Jekkes. Dát valt tegen

Teleurstelling. Je moet er mee leren omgaan, want het besluipt ons de godganse dag van alle kanten. Mooie beloftes die – soms nét – niet worden waargemaakt. Dat je hart juicht om even later een doodsmak te maken van desillusie. Het zijn die momenten waarop je denkt dat je favoriete sportclub scoorde…. in het zijnet. Dat soort van teleurstelling.

Dit is er zo een.

Nordic Innovation. Het zou me lichtjes verbazen als je de club kent. Het is een van de vele intergouvernementele samenwerkingsverbanden die er bestaan. Zeker binnen Europa is het een florerende tak van sport; vooral in de zin van financieel gewin voor deelnemers. Er wordt alsof het een lieve lust is, vergaderd, onderzocht en geadviseerd. En – ja, ja, de cynicus sla je nooit dood – met héél, héél weinig effect. Dat is ook nog ’s een blogpost waard: beleidsevaluaties.

Nordic Innovation is een samenwerking van noordelijke landen, gericht op het stimuleren van onderlinge samenwerking en handel gericht op innovatie. En dat definiëren zij als

… new products, services, markets, processes or organisational models that create financial benefits or otherwise are of value to society. Innovation takes place in companies and with public sector service providers and is important in all industries and sectors.

Nu ben ik niet zo onder de indruk van al die clubs, clubjes en verbanden. De belangrijkste reden voor mensen en organisaties om eraan deel te nemen lijkt wel het financieringszintuig te zijn. In die netwerken wordt geld rondgepompt en als je de hand daarop kunt leggen… Het is wellicht de belangrijkste reden van bestaan voor veel van die organen: het gegeven dat via hen de toegang tot financiering is geregeld. Het is frappant hoe weinig duurzaam de verbanden blijken te zijn als het geld op is.

Deze club leek me dus ook zo eentje. Maar dit rapport heeft wél een verleidelijke klank.

20130204-182513.jpg

Vooral dit sprak me aan:

Participants build personal networks of supportive colleagues from industries and cultures beyond those they ordinarily encounter. They may come to view themselves in a new way through the experience of trust and support in the community and be inspired to take on the uphill battle of fostering significant change.

Mijn hart is dus weer aarde terug gekeerd. Het is zeker een rapport dat de moeite van het doorbladeren waard is. Het geeft je in elk geval een beetje een beeld van welke netwerken zij op het oog hebben. De eerlijkheid gebiedt meteen toe te geven dat het rapport oproept de inventarisatie uit te breiden. En dat is ook wel nodig.

Wellcht had ik de verkeerde verwachting, hoor. Maar ik had gehoopt iets te gaan lezen over de min of meer geformaliseerde informele netwerken die er bestaan tussen gelijkgestemden. Wat ik kreeg, is een rapport over geïnstitutionaliseerde – en zelfs behoorlijk geslóten – netwerken. Van die netwerken waarvan duidelijk is dat je moet worden gevráágd deel te nemen.

Dat gaat ‘m niet worden dus.

Als er iets is wat we weten van sociale groepen, is dat openheid een essentieel aspect is voor voortbestaan. Gesloten groepen, zoals sportverenigingen vaak zijn, gaan op den duur ten onder aan te weinig aanpassingsvermogen. ‘Zo doen wij dat altijd al’. Die houding, dus. Open groepen laten nieuw bloed toe en daarmee ook nieuwe ideeën.

Wat mij frappeert, is dat de beschreven innovatienetwerken eigenlijk nogal gesloten zijn. Echt coöpterend zijn de meeste netwerken niet. Toch zijn ze ook niet zo open dat er werkelijk een dialoog is tussen verschillende gremia. Dat, overigens, is echt heel lastig omdat ieder open netwerk bij succes in de verleiding komt zich meer te sluiten teneinde de status van de leden te borgen. Dan moet je van héél goede huize komen om toch die openheid actief te bewaken.

Die Innovation Communities zouden ook open moeten zijn, maar zijn het naar mijn mening te weinig tor niet. De beste kansen op innovaties blijven toch echt komen uit kringen die geen professionele binding met hun onderwerp hebben. De kunstenaar die iets bedenkt voor de zorg, als voorbeeld. Die bevruchting leidt tot werkelijke vernieuwing. Daarvoor is dan wel die openheid nodig. Maar de huidige netwerken hebben dat niet, omdat conformisme ook daar werkt. Ad hoc verbanden en ontmoetingen zijn in dat opzicht beter.

Ad hoc?!

Dat is nu juist het kenmerk van grote groepen in ondermeer de creatieve industrie. Nóg wel. Dat was echter wel precies wat ik had gehoopt te vinden in dit onderzoek. De positie en rol van visies als die van – landelijk, én Japan – Seats2meet, van netwerken als – in Leiden – Gangmakerij of – Rotterdam – The Hub. in het rapport wordt gewezen op de innovation hotspots. Maar die zijn verder toch wel zwaar onderbelicht gebleven. Dat is dan wel weer teleurstellend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s