De wijsheid en de overmoed

Wijsheid is de vaardigheid afstand van jezelf te nemen en de kennis van een ander tot je te nemen. Wijsheid is jezelf niet té serieus nemen. Wijsheid is ervaring wel, maar ook níet, gebruiken. Wijsheid is niet noodzakelijkerwijs op de voorgrond of in het licht te vinden. Wijsheid is jezelf kennen en erkennen; je beperkingen en je kracht.

Wijsheid is niet te vinden in het aanmeten van een lange grijze baard. Evenmin zal een hippe bril bijdragen noch een model dat je gezicht intellectueler laat lijken. Ook zal een warrige haarbos niets toevoegen noch een lijzige stem. Excentriciteit in enig vorm draagt niet bij.

Wijsheid, in z’n pure vorm, is zelfkennis.

Als er iets is waarover ik me in m’n leven steeds meer ben gaan verbazen, dan ben ik dat zelf. Daarover heb ik eerder al geschreven omdat dat tot heel interessante inzichten en vragen leidt. Ook bij jou, lezer.

Een belangrijke les die ik leerde, is dat er dingen zijn die je móet meemaken om goed te kunnen waarderen, beoordelen. Dat zijn de traumatische levensgebeurtenissen. Een overlijden, een baan kwijtraken, een verhuizing, een (eerste) kind krijgen: dat zijn gebeurtenissen met een groot effect. Gebeurtenissen ook die je wijzer maken.
Wat ze je namelijk leren, is dat je heel anders reageert op die gebeurtenissen dan je vóóraf dacht. Een eerste kind krijgen. Vraag maar eens na hoeveel invloed dat heeft gehad. Ook voor de vaders, in hun kijk op de wereld. Die verandert op slag. En mocht je denken dat verhuizen vooral een paar dagen gekloot en gesjouw met dozen en meubels is. Doe het vooral eens en probeer aandachtig na te gaan of je niet misschien toch ook een gevoel hebt ontworteld te zijn. En of je dát vantevoren zo had voorzien.

Tot in elk geval míjn verrassing is wijsheid in een gemiddeld leven dus wél gekoppeld aan leeftijd. Leeftijd in de zin van levenservaring. En de wijsheid zit ‘m in het gebruiken daarvan. Zonder omhaal van woorden: jongeren kúnnen sommige dingen niet in hun volle omvang bevatten. Grosso modo, hè; er zijn ook jongeren met heel veel levenservaring en wijsheid en er zijn ook ouderen zónder.

Als je jong bent, denk je dat je anders bent dan je ouders en de andere ouderen. Je denkt ook dat je het allemaal anders en vooral véél beter gaat doen. Dat dacht ik ook. Dat dachten al mijn generatiegenoten ook. Maar mijn ouders dachten het ook en waarschijnlijk denk of dacht jij dat ook. We zijn, in dit opzicht, niet zo ongelooflijk uniek (evenmin in het bedenken van smoesjes en uitvluchten in je jeugd. Die bedachten de ouders ook zelf al eens).

Nu ontstaat er wel een beetje een probleem. Hoe jonger hoe meer je nog ‘moet’ ervaren en hoe minder je je de werkelijke invloed ervan kan indenken.

Momenteel lijkt er frictie te ontstaan over de leefsituatie van ouderen. Die zijn rijk en hebben een prima leventje. Wat de mensen die dat denken, dan stoort, is dat die verdomde ouderen zich verzetten tegen die schets.

20130131-144411.jpg

Laat ik er iets tegenover zetten. Het is zuiver persoonlijk, maar ik weet uit gesprekken dat het te verbreden is. Die gesprekken mag je zelf eens (proberen te) voeren. Heel leerzaam!

Tussen mijn vijftiende en twintigste zo ongeveer had ik het beeld van gepensioneerden als mannen die, zoals mijn vader en ooms, sigaren en pijp rokend in kamers waar de zonnestralen door de rook danst (heftige) discussie voeren. Of van mensen die zélf hun tijd indelen: een boek lezend, een baantje trekkend in zee of een wandeling makend. Frappant is dat de moeders niet zo’n spectaculair rustiger leven kregen. Die bleven toch wel actief in het huishouden. Zo zie je maar weer hoe diep rolpatronen in de ziel zijn geëtst.
Van dat beeld klopt weinig. Dat is gebaseerd op de veronderstelling dat je, zoals het op dat moment ís, gezond bent. Maar lezen vereist voor iedere ouder wordende mens alleen al meer licht; schemerlampjes maken lezen erg lastig. Dat je lichamelijke ongemakken krijgt, snappen we. Maar ook dat daarmee je eigenwaarde een waanzinnige knauw krijgt? Je moet gehólpen worden, door hulpmiddelen of door mensen. Dát is wat telt: knakkende eigenwaarde. Of een die ík me toen zeker ook niet realiseerde: je leefwereld wordt steeds kleiner. Niet (alleen) door verminderend mobiliteit, maar veel erger doordat de mensen uit jouw sociale netwerk uitsterven. Dat staat er niet voor niets zo cru. Veel hoogbejaarden leven in een onzichtbare isoleercel, alleen.

En dan hoor en lees je jongeren raaskallen over ouderen, alles en iedereen boven de vijftig op één hoop gooiend. Overigens doen onwijze ouderen dat ook over jongeren door hun eigen jeugdervaring tot uitgangspunt te nemen. Alsof de wereld in een generatie niet veranderde.

Neem de ‘rijkdom van ouderen’. Het is niet de vraag óf dat zo is, maar hoe dat zo is gekomen. Een vrij waarschijnlijk scenario voor de generaties 55+ is dit.
De financiële moraal is voor hen die van zuinigheid. Niet lenen maar sparen en dan pas iets kopen. Dit zijn de eerste generaties die huizen gaan kópen. Maar dit zijn ook de generaties die een ingewortelde afkeer hebben van kopen op krediet. Het zijn ook de generaties van zuinigheid. Die van ‘doe maar gewoon’ (en daarmee inderdaad minder ondernemend, ja). Dit zijn de mensen die opgroeiden met een beeld in het achterhoofd dat zij ‘voor de kinderen later’ iets opzij moesten leggen. Of die een reserve opbouwden voor slechtere tijden ‘want je weet het nooit’.
Dit zijn de mensen die, kortom, spaarden door geld niet uit te geven.

Dat is essentieel. Uitzonderingen daargelaten heb je het nú dus over mensen die zichzelf iets ontzegden en daarvoor worden bestraft: ‘je hebt dat geld toch? Geef daarvan wat af’. Hoeveel moeite kost het je om je voor te stellen dat de conclusie hiervan is: het was veel beter geweest als ik al mijn geld had opgemaakt aan dingen die ík leuk vind, aan dingen die ik me toen ontzegde. Snap je dat dat een verbrassend, hedonistisch effect heeft?

Ook wij hebben zo’n potje voor noodgevallen. Gespaard door zuinig te zijn, door geregeld niet te doen wat wel kón, door sober te zijn, want kinderen kosten geld en noodgevallen zijn nooit te voorspellen. Dat noodgeval is nu gekomen: ik werk niet meer. Dus op het moment dat de WW stopt, zijn wij aangewezen op die reserve. Een jaar geleden hebben we toen uitgerekend dat we daarmee op WWniveau kunnen rondkomen tot (net niet) aan het pensioen. Daarvoor is dat potje ook. De kinderen hebben pech. Dat is wel het – ook weer zoiets: rekening houden met het sómberste – slechtste scenario. Wie weet, loop ik nog tegen de baan van mijn leven aan. Niets op voorhand uitsluiten, want hoop doet leven.

Wijsheid is jezelf kennen. Wijsheid is jezelf opofferen als dat moet. Het betekent echter niet je te laten krenken door mensen waarvan je kunt wéten dat zij zich over enkele jaren precies hetzelfde gaan realiseren.

Want zo fundamenteel anders dan voorgaande en komende generaties ben je niet, hoor. Dat dénk je maar. In je jeugdige onschuld.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s