Laten we afspreken vriendjes te zijn

Volslagen idioot eigenlijk, vinden veel mensen: een stad van 130.000 inwoners en dan zo’n zes, zeven – wellicht zelfs meer – online nieuwsdiensten hebben. Gisteren kwam er weer eentje bij. Zo’n aftrapbijeenkomst is illustratief, hoor.

20130411-142715.jpg

Neem bijvoorbeeld al het naakte feit dat er een áántal nieuwsdiensten is. In de ogen van sommigen is dat zonde. Samenwerking: dát zou veel beter zijn. Om het enge woord concurrentie en kapot concurreren te vermijden, nemen partijen zich dan voor ‘complementair’ te zijn. Dat wordt dus gegarandeerd lachen en huilen, want complementair bestáát niet. Altijd zal er overlap zijn en altijd zal worden gestreden om de voorkeur van de klant. De vrome wens samen te werken zal binnen een aantal jaren ontaarden in een veldslag. Juist omdát niet op voorhand is uitgesproken dat al die partijen in het achterhoofd heeft: ‘… Ik ben de belangrijkste. Ik heb gelijk. Ik ga domineren’.
Daarmee is al voldoende ervaring opgedaan. In de zorgsector wilde men ooit hét betrouwbare informatieplatform voor gezondheidsinformatie hebben. Dat werd iets met de naam Gezondheidsplein, fors financieel en anderszins gesteund door het ministerie. En dat drie jaar later roemloos ten onder ging aan onderling gekissebis. Opvolger KiesBeter, ook stevig gesteund, is het niet verschrikkelijk veel beter vergaan, alhoewel dat langer overeind bleef.

Het is veel verstandiger te erkennen dat partijen elkaar zullen gaan proberen te verwoesten. Dat is helder. Wat echter wél haalbaar is, is proberen er geen achterbakse straatvechterij van te maken. Een bokspartij tussen heren: dat is wellicht een beter beeld. Wel concurrentie, maar tegelijk ook respect voor elkaar en elkaars werk. En de kracht hebben dat ook wereldkundig te maken.

Als ik dan hoor dat er in mijn stad al meer dan zeven jaar wordt gedacht, gesproken en gewerkt aan samenwerking, dan twijfel ik aan het leervermogen van betrokkenen. Dan is het toch vrij duidelijk dat er helemaal niet samengewerkt wíl worden? Dat er voor de bühne iets wordt opgevoerd. En ondertussen de uitputtingsslagstrategie: wie houdt het ’t langste vol?

Dat hoor je ook in het geroezemoes tijdens zo’n aftrap. De mensen komen ook kijken of ze te maken hebben met ‘vriend of vijand’; komen ook om hun beelden en oordelen te spiegelen aan anderen. En – uiteraard – bleek het gezelschap niet zo pluriform als gewild. Dat kán ook niet. Zoals er ook geen enkel muziekstuk bestaat dat iedereen bekoort, maar wel heel veel bands en orkesten, zo zijn ook mensen via voorkeuren te koppelen aan media. Dat die niet meer ‘doelgroep’ maar ‘gesprekspartner’, of iets dergelijks, heet, verandert aan dat principe niets.

20130411-142826.jpg

Fair fight en level playing field: de angelsaksen hebben er prachtige termen voor. ‘Open vizier’ steekt daar ietsje povertjes bij af. Maak bedoelingen, maak posities, maak belangen vanaf dag één duidelijk. Tijdens de aftrap kwam dat ook geregeld voorbij; vooral in de oproepen tot kwalitatief goede en onafhankelijke journalistiek. Dat is bijvoorbeeld enorm alert zijn niet voor iemands (pr)karretje te worden gespannen, voorkomen kritische journalistiek uit te dragen als ronduit wantrouwige en zure artikelen, of te denken dat de lengte van een artikel iets zegt over de kwaliteit.

Helemaal mee eens. Persoonlijk ben ik dus wél een voorstander van de duizend bloeiende bloemen. Dát is pluriformiteit van nieuwsvoorziening. Of dat zakelijk gezien overeind kan blijven, is van een heel andere orde. En zou in deze discussie niet eens een rol mogen spelen. In een veranderend landschap zullen die bloemen er ook komen. De gedachte dat er vast omlijnd vak bestaat dat verkaveld kan worden, waarin complementariteit heerst, is een reliek uit een voorbije tijd. Wat de blinde vlek van veel initiatieven nog is, is dat de differentiatie, de versplintering nog veel verder gaat. In de discussies wordt weinig tot geen aandacht besteed aan het micro-niveau bij uitstek: bloggers. Hyperlocal?! Ik zou m’n geld zetten op spraakmakers, gespreksmakers, meningenventileerders, commentatoren, woordkunstenaars, stijliconen … Het gaat niemand lukken daarin selecties te maken die iedereen passen. Die maak ikzelf wel. Daarvoor heb ik geen ander nodig. De hyperlocal? Dat ben ik. Dat ben jij.

Hoe de wereld verandert, maakte de bij vertrek meegekregen goodie bag pijnlijk duidelijk. Daarin zaten fysieke media-uitingen van diverse partijen. Partijen, overigens, die maar zeer ten dele ook online actief zijn. Dus wat dat daar deed? Over karretjes gesproken.
En wat mij daarin enorm opviel: de hoeveelheid werk en geld die is gestoken in het produceren van (kranten en) glossy’s die vooral de uitstraling hebben van reclamefolders. Want laten we eerlijk zijn: bedrijfspresentaties, wie is daarin geïnteresseerd? Nietszeggend reclamemateriaal. En dan krijg je niet één, maar meerdere mee. Die thuis globaal worden doorgebladerd om binnen vijf minuten bij het oudpapier te belanden.

Dát is realiteit: pakkende artikelen over interessante onderwerpen worden gelezen. Niet te lang, niet te kort, boeiend. Eigen reclame, vermomd als ‘magazine’ of ‘vakblad’, valt dan genadeloos door de mand. Daar tegenover is er ruimte voor in deze stad misschien wel tientállen schrijvers, ook niet-journalisten, over wat echt leeft. 1000 en 1 Bloeiende bloemen.

20130411-142913.jpg

3 thoughts on “Laten we afspreken vriendjes te zijn

  1. Ik heb samen met een paar anderen zoiets 5 jaar gedaan. Lokaal nieuws. Hofstijl.nl

    Samenwerking en concurrentie speelde natuurlijk ook. Toch waren er genoeg sites waar niet mee samen te werken viel. We verschilden teveel van elkaar. Dus dat deze naast elkaar kunnen bestaan is prima.

    Wat wat mij betreft de uitdagingen zijn: kwaliteit en poen. Online zijn dat echt de uitdagingen. En wat dat betreft zijn http://www.stadslog.nl/ en http://www.amsterdamcentraal.nl/ goeie voorbeelden. Kwalitatief zeer in orde. Serieuze visie en kritiek op de stad en het bestuur. Creatief taalgebruik. En, voor mij het belangrijkste: bijdrage aan stadsliefde. Dat gevoel van de stad neerzetten is oh zo belangrijk.

    Den Haag heeft dat niet. Er is geen enkele site die heel mooi het Haagse gevoel neerzet. Met een stukje actualiteit, kritiek en visie. Vreemd is dat.

    Toch kan ik mij voorstellen dat de groepsblogs wat gaan afnemen. Het is eigenlijk zuiver techniek om een bundel artikelen te maken. Dat kan ik als lezer prima zelf. En of die bron nu The New York Times is, of wat dan ook, dat doet er niet toe. Misschien is het handiger want de auteur is niet afhankelijk van het groepsproces, visie, planning, et cetera.

    Misschien dat we zodra we blogs aan GPS gegevens gaan koppelen we dat automatisch kunnen Googlen. Lokaal nieuws bij elkaar brengen puur via GPS en hashtags. Op Twitter kan dat natuurlijk al. Maar het kan beter. En wellicht dat dat geaggregeerd moet worden. Uiteindelijk heb je dan wellicht iets dat beter is dan wat er nu is.

    Hoewel aggregatie natuurlijk relatief oud is, zijn daarmee nog grote stappen te maken. Denk ik.

    • Je hebt gelijk. Hofstijl is (was) een mooi voorbeeld, ja. Wat ook een interessante vraag is – in mijn verhaal zit die verstopt in de járen zoeken naar samenwerking – is die of er wel een atadsidentiteit ís in die gevallen. We doen iedere keer alsof ‘de gemeente’ het ideale niveau is. Maar een gemeente is een bestúúrlijk, een administratief niveau. Het is heel goed mogelijk dat er geen gemeenschappelijk iets is in steden waar het niet lukt. Dat zou er wellicht op wijknivo of stadsdeelnivo wél kunnen zijn. Overigens; dit gaat alleen maar toenemen met al die gemeentelijke samenvoegingen. Ik zal vast ook ooit een blog maken over de onzin van denken in ‘gemeenten’ als ‘dichtbij de burger’. Da’s onzin (geworden).

      GPS is een goed idee (of gewoon goed metadateren met lokatie). Niet eens om info uit de stad op te halen, maar om te weten wie in jouw stad of buurt wat doet en vindt. Dat samenstellen doen we, inderdaad, zelf wel.

      • we zijn allen 1 maar als je bij je gezin begint, dan de wijk, dan de stad, dan de wereld. mwah, misschien heb je dan iets.

        klein lokaal trekt mij het meest. op zich is Den Haag een prima stad. behoorlijk te behappen. en genoeg stof om je mee bezig te houden. wel lastig om er wat geld aan terug te verdienen en het kwalitatief en financieel solide te maken. vond ik.

        ik weet het ook niet precies hoor. mijn gevoel zegt dat dit soort toepassingen, site, mensen het gevoel geven verbonden te zijn. maakt ze minder bang, eenzaam. vanuit een klein bereik meer kracht uitstralen.

        moet zeggen dat ik daar persoonlijk niet in geslaagd ben. heb diverse malen met de Haagse gemeente te maken gehad op zakelijk gebied en ben daar een paar maal onbeschoft behandeld. dat resulteerde toch in aanzienlijke afkeer. Den Haag heeft een asociale bestuurlijke kant waar ik slecht tegen kan. enorm veel geld gaat naar prestige en gelul. daar moet ik me dus verre van houden. maar het is ook geweldig op andere vlakken. creatief. cultureel. het heeft veel eigenheid. en is net een dorp.

        stadsliefde, dat vind ik een prachtig onderwerp. mooiste voorbeeld: Adriaan van Dis over Parijs. bv het boek dat zo heet, Stadsliefde. misschien moet je je eerst vreemdeling in een stad voelen om zo te kunnen observeren…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s