de Deel-economie

Zou ’t werken? Zou ’t beklijven, blijven bestaan? Of is het een modieuse gril, een gevalletje wensdenken in een tijd waarin niemand de uitweg uit de misère lijkt te vinden?

The Economist noemde het The rise of the sharing economy: On the internet, everything is for hire.

De afbeelding waarmee het artikel begint, zegt genoeg. Zo lijkt het. Peer-to-peer rental, zoals The Economist het noemt, is het particulier verhuren van producten en diensten. Wat is daar nu bijzonder aan?

De motivatie.

Uiteraard heel cynisch gezegd, is dat nog steeds: geld (verdienen). Maar er is nog iets aan de gang wat dit wel degelijk bijzonder maakt. Dat is wellicht beter benoemd door Jeremiah Owyang van Altimeter: The Collaborative Economy.

De vraag die je je kunt stellen, is of dit allemaal zo nieuw en spectaculair is. Nee, dus. Uitlenen en delen doen we allemaal ons hele leven. Waarom zou dit dan ontregelend kunnen zijn, zoals sommigen menen?

Hierom:

The collaborative economy reflects a more sustainable economy where the needs of the population quickly outstrip the ability of the planet to create products.

Dát is dus wel wezenlijk anders, als het echt doorzet. Niet langer koop je diensten en goederen voor gebruik door jou zelf. Natuurlijk, je koopt primair nog steeds uit eigen behoefte. Maar de stap die daarvoor is gekomen, is het nagaan of er niet iemand in jouw omgeving die dienst of dat product al heeft en kan leveren. Tegen betaling.

Wat anders is, is de reikwijdte. Waar je vroeger alleen in eigen kennissenkring zocht, maakt nu de technologie het mogelijk veel breder te zoeken. Wat ook anders is, is dat steeds vaker producten worden ‘verhuurd’ die tot voor kort werden gezien als privé. De auto is wellicht nog het beste voorbeeld. Je eigen auto verhuren; wie had dat vijf jaar geleden gedacht?

Maar echt ontregelend, zijn de mogelijke gevolgen van dat delen.

Bij die auto blijvend. Waarom zouden er nog zoveel auto’s moeten rondrijden, worden gekocht en dus worden gemaakt, als we gaan delen? De tijd dat het huishouden de maat der dingen, voor bezit was, lijkt voorbij. Waarom zou iedereen een eigen grasmaaier moeten hebben, als je die toch maar eens per week gebruikt. Een zware betonboor: wie gebruikt zo’n ding vaker dan eens per jaar? Kinderoppas? Nee, ouderenverzorging: uit de buurt? Boodschappenservice: doen de buurjongens dat niet?

De transitie van een bezits- naar een deeleconomie, zal niet eenvoudig zijn. De economische ongezondheid levert wel een rugwind op: het persoonlijk hébben, is gebaseerd op voldoende financiële middelen. En die nemen af.

Mijn voorspelling zou zijn dat de maakindustrie dan nog zware klappen gaat krijgen. Die is immers helemaal gebaseerd op het ons allemaal afzonderlijk verkopen van producten. Delen leidt tot minder omzet. Krimp is onvermijdelijk. Daarentegen gaat een andere tak van sport meer kansen krijgen. Intensiever gebruik leidt tot relatief snellere slijtage. (Kleinschalige) Reparatiewerkplaatsen zouden daarvan kunnen profiteren.

Kleinschaligheid is het woord bij uitstek wat in deze ontwikkeling past. Omdat de schaaloriëntatie veel plaatselijker wordt, zal ge- en verbruik ook door die schaal worden bepaald. De vreemde figuur doemt dan op dat we ons meer en meer richten op de fysieke lokale omgeving én op de wereldwijde.

Want dat delen; dat zie je net zo goed terug in globale systemen. Niet alleen de ‘kamerverhuurders’, maar zeker ook in de opkomst van directe financiering (crowdfunding bijvoorbeeld). Díe beweging zet de investeringsfunctie van banken onder grote druk. Maar ook de financiering van grote ondernemingen. Ik verwacht dat niet heel veel mensen een los productinitiatief van van een multinationale onderneming zouden ondersteunen, anders dan als aandeelhouder in het hele bedrijf. Het zou wel een test waard zijn.

Toch nog die 78 dia’s aan het begin van deze blogpost doorkijken?! Lijkt me geen gek idee…

Advertisements

5 thoughts on “de Deel-economie

  1. Pingback: Het uitbannen van nutteloosheid | "Me dunkt…"

  2. De term Sharing Economie komt voort uit de Open Source beweging. Die gebruikte deze term online als eerste. En mensen zoals Lawrence Lessig. Met name online bleek dat te werken op het moment dat je ruimer omgaat met copyright kwesties.

    Open Source is daar dus een heel goed voorbeeld van.

    En een goed voorbeeld zijn de bloggers. Zoals jij ook doet. Kennis delen bijvoorbeeld. Gratis. Wikipedia is ook een goed voorbeeld. En veel van dat soort dingen. Zelfs bij de Londense metro aanslagen in 2005 werkten journalisten van oa BBC samen met getuigen om zo op Wikipedia de beste verslaglegging te stand te laten komen.

    Samen met Irene van Nispen Kress schreef ik ook een lang artikel met de title “Sharing Economy / Zullen we eerlijk alles delen?!” je kunt de PDF downloaden: http://www.marcoraaphorst.nl/wp-content/uploads/2009/12/sharingeconomy.pdf En zie voor wat meer info deze post: http://marcoraaphorst.nl/7787/sharing-is-hot-eerlijk-zullen-we-alles-delen/

    • Goede aanvulling, Marco! Wat ik wilde doen, is proberen een zetje verder te denken: wat als we gaan delen? Wat is dan het gevolg? Auteursrecht is er eentje. Maar ik zie ook verminderde productie aankomen. Dat autodelen laat dat zien. Maar ook kantoordelen. En zelfs de initiatieven als stadstuinen: je kweekt eigen groenten. Wat gebeurt er dan met de groenteboer en in de supermarkt?

      Natuurlijk. Het zal niet snel en eenvoudig gaan. Maar het is, vind ik, wel altijd zinvol je die vraag te stellen: wat als dit doorzet, groter wordt, gemeengoed is? Heb je dan een situatie die je wílt?

      • Ja een grote verschuiving is het. In open source bestaat eigendom niet.

        Ik denk dat het heel snel gaat. bv met energie. We gaan dat zelf opwekken en nooit meer een energiebedrijf betalen. We gaan het meeste zelf maken of met mensen in de buurt. Vrijwel iedereen zal over dezelfde middelen kunnen beschikken. Je ziet dat online al en offline ook steeds meer. En anders zoeken we die kennis online op. Of we kopen het ergens. Tijd en plaats is niet langer van invloed. Okay onze landgrenzen zijn er nog incl. belastingen maar daar zal de komende 10 jaar toch echt iets drastisch in gaan gebeuren. Ze kunnen niet lang virtueel in stand gehouden worden.

        Die Doug Engelbart, van de muis, zei dat computers het menselijk intellect kunnen vergroten. Hij hield in 1968 (!) de eerste videoconferentie en legde zijn theorie uit over op tekst gebaseerde links. Internet dus. Volgens een visionair. Omdat internet precies alles is wat de wereld is. Zichtbare links, verbindingen tussen de noden. Als de natuur. Als het leven. En die kennis en transparante techniek gaan we steeds meer offline toepassen. Er is veel weerstand vanuit de “macht” maar het kan niet ander. Een connected world is wat het is. En wat het al was. Alleen is ‘ie nu glashelder zichtbaar.

      • Ik ben het met je eens. Maar weet je wat mij nu het interessantst voorkomt? Dat in zo’n genetwerkte situatie geen echt centrale sturing meer is. We zullen steeds meer in een situatie van orde komen, zoals chaostheorie die voorspelt. Dat lijkt inderdaad nog het meest op een natuurlijke basis. Maar dus óók met het wrede karakter daarvan: dat er slachtoffers zullen gaan vallen. Dat klinkt cru, maar bereid je maar voor op een situatie waarin diegenen die niet nuttig zijn voor het systeem, de groep of samenleving, zullen afvallen (doodgaan). Dat wordt nog wat. Maar dan ben ik er niet meer. Zó oud word ik niet.

        Verstuurd vanaf mijn iPad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s