Wat is dat toch met kranten en nieuws?

Van de week was-t-i er weer ‘s: de discussie over de positie en rol van journalisten in het nieuwslandschap. Eigenlijk is dat al winst, omdat de meeste gesprekken de afgelopen jaren gingen over ‘de krant’.

De krant is niets. Dat is een stapeltje papier, niet eens met een nietje erdoorheen. Nog erger is dat die krant helemaal niet hoogwaardig is. Als het regent, krijg je een zielig pakketje door de brievenbus gepropt. Als je geluk hebt en een dus een goede krantenbezorger. Een krant is ook binnen de kortste keren kapot. Zo’n natte krant helemaal, maar een droge scheurt ook lekker snel. Wat ook lekker gaat, is jezelf verdonkeren met kranteninkt. Dat is wel minder geworden dan het ooit was – héél erg – maar nog steeds kun je heel snel een lichte broek of een licht overhemd van zwarte strepen voorzien. Ik wel in elk geval.

Dat dat medium het loodje legt, is nooit zo moeilijk voorspellen geweest. Alle alternatieven waren beter, schoner, steviger; van televisie en radio tot en met de glanzende tijdschriften. Wat daarin geen rol speelt, is de inhoud. Dit gaat uitsluitend en alleen om het medium. In een trage wereld is dat schrijven, drukken en verspreiden van nieuws snel genoeg in vergelijking met de maanden tot jaren die nieuws in de vroege middeleeuwen nodig had om te verspreiden. In een snelle wereld word je echter voorbijgesneld door andere media waarmee het nieuws zich verspreid. In de krant lezen wat je ook op de radio al hoorde? Wat al op televisie was te zien en te horen? Wat je op het internet kon lezen en zien? Nee, dan is de krant te langzaam en de kwaliteit van het gebruikte papier stomweg te slecht om nog waardevol te zijn.

20130203-190800.jpg

Interessanter wordt het als je in die ontwikkeling gaat kijken naar de inhoud. Dat ligt een stuk ingewikkelder.

Nieuws is eigenlijk alles waarover een verhaal is te vertellen; hetzij omdat het nog nooit eerder voorkwam, hetzij omdat het te vertellen verhaal nog niet eerder zo werd verteld. En dan zijn er tal van variaties uiteraard; “nog nooit eerder” is immers ook te begrijpen als “de anderen wisten dat nog niet”. Autoongelukken als zodanig zijn geen nieuws meer, maar de afzonderlijke ongelukken weer wél zij het dat het flinterdunne verhalen oplevert. Die zullen eerder het niveau hebben van een basisschoolleerling die in zijn of haar opstel schrijft “en toen en toen en toen”.

De discussie die nog steeds plaatsvindt, gaat over – bijvoorbeeld – de vraag wat eigenlijk de basis is voor het nieuws. Wie dat analyseert, zoals Pew in 2010 deed, stelt vast dat veel informatie oorspronkelijk afkomstig is uit klassiekere media. Het beeld wat zich daaruit opdringt, is dat zonder die basis de hele piramide ineenstort. Vraag één is echter hoe terecht het beeld van die piramide is.

Wat gebeurt, is dat sterk hiërarchisch wordt geredeneerd vanuit die basis. Nieuws, zo lijkt het dan, is één homogeen geheel dat via een beperkt aantal kanalen wordt gegenereerd. Maar nieuws is een sociaal fenomeen en zeer zeker niet in omvang te bepalen. Wat voor de een wel nieuws is, is dat voor de eerstvolgende niet. En de manier waarop naar een nieuwsfeit wordt gekeken, verschilt met het gehanteerde achterliggende wereldbeeld. In die dynamiek kunnen daarom meerdere nieuwsmedia opereren. Maar in die dynamiek kunnen dus ook geheel nieuwe kanalen ontstaan.

Burgerjournalistiek is er zo een. Wat je ervan mag denken; het ís er en het wordt gebruikt. Hoe eenvoudiger het onderwerp hoe makkelijker te doen. Een ongeluk beschrijven is net makkelijker dan een opstootje. Een omkoopschandaal is echt van een andere orde; dat vereist kennis en inspanning. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat burgerjournalistiek per definitie slechter is dan professionele. Net zomin als dat het andersom niet geldt. Het verschil zit ‘m in goede en slechte journalisten; en in de instroom van heel veel mensen die ook wel een kans willen wagen goede journalist te zijn. Omdat dat kán, gebeurt het ook: “journalist is iedereen en kan iedereen zijn”.

Is dat dan helemaal nietszeggend geworden, dat journalistieke vak? Dat lijkt me niet. Maar het is wel nogal aan het veranderen. Nu het niet meer dé toegang is tot het publicerende medium, de krant bijvoorbeeld, is het meer dan ooit een concurrentiestrijd geworden. Een concurrentiestrijd met iedereen met een goed stel hersens. Een goed schrijvend of presenterend wetenschapper is heden ten dage ook geaccepteerd als journalist. De buurman die alles weet van de stad, is vast en zeker in staat mooie verhalen te vertellen over die stad.

Het onderscheidende zit ‘m niet meer in de beroepsopleiding. Het zit ‘m eerder in twee zaken: het kunnen vertellen van verhalen en het vinden van verhalen. Vooral die laatste is een interessante. Journalisten zijn meer dan ooit de agenda-bepalers. Dat wat zij doen, is vaak het startpunt voor verdere gesprekken. In de kantoren, de huiskamers, de cafés, op social media, in samengestelde media (curatie bijvoorbeeld). Maar de vinder en benoemen van het nieuwtje is de journalist. Dat is wezenlijk anders dan de oude vorm, die eerder andersom werkte.

Eerlijk gezegd, zie ik het allemaal wel hoopvol tegemoet. Goed, het is een waanzinnige tijd waarin onduidelijk is wie wat is en waarom hoeveel krijgt. Laten we er vanuit gaan dat dat een gegeven is, maar dat er een nieuwe orde zal ontstaan. Hoe zou dit er uit kunnen zien?

20130203-190811.jpg

Ik denk dat daarin dat eenvoudige nieuws, de ‘feiten’, grotendeels door onszelf wordt gemaakt. De mensen op straat hebben allemaal smartphones en een voldoende grote groep de behoefte anderen te vertellen wat ze zien.
Wat we nog niet zien, is het werk voor mensen die daar tijd en energie in steken. Dat zijn dus de journalisten. Waarom die aan één kanaal zouden moeten zijn gebonden, is een vraag uit een voorbije tijd. De journalist zal eerder een ongebonden geest zijn, die zijn stukken aanbiedt aan ‘een markt’.

Of dat zo gaat worden? Geen idee. Mijn koffiedik is net zoveel waard als die van een ander. Maar als ik bijvoorbeeld een initiatief zie als 360 Magazine, dan denk ik dat zíj in de goede richting zoeken. Door de keuze voor, naar hun mening, goede stukken, leggen ze nadruk op wat journalistiek werk is: goede, dieper gravende stukken en daarmee de publieke agenda (mede)bepalend.

Mij zal het nog benieuwen wat er uiteindelijk over een paar jaar ligt. Maar wat mij wél opvalt, is de moeite die sommige journalisten hebben om uit hun comfort zone te worden gehaald. Of het zo is dat burgerjournalisten “lui” zijn?! Dan zijn veel ‘professionele journalisten’ dat ook. En net als al die andere beroepsgroepen die zich beroepen op hun professionaliteit, is alleen al die kreet het teken dat we inmiddels in een achterhoedegevecht zijn terecht gekomen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s