De valkuil van beeldspraak

Taal is best wel een gebrekkig middel.

Ik wil iets wat ik míjn hoofd heb, aan jou overbrengen. Da’s lastig, zeker als het over immateriële zaken gaat. Kijk, een brood kopen, gaat nog wel. Alhoewel: “ik wil dat brood” en dat aanwijzen, zegt nog niets over de tegenprestatie. Betalen? Hoeveel? De bakker de hersens inslaan?
Nou, probeer met woorden maar eens zoiets ontastbaars als ‘een hogere macht’ uit te tekenen. Niet voor niets dat er verschillende heilige boeken bestaan, in verschillende varianten en allemaal met heel veel woorden.

Nee, intermediaire media als gesproken of geschreven woord, als verbeelde bedoeling in toneel of beeldkunst, ze zijn allemaal suboptimaal vanwege de vertaling en interpretatie van gedachten. Wat dat betreft, zijn alle tele-’s interessant. Telekinese, telepathie – tele-visie niet, nee – zijn van die situaties waarin geen tussenliggend medium nodig is en tussen twee mensen heel direct en puur emoties worden uitgewisseld. Maar die mogelijkheden hebben we dus niet.

Dat taal lastig is, heb ook jij vast wel meegemaakt. Van die situaties waarin iemand jouw woorden verkeerd begrijpt, of helemaal níet begrijpt. Ruzies om niets. Hoe korter het talig lontje, hoe sneller de spraakverwarring. Flame wars zijn nooit voorbeelden van nuance geweest. Dat er leestekens en emoticons bestáán, is niet ‘voor de lol’. Mensen die zich tegen het gebruik ervan verzetten, snappen ook werkelijk de ballen van communicatie. “Lul!” is echt iets heel anders dan “Lúl! :)” (of het iconisch “lullooh!”).

Net als in de oertijd van de taal grijpen we in onze taaluitingen nog steeds terug op vergelijking, analogie en beeldspraak. Dat lijkt immers handig. Als je beiden, meent eenzelfde beeld van iets te hebben; daarop voortbouwen.

Nou, da’s maar de vraag.

Eiegnlijk zou beeldspraak maar een hele korte levensduur moeten hebben: alleen voor die ene gelegenheid. Want die stomme dingen gaan een geheel eigen leven leiden.

“Voetbal is oorlog”. Nou. Dat hebben we geweten. Miljoenen in de veiligheid geïnvesteerd.
“Laat de markt zijn werk doen”. Een succes voor al die sectoren waar helemaal geen márkt bestaat in de klassieke betekenis van het woord.
“Een (geöliede) machine”. Of het nu een organisatie of een mens is; hij reduceert tot losse onderdelen die samen méér dan de delen zijn, maar wel afzonderlijk ‘gerepareerd’ kunnen worden.
“De kurk waarop XXX drijft”; nee, dá’s een gerustellend stevige drijver: een kúrk.

Voor taalmensen is dit allemaal niet nieuw. Voor grote delen van de samenleving wél. De feministes wezen er – terecht – op dat we impliciet nogal mannelijk denken. Dat wilden velen – mannen? – niet horen en weten. Het is waar, maar het kan ook doorslaan. Zo vind ik de ban op ‘jodekoek’ en ‘negerzoen’ te ver gaan. En een jaarlijkse discussie over Zwarte Piet óók.

Toch is het goed om er af en toe op te worden gewezen. Zeker als je op zoek bent naar nieuwe wegen.

Zo is het out of the box-denken volledig verhypet en verkracht. Hoezo moet je búiten de doos denken? Wélke doos? Echte innovatie vereist een open geest, binnen én buiten enige doos. Het kan best zo zijn dat vernieuwing binnen structuren kán, maar dat daarvoor barrières moeten worden genomen (barrière: daar heb je ‘r weer één). Maar wat veel bedrijven en managers denken, is dat out of the box hetzelfde is als nieuwe markten vinden. Maar daarvoor hebben we de beeldspraak van de rode en de blauwe oceaan.

Betaalmuren zijn ook zoiets. Mediabedrijven die betaalmuren optrekken. Ik kan er niets aan doen, maar ik associeer ze dan onmiddellijk met de kasteelheren uit de middeleeuwen. Je weet wel, die heersers die ten onder gingen aan ondermeer de door de lucht vliegende kanonskogel terwijl zij waren voorbereid op grondaanvallen. Maar het geeft vast iets weer van je leef- en werkwereld als je die vergelijkingen hanteert: sterk defensief. Net zoiets als de dijken waardoor Nederland werd opgebouwd, maar die nu worden vervangen door een veel responsievere aanpak.

Wat ik wil zeggen: die vergelijkingen komen ergens uit voort én beïnvloeden je gedachten, je perspectief. Een metafoorkeuze verraadt dus (wellicht) veel meer dan je lief is.

Metaforen en vergelijkingen: een schat aan informatie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s