Een stads ecosysteem

Het is zo’n modieus misbruik van een term: ecosysteem. In de oorspronkelijke betekenis van het woord is het de (symbiotische) samenhang tussen leven, organisme, en (dode) omgeving. Sinds een paar jaar wordt de term veel breder gebruikt. Vooral in de zoektocht naar nieuwe werkelijkheden, waarden, normen en wetmatigheden die de digitalisering met zich meebrengt, is het een populair begrip geworden.

Ecosysteem is in die context een samenwerking tussen elementen zonder welk de afzonderlijke elementen niet floreren. Zuiver geredeneerd zou waarschijnlijk de term ‘biotoop’ een juistere benaming zijn, ware het niet dat juist het woorddeel ‘systeem’ in ecosysteem dynamiek en interactie suggereert. En juist dat systeem – wie, wat, (waarom en) hoe beïnvloedt – is wat eerst moet worden begrepen van de nieuwe situatie. ‘Eco’ voorkomt een te mechanistische denkwijze, doordat het een veel organischer, holistisch perspectief introduceert.

Hét grote gevaar van dit soort van analogieën is dat ze te makkelijk worden ingezet als antwoord. ‘Er gaat een nieuwe werkelijkheid, een nieuw ecosysteem ontstaan'(voor uitgevers bij voorbeeld) is té makkelijk, té ontwijkend. Waaruit blijkt dat dan? Zijn nieuwe (technische) mogelijkheden voldoende grond om te spreken van een nieuw ecosysteem? Is dat nieuwe systeem dan een aanpassing aan de nieuwe biotoop van het oude systeem, of is het werkelijk principieel nieuw?

De term benadrukt het belang van afhankelijkheden en processen. In dat opzicht is het een belangrijk verschil met de klassieke benadering. Niet langer pyramidestructuren, top downaanpakken of hiërarchieën, maar netwerken en interdependenties. Het is daarmee een ander paradigma. een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken en die te beschrijven. Ondanks de wellicht formele ‘fout’ is dát zuivere winst: het breken van de individualiseringsgolf. Het is de meerwaarde die telt en die voortkomt uit de som die groter is dan de optelling van de delen.

Ook naar de stad kun je kijken alsof het ecosysteem is. De stedelijke biotoop is er eentje waarin vooral de mens gedijt, alhoewel ook een fors, en groeiend, aantal dieren zich er thuis voelt. Het ecosysteem zit ‘m er in dat er dingen gebeuren.

De stad ‘leeft’.

Rationeel weten we dat er mensen bij betrokken zijn. Huisvuil ‘verdwijnt’ niet. Aanplakbiljetten ‘plakken zichzelf’ niet. Straten en gebouwen ‘repareren zichzelf’ niet. Containers bouwafval die ‘ineens vol’ zijn. Dat doen mensen. Mensen die we niet altijd zien, waardoor de indruk ontstaat dat iets ‘ineens’ anders is.

Of langzaam verdwijnt. Verteert door de stad.

20130813-112159.jpg

Een fiets – zoals een kalf of een ziek dier buiten de kudde – achtergelaten op een te rustige plek, of te lang op één plek; die wordt verorberd.

De fiets hierboven staat in Leiden, op een plaats waar dagelijks veel mensen langskomen. Als je een stop motionfilm zou maken, dan krijg je een mooie geleidelijke aftakeling van de fiets te zien.

Met wat voorstellingsvermogen kun je je dan makkelijk de stad voorstellen als een organisme. Dat dooreet tot het laatste onverteerbare botje.

En dan boert.

One thought on “Een stads ecosysteem

  1. Pingback: De straatlever | "Me dunkt…"

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s