Een onaangenaam vooruitzicht

Het is donderdag 11 december 2008 als J.L. Heldring in NRC Handelsblad dit schrijft:

Hoe ontstaan revoluties?

Hoe ontstaan revoluties? Het romantische beeld wil dat het volk, door diepe nood gedreven, in opstand komt en de zittende macht omverwerpt. De werkelijkheid is eerder dat een volk dat aan de rand van de honger leeft, geen tijd en fut heeft om aan andere dingen te denken dan te overleven. Er moet een klasse van mensen zijn die de middelen heeft zich op te werpen als spreekbuis van de verworpenen der aarde – en dan volgt het volk, maar ook niet altijd.

Zo begon, in grote trekken, de moeder aller revoluties: de Franse van 1789. De klasse die toen de macht greep, bestond vooral uit gefrustreerde advocaten en journalisten, die onder het oude regime niet voldoende succes hadden gehad. (Dat onder dat regime succes, in beperkte mate, wel degelijk mogelijk was, hadden Voltaire en andere Verlichters getoond.)

Maar er is nog iets anders nodig om een revolutionair klimaat te scheppen: de jaren voorafgaand aan de revolutie, moeten niet alleen door doffe ellende worden gekenmerkt. Nee, juist integendeel: door hoop, maar hoop waarvan de bodem ingeslagen is. Er moeten enkele jaren van betrekkelijke voorspoed aan voorafgegaan zijn, er moet voor velen licht aan het eind van de tunnel zijn verschenen – waaraan plotseling, door misoogsten, natuurrampen of andere oorzaken, een eind is gekomen.

Die derde alinea begint met zuivere sociologie: het wegvallen van net weer opgebouwde hoop die de bodem wordt ingeslagen. Ik kan me nog herinneren dat tijdens mijn studie dit aan de orde kwam. Dat was een eye opener: niks Verelendung, de catalysator, de ontsteker, het begin zat heel ergens anders. In groepen die het nét weer beter hadden gekregen en tot rust kwamen. En dan …. die ene doffe dreun waarmee ook die hoop uit je donder wordt geslagen. Dát is het gevaarlijke moment.

Het is die wetenschap die me al een jaar of twee, en zeker het afgelopen jaar, onrustig maakt. Want er wórdt me nogal wat hoop de grond ingeslagen. En nee, dan heb ik het echt niet (alleen) over werkloosheid. Dan heb je het over zekerheden: spaartegoeden, pensioenvooruitzichten, valutawaarden oftewel inflatie, werk (inderdaad, dat ook), voedselonveiligheid, uitvallende (bank)computersystemen, graai- en andere schandalen, politieke (in)stabiliteit en oorlogszuchtige taal. Het telt op. En, veel erger, de gevolgen raken de individuen óók. Een graaiend bestuurder wekt ergernis, maar heeft geen direct gevolg voor de positie van een ander individu; de opeenstapeling nu heeft dat wel: de buikriem moet aangetrokken, het maatschappelijk klimaat guurder. Dát is het verschil.

In theorie zijn we ontvlambaar, dansen we op de vulkaan.

images

Als ik uit het raam naar buiten kijk, zie ik een beeld dat net zo is als altijd: grauwig Nederlands weer en mensen die doen wat ze blijkbaar moeten doen. Niks aan de hand. Zo te zien. Onder de oppervlakte gebeurt echter waanzinnig veel. Veel is daarvan niet te zíen – misschien met uitzondering van de hoeveelheid bordjes Te Koop aan de overkant – of af te leiden uit gedrag. In de supermarkten wordt nog steeds gekocht. Voor ons consumenten valt niet op te maken of we nu en masse naar Liddl gaan in plaats van naar AH. Of dat we minder inkopen. Het leven lijkt gewoon zijn gangetje te gaan.

Het leven gaat echter áltijd gewoon z’n gangetje. Het leven in oorlogstijd is niet altijd en overal zoals de films ons hebben ingeprent of de tvbeelden ons laten zien. Het dagelijks leven gaat gewoon door. Tot mijn – en jouw? – stomme verbazing ook op slechts enkele kilometers afstand van totale vernietiging, zoals in Noord Afrika. Dat gold ook voor het leven in de Tweede Wereldoorlog. Het is uitermate gevaarlijk te veronderstellen dat we zullen kunnen zíen dat het verkeerd gaat, dat we worden gewaarschuwd, dat we visuele cues krijgen. Die komen niet.

Ik hoop dat het de veel langer doorzeurende winter is die je doet denken dat we zo’n constellatie tegemoet gaan. Dan is het een kwestie van stijgende temperaturen en zon om het allemaal weer positief te zien. Maar da’s een uitermate naïeve houding. Anderzijds: om nu op voorhand álle hoop op te geven.

Nog geïnteresseerd in de laatste zinnen van Heldring? Die moet je alleen lezen als de weersvoorspelling zeer gunstig is:

En wat zullen de politieke gevolgen van de crisis in Europa zijn? Hoe zullen de volksstammen die hun vakanties naar de wintersport, de costa’s of Thailand – vakanties waarvan hun ouders niet hebben kunnen dromen – als een verworven recht beschouwen, straks reageren, wanneer dat niet meer kan? Niemand weet het, maar dat ze dit gelaten over zich heen zullen laten gaan, is onwaarschijnlijk. Alleen Amerika toont, met Obama’s overwinning, een hoopvoller beeld. Dat deed Roosevelt in 1933 ook – hetzelfde jaar waarin in Europa Hitler aan de macht kwam.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s