Hoe regel je verkeer?

Van veel dingen kun je (achteraf, lekker makkelijk) zeggen dat wij mensen toch verrassend weinig snappen … van mensen.

Toen ik als vrijwillig chauffeur begon bij een verpleeghuis hier in de stad, heb ik me verbaasd over wat je in die wereld tegenkomt. Die blogs staan allemaal nog gearchiveerd. Samengevat: de afhankelijkheid van vrijwílligers om het werk te kunnen doen (en echt niet luxe, hoor), de enorme waardering die je krijgt van mensen die anders aan huis zijn gebonden, de (levens)verhalen van iedereen, collega-chauffeurs, personeel en gasten. En de verkeersdrempel.

Pas in een busje merk je dat er verkeersdrempels bestaan en wat ze doen. In mijn geval: als ik de rolstoelbus sneller dan met 15-20 km/u over een verkeersdrempel stuur, dan bestaat de kans dat de achterste twee passagiers een onaangename ervaring hebben. Plus dat de kans erg groot is dat de (opvouwbare) rolstoelen ineens elders in de bus staan. En dan heb ik nog ‘overstappers’, mensen die in gewone passagiersstoelen worden vervoerd, want in een (elektrische) rolstoel is het helemaal géén pretje als de chauffeur net te snel rijdt.

Persoonlijk vind ik het nog steeds een formidabele vinding: het weghalen van parkeerhavens voor bussen. Daardoor stopt de bus midden op de rijbaan om passagiers te laten in- of uitstappen. En al die haastrijders erachter? Heel leuk: die moeten wachten tot dat zware, langzame ding weer doorrijdt. Perfect idee.

Als je erover nadenkt, zou het heel goed zo kunnen zijn dat we precies het verkeerde deden met het verkeer.

Smalle straten zijn eigenlijk ideaal. Net breed genoeg om twee auto’s elkaar te laten passeren. Net. Want als er iets is wat automobilisten haten, dan is dat dat een schadegevalletje, een kratje op de lak, een deukje in de auto. Dan moet je dus geen veilige, brede avenue’s maken, maar net-aan banen. Eenrichtingverkeer? Het is het overwegen waard ermee te stoppen op een groot aantal plekken. Sowieso wordt er al de hand mee gelicht door automobilisten, vooral de ‘in de buurt bekende’. Inderdaad: bij school zijn het de ouders zélf die gevaar maken en in de buurt de bewoners zélf die meestal denken te weten wat nog wel veilig is.

Het past allemaal in de gedachte dat we alles moeten (willen en kunnen) regelen. Daar heb ik het inderdaad vaak over. Niet omdat ik een liberaal ben – geheel tegenovergesteld, vermoed ik – maar omdat ik het zo oliedom vond te denken dat gedrag via regelingen kan worden gereguleerd.

De breedte van de straten is er zo eentje. Die verkeersdrempels ook.

Die dingen zijn neergelegd om de snelheid uit ‘het verkeer’ – lees: de auto – te halen. Hele woonwijken liggen er vol mee. Wat mij opvalt sinds ik dus met die bus rijd, is dag personenauto’s helemaal geen remmingen ondervinden van die dingen. Ze razen er overheen en af en toe raakt een spoiler de grond. Da’s zo bijzonder dat iedereen opkijkt. Maar verder? Weinig tot geen effect, zo lijkt het. Maar wie er wél last van hebben, zijn degenen die beroepsmatig al rustiger rijden: busjes, bussen, vrachtauto’s, vuilniswagens, meer van dat soort (bij ‘taxi’s’ aarzel ik). Na een paar maanden dat te hebben aanschouwd, ben ik toch echt geneigd te concluderen dat verkeersdrempels hun doel voorbij schieten. De verkeerde hebben er last van.

Het is werkelijk geschift hoe met die behoedzamere voertuigen wordt omgesprongen. Twee rijstroken? Of anderhalve? Dan effe snel links erlangs. Erachter blijven? Dan zo dicht erop dat je verdwijnt uit de spiegels. Die laatste situaties kan ik ook verkeerd interpreteren en denken de chauffeurs het busje op te duwen. Maar zij zijn klein en wij zijn groot; dus dat werkt dan niet. En als je met passagiers een verkeersdrempel afkomt en meteen naar rechts moet, móet dat langzaam wil je niet als mengkom functioneren; dan moet je dus niet naar je voorhoofd wijzen, klungel die van links komt en die wel 4 seconden moet wachten! Dat soort van dingen.

Eigenlijk zou iedere chauffeur dit werk eens een poosje moeten doen. Je ziet, vanwege de hoogte, in elk geval al veel meer. En je leert wat over verkeersgedrag. Maar vooral: het is echt heel leuk om een paar uurtjes in de week te doen.

Ik ben wel benieuwd wat jullie ervan vinden: mijn conclusie is dat we teveel proberen af te dwingen door (diverse) maatregelen, maar veronachtzamen dat het probleem eigenlijk een mentaliteitsprobleem; dat je niet herstelt met ‘op een zebrapad heeft een voetganger voorrang’, ‘bij haaientanden op de weg: ook stoppen voor fietsers’, ‘verkeersdrempel. Langzaamaan!’.

In dit geval: je krijgt waarvoor je betaalt. De verkeersdrempels zijn goedkoper dan meer mensen op straat die zich bezighouden met mijn en jouw verkeersgedrag (hier staat bewúst niet ‘politie’). Want dat is wat we enorm fanatiek hebben gedaan de afgelopen decennia: de zelfstandigheid, het verantwoordleijkheidsgevoel en het beoordelingsvermogen van ons allemaal aanspreken. Fout één is, denk ik, dat we dat groots hebben óverschat. En nummer twee is geweest dat we niemand hebben gehad die ons aansprak toen we van de spreekwoordelijke glijdende schaal begonnen aF te glijden.

Nu zitten we dus met mensen die maar wat doen. Met parkeerprobleem die worden opgelost met repressie, waardoor de automobilist uitwijkt naar ‘onbelaste’ gebieden. Daar worden de bewoners ineens geconfronteerd met problemen die zijzelf niet veroorzaken. Hoe moeilijk is het te snappen dat dat tot chagrijn in een samenleving leidt? En hoeveel voorstellingsvermogen kost het jou om meer voorbeelden te vinden? Weinig, nietwaar?

De stad waar ik woon, probeert een bereikbaarheidsbeleid te formuleren. Op zich een heel goede zaak, dat daarover wordt nagedacht. Overigens, ik vind het opvallend dat bereikbaarheid dan wordt gezien als fysieke bereikbaarheid. Alsof virtuele niet belangrijker kan worden (zal ik nog eens uitleggen in een andere post). Dat bereikbaarheidsbeleid moet leiden tot goede door- en omstroom voor mensen die langs de stad willen en goede parkeermogelijkheden voor hen die er moeten zijn. Logisch toch?

Waarom eigenlijk? Waar is het gedachtenexperiment dat uitgaat van het níet zo makkelijk mogelijk maken? Da’s geen ‘automobilisten pesten’. Da’s stoppen met denken dat ‘het verkeer een prinsesje is dat van iedere erwt last heeft’. Mij lijkt het wel wat: we maken de stad weer van ons. Iedereen krijgt ruimte om één auto neer te zetten (we betalen dan wel allemaal parkeerbelasting). Meer nodig? Betalen. We hébben gebrek aan ruimte. En al die winkelende mensen? “Die komen niet meer”.

Kijk, da’s nou leuk. Want als die niet meer kopen, is de allereerste vraag wát ze dan naar onze stad bewoog. Blijkbaar de stad of zijn winkelpand níet. Dát is waarop bereikbaarheidsbeleid zich zou moeten richten: een aantrekkelijke stad. En da’s helemaal níet synoniem met: bereikbaar voor alle soorten en maten blik.

Advertenties

One thought on “Hoe regel je verkeer?

  1. Pingback: Weg met de ‘mensen met vlekjes’ | "Me dunkt…"

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s