Kijken in de ziel

Ooit stilgestaan bij je kookgedrag? Ik niet echt, terwijl ik vrij veel kook én koken leuk vind. Vanmiddag – nee, ik ga niet uitleggen waarom dat tijdstip – stond ik te roeren in de sperzieboontjes goreng, toen me een vraag te binnen schoot die een kennis, een kok, mij ooit stelde: “Hoe kook jij? Uit een kookboek? Of op geur? Op smaak? Op uiterlijk?”.

Da’s al jaren geleden gebeurt. Maar hij spookt wel geregeld door mijn gedachten. Hoe koken mensen eigenlijk?

Complimenten over mijn kookkunsten krijg ik zat. De eters vinden het over het algemeen lekker. Niet dat ik nu echt ingenieuze gerechten bereid waarvoor bijzonder exquise smaak noodzakelijk is. Persoonlijk denk ik dat ik meer pas in de traditie van de grove smaken. Meer zoals, tot mijn vreugd, Nigella Lawson voorstaat: koken met beschikbaar materiaal en vooral gericht op genot. Da’s dus deels de gezelligheid, deels de maaltijd.

Persoonlijk zal ik niet snel beweren dat ik goed kan koken. Een goede omelet hoort voor mij echt nog steeds bij de moeilijker technieken: ze scheuren. En een vitrine met vis of vlees zonder naambordjes levert ook problemen op. En wat me – durf ik dankzij Nigella toe te geven – nooit lukt, is twee keer precies hetzelfde gerecht te maken. Maar wát ik maak en serveer, smaakt. Eigenlijk altijd.

20130418-192209.jpg

Kun je dan koken?

Iedereen kan koken. De vraag is hóe. Ikzelf vind dat ik het maar matig kan, omdat ik een kookboek nodig heb. Dat is een rare relatie. Want ik volg een kookboek zelden precies. Als ik er zo over denk: handig is het ingrediëntenlijstje en de beschreven kooktechniek of instellingen. Maar verder ben ik sterk in afwijkingen. Kruiden? Die gaan er meestal in veel grotere hoeveelheden in. Room, kaas, eieren: ook. Vanwege m’n geweten: zout en suiker minder ik dan. Niet dat dat enig effect heeft.

Ik kook op zicht. Proeven doe ik nooit. Echt. Als ik in al die jaren tien keer een lepel van een gerecht heb geproefd, dan is het veel. Koken, voor mij, is vooral kleuren en verwachte smaken mengen. Hoe ziet het gerecht er uit? En: hoe geurt het? Dát zijn de twee pijlers.

Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik tot de conclusie kwam dat die manier van koken bij mij, mijn karakter en mijn ideeën past. Een zekere mate van houvast zoekend, maar niet teveel. En zeker de ruimte nemend om andere verhoudingen, keuzes te maken.

Kookstijlen. Klopt dat dan toch? Dat van liefde die door de maag gaat? Dat van eten als spiegel van de ziel?

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s