Een vermolmde vloer

Stel. Je bent niet handig. Ik, dus. En dan moet er iets in of aan het huis worden gerepareerd. Dat wordt dus altijd nogal aanklungelen. Dat kun je – ik – natuurlijk ontkennen, maar dat verandert niets aan de zaak. Het blijft broddelwerk.

Als je – ik – gaat repareren, moet je daar rekenschap van geven. De meeste mannen – nee, geen typefout – zullen dat niet doen. Die repareren vrolijk door en kopen hele bouwmarkten leeg. Die, op hun beurt, zullen niet klagen van onze pogingen om houtrot te bestrijden, een “leidinkje te leggen”, een muurtje “op te trekken” of een hypermoderne mengkraan te installeren.

Het effect?

Vaak toch net iets minder netjes dan gepland. Vaak toch veel en veel meer tijd vretend dan verwacht. Vaak toch ‘ietsje duurder’.

Toen wij jaren geleden een nieuw huis zochten, heeft een makelaar iets gezegd wat me is bijgebleven. Toen we in een jaren dertig woning rondliepen – zo eentje hadden we en wilden we graag wéér, zei hij: “Kijk, dit is dus een zelfbouwer. Niet alleen die schrootjes verradden dat. Maar ook van die scheefzittende kraan. Die werkt vast wel goed. Maar je kunt er ook gif op in nemen dat er sneller dan elders problemen ontstaan”. Ik parafraseer, want wat-i veertien jaar geleden precies zei, weet ik niet meer. Maar dit was de strekking. Zijn conclusie in zoń huis is: “voorzichtig, want voor hetzelfde geld zit er ergens een veel te smalle afvoerbuis of een net niet passende lasdoos”.

Zelfdoen. Een soort nationale hobby, met gevaarlijke gevolgen. Als je ’t niet goed en grondig doet. Dan krijg je een huis dat bij wijze van spreken met plakband aan elkaar zit. Met kozijnen waar de houtrot nét verkeerd is behandeld en de houtrotvuller nét niet vlak is gestreken. Of, zoals de schilder ooit zei, waar de kitlaag lekker is volgesmeerd: wat helemaal niet mág.

Kijk. Dan heb je een beginsituatie die al niet zo best is. In de loop van de tijd ontstaat er altijd wel een netwerk van reparaties. Net als een fietsband is er ook een moment waarop plakken, waarop repareren onverstandig is. Dan is nieuw noodzakelijk.

Aan die parallel moest ik denken toen ik vandaag dit las:
Photo16-03-13111421_zpsb873892d (1)

Eigenlijk zou je de De Volkskrant moeten kopen om het te lezen (er staat nog een interessant artikel in). Maar dit volstaat voor hier: de wereld zoals we die kennen, verandert ingrijpend.

Wat me vandaag bezighield, is dat we als samenleving niet als zo’n klusser aan de slag moeten met een reparatietje hier en een aanpassinkje daar. Eigenlijk zou je een heel nieuw gebouw moeten ontwerpen, bedenken, designen. Daarna zou je dát gebouw moeten optrekken. Maar we blíjven maar klussen en repareren. Waardoor we nu zitten met ‘een systeem’ dat als spaghetti in elkaar zit en steeds onbegrijpelijker wordt. Niet voor niets kennen softwarebouwers die termen en ook de oplossing: helemaal vanaf de bodem opnieuw opbouwen, niet proberen te ontwarren.

Eerlijk? Dan zijn al die mensen die nu volop bezig met pracht concepten als ehealth, het nieuwe werken, quantified self, of ‘gewoon’ de ontwikkeling van apps, bezig met bouwen op een vermolmde vloer. Ze bouwen geen nieuwe wereld. Ze bouwen een nieuwe, cosmetisch aantrekkelijker laag over de oude ellende heen. Dat gaat dus niet werken. Op den duur ettert die ellende er gewoon weer doorheen of, erger, komt het in verhevigde vorm tevoorschijn.

Somber? Nee. Als maar duidelijk is dat dít de situatie is. En nog niet dat bouwen aan een nieuw gebouw.

Advertenties

One thought on “Een vermolmde vloer

  1. Pingback: een vermolmde vloer | adri munier punt en el

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s