Zeilende bla’ren

Eens per jaar, in de herfst, gebeurt het. Minstens één keer. Dat je over één van de leidse grachten fietst – jazeker kan dat. Hier heten de straten langs de gracht óók zo – en dat je wordt overspoeld met tevredenheid.

Afgelopen week was een topweek; een oudewijvenzomerweek: zonnig en nog lekker warm. Wie daarvan niet heeft genoten, is of reddeloos verloren of leidt aan een serieuze depressie.

In Leiden hebben we grachten te over, mooie en lelijke. Lelijk zijn alle grachten – straten en pleinen – waar geen bomen staan. De Leidse Breestraat is vanwege die ontbrekende bomen oerlijk. Het Leidse Stationsplein?! Idem. Een chronisch tekort aan bomen.

Maar er zijn ook wonderbaarlijk mooie. Waar alle gidsen het Rapenburg tot “de mooiste gracht van Nederland” bombarderen, zijn er toch echt mooiere plekken. Maar wel met minder statige en prestigieuze bebouwing. Wellicht dat dat een rol speelt.

Als je ooit dat Rapenburg bezoekt; één van die mooiere plekken is een zijgrachtje, de Vliet. Misschien honderd meter lang – en met één lelijk pand, een school – maar met twee mooie bruggetjes, waarvan één de toegang was voor de Geuzen.

Steek je de singel over dan kom je op de Jan van Goyenkade.

Photo 30-09-13 19 10 50

Dát is voor mij de waarschijnlijk mooiste gracht van Leiden, in het bijzonder als je richting binnenstad loopt. Halverwege ligt een hoge houten voetgangersbrug met een steile trap en fietsgoot. Als je ooit de verfilming van Een Vlucht Regenwulpen hebt gezien, dan ken je deze brug. De brug van de kus.

Ik heb de luxe de Jan van Goyenkade vaak te moeten fietsen, naar de binnenstad. Dat betekent dat je de gracht onder verschillende weerscondities ziet: in de regen, de wind, de sneeuw, de mist. Vooral ’s avonds, als het gelige licht van de straatlantaarns een rol speelt, is de gracht mysterieus mooi bij sneeuw of in de mist.

Van de week was dat weertype niet beschikbaar. Het was stralend nazomerweer.

De bomen – vandáár dat die noodzakelijk zijn voor een móóie gracht – tooiden zich al in herfstkleuren: rood, geel en bruin, gerimpeld en droog. Met een zuchtje wind dwarrelen ze naar beneden om daar een altijd mooi beeld te vormen. Hoe bladeren ook vallen: een dek van gevallen bladeren is net een dek van sneeuw. Een verzachting van de harde realiteit die eronder is verstopt geraakt.

Die bladeren dwarrelen, ook de gracht in.

Dat is het moment waar je even de fiets voor stil zet. Als de bladeren net in water zijn gevallen en nog niet doordrenkt met water, dan lijkt het alsof er honderden zeilscheepjes op het water drijven. Zeilscheepjes die bewegen op de zuchtjes wind en die soms worden verlicht door zonnestralen die tussen de langzaam kalende boomtakken heen piepen.

Het zijn korte perioden dat de gracht zich zo toont. Na een paar dagen zijn de dode bladeren doorweekt. Het zeilen der bla’ren komt dan tot een eind.

Weemoed?! Nee, de schoonheid van de herfst.

Advertisements

One thought on “Zeilende bla’ren

  1. Pingback: de les van de meerkoet | "Me dunkt…"

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s