationale landentoernooien. Die wedstrijden worden internationaal gevolgd op televisie, maar ook in nokkievolle stadions. Daar zitten aantallen fans waar een Nederlands voetbal-elftal nog een puntje aan kan zuigen. De sfeer is ook nog eens bijzonder: je bent eerst rúgbyfan en dan landen- of clubfan. Alles zit dus gemengd en zonder rare kooien om zich heen op de tribunes.

In de aanloop naar zo’n wedstrijd verzorgt BBC1 uiteraard ook commentaar en vooruitblikken. In tegenstelling tot studiogeneuzel uit Hilversum komt dat allemaal vanaf het veld of uit het stadion. Het aardigst is dat je daardoor ook een bijna continue beeld hebt van de warming up.

Als je rugbytrainingen kent, weet je dat die voor een groot deel (ook) bestaan uit het inslijpen van patronen. Je speelt de bal achteruit. Dan is handig als je die worpen blindelings kunt doen en dus wordt er duizenden keren geoefend, tot het jeugdspelers soms de keel, neus en oren uit komt. Dan zie je die reuzen uit het professioneel rugby op het veld staan: dezelfde bewegingen waarmee de driekwarten – de ‘lichtgewichten’ – elkaar vinden en dezelfde waarmee de voorwaartsen – de ‘dikkerds’ – samenbinden tot één massief blok, de scrum.

Toen ik daarnet daar zo naar zat te kijken, schoot me wel iets te binnen.

Het zijn vooral de atypische acties die enthousiasme opwekken. De individuele ingevingen. Als je het projecteert op voetbal: Messi is een uitzonderlijk voetballer omdat-i buiten patronen stapt en ‘geniaal’ voetbalt. Hij heeft, krijgt of neemt die ruimte ook, net als veel van de andere ‘top-aanvallers’. Daar zijn er maar weinig van.

Als je naar (de top in) teamsport kijkt, zie je dat patroon eigenlijk iedere keer weer: men is enorm bezig met het aanleren van patronen opdat het team zich als één geheel, een organisme kan bewegen. Voetballers die snel driehoekjes moeten kunnen spelen. Rugbyers die snel handjes moeten kunnen spelen. Volleyballers die een-twee-drie opzetten.

Dat is eigenlijk precies hetzelfde als in de hele samenleving te zien is. Patronen, afspraken, protocollen: in principe hetzelfde laken en pak. In relatie tot de kern van ‘spel’ vind ik dat toch iets vreemds hebben. Je zou namelijk verwachten dat dat spelen grotendeels neerkomt op het vinden van oplossingen van onverwachte situaties, die de tegenpartij creëert. Niet dat een team dus geen gemeenschappelijkheid moet hebben, maar er zijn grenzen aan.

Voor mij is dat een verklaring voor het verlies aan attractiviteit van voetbal. Het is een sfeerloze kaats- en schaakwedstrijd geworden. Eerlijk is eerlijk: mijn minst favoriete rugbywedstrijden zijn de kicking games – waarbij bijna uitsluitend punten worden gescoord uit penalty kicks – omdat die vaak neerkomen op herhaalde fysieke botsingen. Die zijn op zich overigens ook spannend en opwindend om te zien, maar dan zouden ze dóór moeten gaan voor een echte veld try.

Ik zit me af te vragen in hoeverre teamsporten ook onderhevig zijn aan een tendens waarin eigen initiatief ondergeschikt is aan collectief belang. In de meeste bedrijven is dat de gewoonste zaak van de wereld.

De draak spuwt vuur. Wales komt het veld op. Ik ga kijken hoe goed de patronen er in zitten.

2 thoughts on “De verdwijning van creativiteit

  1. Een teamsport is natuurlijk per definitie een collectief gebeuren. Als men allemaal als individu speelt, dan krijg je een soort sport zoals bij de allerkleinsten. Charmant maar uiteindelijk niet houdbaar. De kracht van het collectieve gebeuren zit hem in de genialiteit van de individuen, het vinden van een oplossing voor een probleem dat de tegenstander heeft gemaakt. Dan wordt sport een mooi iets om naar te kijken. Hoewel Van Gaal hamert op het collectieve belang kan hij niet zonder de individuele genialiteit van bv. een Robben.

    • Dat is wat ik aan de orde probeer te stellen: het collectief en creativiteit passen niet bij elkaar. Ze bijten elkaar. Vandaar dat teams één of meer goede spelers nodig hebben die zich als buitenbeentjes (kunnen) opstellen. De creatieven.

      Dat is dus ook precies het verschil met kinderen: voor hen is het geen sport, maar spél! Daarin zitten al die disciplinerende aspecten nog niet: efficiënt spelen, samenwerken, functiedeling.

      Mijn ‘ideaal’ zou een team zijn van individuen die ook hun eigen intuïtie durven volgen in plaats van ‘ten dienste aan het geheel’ te spelen. Volgens mij is dat leuker om naar te kijken 😉

      Verstuurd vanaf mijn iPad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s