Pareto’s 80-20

Raar is dat. Dat we sommige dingen maar niet (willen?) leren. Het is de fout die keer op keer wordt gemaakt. Je zou zeggen dat die intelligentste primaat die we menen te zijn, leert van fouten en die zoveel mogelijk zal proberen te vermijden.

De fouten waarop ik doel, wíllen we wellicht helemaal niet vermijden. Mogelijk is de situatie eerder dat we niet willen hóren, niet willen wéten dat het niet is zoals we hopen en denken dat het is. Da’s een verduveld lastige. Zeker ook omdat degene die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor die fouten, de aanstuurders, vaker op plekken zijn te vinden waar een fout erkennen gelijk staat aan gezichtsverlies of statusachteruitgang dan niet. Je vindt ze zowat overal. Het is een soort collectieve aangelegenheid.

Computers. Dat is het sleutelwoord.

De fouten die we maken en die we blíjven maken, hebben alles te maken met computers. We zijn in een staat beland waarin we geloven dat computers vooral vooruitgang brengen. Vooruitgang die we ook nog eens definiëren in termen van geld: als een computer iets doet, is het goedkoper. Af en toe komt ook de kwaliteit – van leven of werk – om de hoek. Als dát echter de enige of belangrijkste drijfveer is, kun je er vergif op innemen dat de ontwikkeling níet wordt ingezet.

Daar schuilt dus het addertje in het gras: inzet van computers ís helemaal niet per sé voordeliger.

Ja, zeg. Dat wisten we toch allang? Jazeker. En tóch blijven we geloven. Want dat is de analogie, die met een geloof, met een levenshouding. Ook daar worden bepaalde fundamentele aannames zelden tot nooit ter discussie gesteld. Da’s ook de essentie van geloven: empirisch bewijs ontbreekt vaak. Of, nog mooier, empirisch bewijs van het tegendeel wordt ontkend.

Dat kennen we. Alternatieve geneeswijzen en -middelen. Hoe vaak ook wordt aangetoond dat ze níet werken; er blijven mensen in geloven en ze gebruiken. En, terzijde, soms ook genezende effecten rapporteren, waarvan dan weer niet duidelijk is of dat komt door een sterk geloof in of door een werking van. Kortom. Geloof.
Probeer maar eens iemand van zijn geloof af te brengen. God bestaat (niet)?! Hoe toon je dat aan? Dat eist hogere filosofie zoals Descartes die inzette om een godsbewijs te geven. Inderdaad, in de marge daarvan komt zijn ‘ik denk, dus ik besta’ voorbij. Het bestaan van Allah of enig ander opperwezen is evenmin empirisch aantoonbaar. In het beste geval dienen oude documenten als bewijs.
Voor gelovigen is dat alles echter onbelangrijk. Aantoonbaar of niet: zíj geloven er in. Zoals er ook mensen zijn die in een parallel universum geloven, in elfen, in een geestenrijk, in kracht van cijfers. Dat alles mag wetenschappelijk onhoudbaar zijn; het is irrelevant voor gelovigen.

Onze houding ten opzicht van technologie, zeker ten opzichte van computers heeft sterke overeenkomsten met zo’n geloofshouding. Ondanks de ook kritische geluiden over de mogelijke ontwikkelingsrichtingen en -effecten blijven we computeriseren. Sterker, er zijn er die geloven dat dat moet gaan uitmonden in een singulariteit. Grof geschetst: de computer(systemen) zijn dan slimmer dan de mens en dus is de mens vanaf dan dienend aan de machine. Dat debat is volop gaande. Net als de theologische discussies raken die echter niet aan de daadwerkelijke ontwikkeling. Die gaat onverstoorbaar voort. Ik durf er iets onder te verwedden dat dat voortgaat zelfs als de negatiefste scenario’s werkelijkheid worden. Die zullen worden ontkend.

Precies zoiets doen we met z’n allen als het gaat om de inzet van computers. Vooral in bedrijfsomgevingen is dat veel te vaak te zien. Daar worden geregeld ‘ICTsystemen geimplementeerd’. Meestal tegen enorm hoge kosten. Meestal veel later opgeleverd dan voorspeld. Meestal veel onderhoud en aanpassing nodig hebbend. Meestal net niet passend (en dus ‘passen we de werkprocessen aan’).

We blíjven desondanks geloven dat computers een soort Haarlemmerolie, een wondermiddeltje zijn. Zeker, ze kunnen onwerkelijk snel rekenen en ordenen. Als het op te lossen probleem in essentie een organisatieprobleem is, dan gaat dit dus niet werken. Ja, ja, ook dát weten we allemaal al. En, ja, ja, we blijven het wondermiddel inzetten.

We zouden kapitalen kunnen besparen – en dan heb ik het over kapitálen – door ook eens kritisch stil te staan bij de inzet van technologische oplossingen, met name voor processen. Ik heb de afgelopen jaren voorbeelden voorbij zien komen van CRMsystemen – om klanten mee te documenteren -, van CMSen – om content mee te beheren -, van administratiesystemen, waarvan je je afvraagt of iemand daarover nadacht. Veel van die systemen zijn ‘maatwerk’. Daardoor wordt de klant afhankelijk gemaakt van een leverancier. Dom, dom, dom. Neem dán minstens open source, maar eigenlijk: stel je eens de vraag waaróm het zo ingewikkeld moet. Want veel ‘oplossingen’ zijn nodeloos ingewikkeld en vergroten de afhankelijkheid van de ‘oplossing’. Lagere ambitieniveaus zouden weleens bedrijfsmatig veel gezonder kunnen zijn. Zeker ook voor overheden.

Dat is wat technologie doet: als je er eenmaal aan begint, trekt het je steeds verder naar binnen. Er is altijd wel een probleem op te lossen of een uitdaging aan te gaan. Onweerstaanbaar, als een mot door een vlam. Dát is wat ook computers vaak doen. De gelovigen in de singulariteit zouden wat betreft weleens gelijk kunnen gaan krijgen. En tot die tijd blijven we miljoenen besteden aan marginale vooruitgang.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s