Paarse krokodillen tegen de kandeleer

Ik ben een liefhebber van onze taal en van Onze Taal. Niet dat ik een groot talent heb voor onze taal, maar Onze Taal verslind ik meestal wel. Onze Taal is, slim lezertje, een tijdschrift over de Nederlandse taal.

Eindelijk staat er in Onze Taal een artikel wat goed aansluit bij mijn idee over taal. Dat idee lijkt wat wankelmoedig, maar is ’t niet.

Ik heb een hekel aan taalslordigheid. Ik ben een groot fan van taalcreativiteit. Het verschil tussen die twee is een flinterdunne scheidslijn: intentie. Ergerlijk is degene die slordig is in z’n woordkeuze, die niet de tijd neemt even na te denken over ‘d’, ‘t’ of ‘dt’. Dan moet je niet aankomen met ‘maar Nederlands is een levende taal die verandert’. Dit is gewoon fouten maken. Dat veeg je niet onder het tapijt met modieuze drogredeneringen.

Opzéttelijke taalfouten werken als een komiek die als onhandige kluns over z’n eigen voeten struikelt. Die opzet haal je vaak ook uit het ritme, de pauzes. Gelukkig zijn er genoeg taalkunstenaars om tegenwicht te bieden aan de taalslonzen. In Tram 7 van Jurk! zitten er een paar:

Toen kwam ze binnen
Een mooie meid met donker haar
Ze zag me zitten
En ik haar
(…)
En ik heb het echt niet meer
of juist te pakken

Het aller-, aller-, allermooiste vind ik in onbruik geraakte woorden. Niet allemaal, maar er zitten echt wel pareltjes tussen. ‘Nochtans’: mooi toch? Om dergelijke woorden weg te mikken ‘omdat niemand weet wat ze betekenen’ of ‘omdat het begrippen uit een voorbije tijd zijn’, vind ik wel heel erg bruut. Het in gébruik houden van die woorden houdt ook kennis en taalrijkdom in leven.

Precies dát dacht ik aan te treffen in Onze Taal, in een artikel over “oude spreekwoorden in een nieuw jasje”. Dat is een gaaf project, van Laurens Bosman en Wilmar Versprille las ik daar. Zij willen spreekwoorden vernieuwen om te voorkomen dat de bóódschap van het spreekwoord in vergetelheid wordt verzwolgen. Op 8 oktober wordt bekend gemaakt wie dat het beste deed. Maar dat ter zijde.

Er zitten werkelijk práchtige vernieuwingen bij.

Photo 07-10-13 20 38 08

Maar wat ik wel jammer vind; die oude, vervangen spreekwoorden hóeven toch niet weg? Waarom zou je “Om der wille van de smeer likt de kat de kandeleer” niet meer moeten kennen? Of, nee: er in elk geval eens bij je lessen Nederlands bij hebben stil gestaan. Je hoeft ze toch niet per sé in je dagelijks taalgebruik op te nemen? Maar een kleine beetje weten waar de klok de klepel haalt en Abraham de mosterd…. Lijkt mij ook bijdragen aan algemene – en leuke – algemene ontwikkeling.

Wat mij écht heel erg verbaasde, is de bewering dat sommige woorden stomweg niet meer worden begrepen. Nu ben ik heel slecht in het inschatten van mensen, maar iemand als Giel Beelen lijkt mij een gemiddelde Nederlander. Die zou niet weten wat ‘kaf’ is?! Je weet wel, van ‘het kaf van het koren scheiden’. Ook het woord ‘baken’ zou velen een raadsel zijn. Kijk: dát vind ik dan weer zeer verontrustend. Dan wordt Nederlands – van laten we zeggen dertig jaar terug – voor sommigen gelijk aan een vreemde taal. Vreemdeling in eigen land.

Dat zou ik graag willen: dat op Paarsekrokodillentranen die oude-van-dagen-spreekwoorden nog een poos in het spreekwoordenbejaardenhuis kunnen bestaan.

Opdat we ons realiseren dat taal lééft.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s