Een lied als cadeau: goed of slecht?

Taal is niet dogmatisch mijn ding, alhoewel ik wel jaloers ben op mensen die foutloos spellen en die een wervelende stijl hebben. Op het gebied van de puntjes op de i is dat toch wel een top. Fout spellen is en blijft voor me een doorn in het oog.

Maar wat dóe je ermee?

Niet veel. Taal leeft en verandert, ongeacht wat de spellingregels zeggen. Nieuwe woorden komen en andere verdwijnen. Stijlvoorkeuren volgen de heersers der taal. Zoals je over het gedrag van anderen niet veroordelend kunt zijn, zo moet je dat over hun taalgebruik evenmin zijn. Vind ik. Totdat het gevaarlijk wordt.

De plek waar je dan terechtkomt, is ergens tussen totale onverschilligheid en conservatisme. Jij en ik nemen andere plekken in op die lijn. En we oordelen vast ook nog eens verschillend afhankelijk van de beoordeelde. Een poëet die speelt met ritme, vergeef je spellingfouten. Niet omdat je fouten door de vingers ziet, maar omdat je wéét, vermoedt, dat ze met opzet zijn gemaakt. Dat ze zijn gemaakt om uit te dagen. Een leraar Nederlands die dt-fouten maakt in proefwerkopgaven, zal het moeilijker krijgen dan de stukadoor die een briefje achterlaat bij z’n werk.

Je kunt je er ook enorm mee amuseren. Neem maar een abonnement op Onze Taal, alleen al voor het achterblad. Of luister eens naar reclame, lees het; hilarisch soms. Sport (voetbal- vooral) commentatoren: dat noemen we vast ‘bloemrijke taal’. Vol verhaspelingen en vastlopende zinnen die met grof geweld vlot worden getrokken. Is het dan vreemd dat we soepel worden met taal?

Alhoewel er soepel mee móet worden omgegaan, zijn er wel grenzen. Grenzen die niet eens worden bepaald door de spellingregels, maar sociaal. Uitvluchten.

Zo stoort het mij als wordt beweerd dat je schrijffouten moet accepteren ‘omdat de samenleving verandert en taal democratiseert’. De associatie is wat stevig als je weet wat de gevolgen ervan waren, maar mij doen zulke uitspraken denken aan de Culturele Revolutie. Eén van de nadelige effecten van socialistische en communistische bewinden is die democratisering van (hogere) cultuur, ook te vertalen als de vernietiging ervan. Het is mij nooit duidelijk geworden waarom ook een communist niet correct zou moeten (kunnen) spellen.

Da’s niet hetzelfde als dat ik vind dat een idee niet belangrijker is dan de formulering ervan. Daar sta ik voor de volle honderd procent achter. Een idee afschieten omdat het slecht is verwoord of vol spelfouten staat, is een machtsargument inzetten. Niet ingaan op de bewering, maar op status.

Je raadt het al: het koningslied. Bagger qua stijl en spelling. Een ander woord heb ik er niet voor.

En toch stoort het me hoe in de wereld der social media, en daarbuiten, is omgesprongen met het lied. Dat heeft alles te maken met toonzetting.

Met het koningshuis en iedere verheerlijking ervan heb ik niets. Aan dit huis hangt nooit ofte nimmer de nationale driekleur op hun verjaardagen. Alleen 4 en 5 mei wordt de vlag gebruikt. Verder nooit. Een nationaal geschenk is wat mij betreft ook lariekoek, anders dan een symbolisch gebaar door de mensen die wél iets hebben met het koningshuis. Maar laat mij er verder buiten.

In het oproer dat ontstond over het koningslied valt me op dat bar weinig is gesproken over de wanverhouding tussen kosten en opbrengst. Dát lijkt me dus echt wel een serieus probleem: voor een wanprestatie betaal je niet.

Maar het rumoer ging vooral over de inhoud: lichtzinnig, onlogisch en taalkundig onjuist. En die oordelen werden dan vaak uitgesproken door mensen die impliciet menen een superieure smaak te hebben. Dat is wat tussen de regels door gebeurt: op een denigrerende manier worden mensen weggezet als smakeloze sufferds. Alsof de Mulisch-lezer – wie lás hem echt? – zich weer eens afzet tegen de chicklit– of Boeketreekslezer. Of de buurtbewoners met connecties in de ambtelijke top die zich afzet tegen de buurtbewoner die “niet eens weet dat je accommodatie met twéé emmen schrijft”. Onzin. Niet relevant. Zijdelings en aanmatigend.

Het is absoluut mijn smaak niet en het loopt niet lekker. Maar als je met een heleboel mensen een lied gaat maken, kun je dan verwachten dat er iets uit komt rollen dat het niveau van een onze gemiddelde sinterklaasgedichten te boven gaat? Lijkt me niet. Dat wordt per definitie een rommeltje, een allegaartje. Maar dat allegaartje is wél wat mensen hebben ingezonden, waar ze tijd en liefde instaken, waarvoor ze mogelijk met het puntje van de tong uit de mond hebben zitten zwoegen. Niet als professioneel tekstschrijver, maar als iemand die een gebaar wil maken (en hoopt op eeuwige roem wellicht).

Meezingen ga ik dit niet. Maar ik ben wel benieuwd wanneer de vragen komen naar de besteding van belastinggeld. Want ik heb nu het idee dat ze een cadeau aanbieden dat veel weg heeft van de kleren van de kiezer.

NB
voor de historici: een paar uur later kwam dit bericht, vanaf Facebook, langs op Twitter.
20130421-103841.jpg

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s