Afscheid

Soms gebeurt er iets waarvan je denkt: “maar realiseert iedereen zich dit?”. Vandaag gebeurde er zoiets. Iets waarvan ik denk dat het goed is om even bij stil te staan: (het effect van) afscheid nemen.

Eén van de dingen die ik doe, is cliënten van de dagopvang in een verpleeghuis ophalen en thuisbrengen, met ‘het busje’ inderdaad. Vanochtend kwam de mededeling dat één van de cliënten vanaf morgen niet meer wordt opgehaald. Hij is té verward en gaat uit huis, naar een interne afdeling. Dat is een stap die we wel vaker mee maken.

Liefste..

Maar heb je enig idee hoe dat inwerkt?

Over directe familie heb ik het niet eens. Je partner of ouder die het huis uit móet en naar een verpleegafdeling gaat. Da’s heftig. Dat is een besluit dat je honderden keren afweegt op juistheid: ‘is het echt zo erg dat het nodig is?’.

Maar dan de beroepsmatige zorgverleners.

Impliciet is ook deze blogpost een aanklacht tegen degenen die denken dat ‘zorg’ een makkie is en door jan en alleman kan worden gedaan. Eén van de trieste dieptepunten is het idee dat ook werklozen en bijstandsgerechtigden gedwongen kunnen worden dit werk te doen. Dieptriest omdat de redenering helemaal is gebaseerd op een hiërarchie in banen, waarbij ‘iedereen’ de lager gerangschikte kan doen en ‘enkelen’ de hoog gerangschikte. Inderdaad: die aanpak heeft trekjes die passen in het corporatisme en fascisme.

Zorgverlener is een complex beroep. Het is mensenwerk. Als je de oordelen hoort over zorgverleners, hoor je vaak: “ík zou dat niet kunnen”. En dat is ook zo. Zorg verlenen vereist betrokkenheid. Je kunt het niet afraffelend doen. Het is mensenwerk en mensen vóelen desinteresse. Zorg verlenen is geen roeping. Het is wel werk waarvoor je gevóel moet hebben. Weten hoe je omgaat met mensen, ze behandelt, ze geruststelt, ze informeert. Zorg verlenen is mensenwerk.

De complexiteit zit er in dat je ook afstand moet houden. ‘Je werk mee naar huis nemen’ is slopend, zeker hier. Zorgverleners zijn wat Kees Schuyt ooit noemde equilibristen, evenwichtskunstenaars. Mensen die kunnen omgaan met de afweging tussen distantie en betrokkenheid. Dat kan zeker niet iedereen. Het is zelfs te zot voor woorden te veronderstellen dat mensen die dat niet wíllen, dit werk wél zouden kunnen doen.

Colour Print

Een goede zorgverlener onttrekt zich dus niet aan de ander, maar probeert wel afstand te houden. Dat is wezenlijk: empathie zonder jezelf op te offeren.

Zo’n cliënt die weg gaat. Ik ben in het hele proces een marginale speler en zeker geen beroepsmatig zorgverlener. Toch valt me op dat je je enigszins hecht aan ‘je cliënten’. Als je dan weet dat de doorlooptijd van die cliënten varieert van weken tot jaren – met een voorliefde van ‘weken’ voor de dementerende bejaarde – dan kun je je voorstellen dat er heel wat cliëntrelaties zijn. En dus ook heel wat keren afscheid.

Het leidt een marginaal bestaan. In Nijmegen is ervoor de term compassie opnieuw gemunt, maar nu in relatie tot zorg. En terecht. Maar de beleidsmatige werkelijkheid van alledag is een andere.

Het kostte mijn bijrijder-verzorgende niet extreem veel moeite afscheid te nemen van de cliënt. Maar toch bleef ze niet onbewogen. Dát is wat het doet: “als je iemand ziet huilen, dan raakt je dat”. Zorg verlenen is mensenwerk. Dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Dat mág je niet eens in je kouwe kleren zitten.

Advertenties

One thought on “Afscheid

  1. Pingback: Beleidsmist: zelfstandig wonen is wél crimineel | "Me dunkt…"

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s