‘Geblokkeerd nummer’

Eén van mijn grote uitdagingen is een belsignaal vinden op mijn mobiele telefoon wat ik hoor. Míjn iPhone bevat een fors aanbod van geluiden, pingeltjes en deuntjes. Maar heel vaak heb ik niet door dat de telefoon, bijvoorbeeld in m’n broekzak, aandacht trekt. En ja, hij trilt daarbij ook nog. Blijkbaar is het erg moeilijk mijn aandacht te trekken.

Van diverse kanten is me duidelijk gemaakt dat, naast volume en melodie, ook de toonhoogte belangrijk is. Ofwel: hoe ouder hoe slechter je hoge(re) tonen hoort. Niet dat me dat bij mezelf al was opgevallen, maar toch… . De keuze viel dus op een soort van gitaardeuntje: ‘tokkelen’ heet ‘t.

En ik miste nog steeds gespreksoproepen.

Wat er wel een aantal keer gebeurde, is dat ik dacht: “Goh, da’s een bekend deuntje”. Voordat ik me dan realiseerde dat het uit míjn broekzak kwam en het dus míjn telefoon was, was de kans alweer verkeken. Dan keek ik weer aan tegen die – in mijn ogen hatelijke – 1 van ‘één gemiste oproep’. Kon je weer terugbellen.

20130521-185807.jpg

Ooit ging dat niet. In mijn jeugd had je geen nummerherkenning. De telefoonhoorn zat met een draadje aan het telefoonapparaat vast. Nummers kiezen deed je met een draaischijf. Die nummers kende je uit het hoofd; of ze stonden in een ‘telefoonklapper’. Ook was het zo dat de lengte van de reeks cijfers – net- en abonneenummer – een indicatie waren voor de grootte van de gemeente; een totaal van tien cijfers, waarvan drie netnummer, was geen standaard. En als er dus iemand belde en jij te laat bij het toestel was, dan was het over en uit. Je had dan geen mogelijkheid na te gaan wie er had geprobeerd dat toestel te bellen.

Dat ligt allemaal achter ons. Het draadje waarmee je aan het toestel vast zat, wat op zijn beurt weer aan de muur vast zat, is al lang niet meer. Het dictaat wat daarmee werd opgelegd, doorbroken. Niet langer náár het toestel lopen en daar een gesprek voeren. Het toestel werd eerst iets vrijgelaten – langere draden als eerste en losse hoorns daarna – om door te evolueren naar een altijd aanwezig apparaat; bijvoorbeeld in je broekzak.

Dat apparaat is iets wat in de verste verte nog op een telefoon lijkt: je kunt ermee telefoneren. De telefoon is feitelijk getransformeerd naar een zakcomputer. De accu en de toch al aanwezige rekenkracht maakten dat mogelijk. Eenmaal die weg ingeslagen, zijn ze alleen maar meer computertje en opname-apparaat geworden. En hun positie veranderde: als je mij mobiel belt, bel je mij persoonlijk, niet een algemeen nummer in ons huis.

20130521-185854.jpg

Wat ik dan toch wel weer frappant vind, is dat we nog steeds in de maag zitten met die telefoonfunctie. Vandaag ging de telefoon. Nu hoorde ik ‘m wel. Maar ja, dan ben je op wat vroeger het privaat heette en kun je niet bij je telefoon. Gemiste oproep, dus. Maar nog steeds kan ik niet (altijd) terugbellen. Op het schermpje verschijnt de mededeling ‘geblokkeerd’. Wat héb ik daar nu aan. Dat je wel een indicatie achterlaat dat je belde, maar niet wie je bent. Alhoewel ik weet dat er (nog steeds) telefooncentrales bij grote(re) bedrijven zijn die nummerherkenning blokkeren of onmogeljk maken, komt zo’n ‘geblokkeerd’ op mij raar over. Alsof iemand onherkenbaar wil zijn, mij niet vertrouwt.

Gelukkig kan ik ze nooit terugbellen. Ook niet nu mijn iPhone met het geluid ‘oude telefoon’ dat van een klassieke bakelieten telefoon – die wij ook nog steeds in huis hebben – nadoet.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s