De allesbepalende context

Een van de lolligste dingen die ik ken, is de zoektocht van mensen naar dé sleutel, de killer applicatie, dé doorbraak,

Jarenlang heb ik gewerkt in een omgeving met mensen die vrij klassiek denken. Als je een boek maakt, bepaalt de inhoud de vorm. Als je een website maakt – jaren negentig – bepaalt de redactie de vorm en de structuur. Want, tja, dat is hún vak. In een analoge wereld wel, ja.

Terugkijkend, en toen ook wel, is het allemaal verklaarbaar. Mensen dreigden hun zeggenschap kwijt te raken. Het product waarover jij alles hebt te zeggen, ga je niet zonder slag of stoot uit handen geven of delen. Jóuw autoriteit staat op het spel. En als innovatie ergens last van heeft, dan is dat wel van dit verzet van mensen. Verzet tegen het afstaan van autonomie, van zelfbeslissingsmogelijkheid.

Maar tijden veranderen. De media worden interactiever en de gebruikers volgen de mogelijkheden. In die jaren negentig heb ik nog eens een notitie geschreven voor het ministerie van VWS over de mogelijkheden van CDi. Daarin staat te lezen dat het ontwikkelen van goede multimediale, interactieve content een multidisciplinaire teamaanpak vereist: technische kennis, verweven met inhoudelijke en didactische of sociaalwetenschappelijke. Naast het verhaal dat je te vertéllen hebt, is van belang te weten hoe dat verhaal opgepakt wordt en wat wel en wat niet technisch haalbaar is.

Die insteek is eigenlijk nog steeds actueel. De tijd dat één discipline leidend kan zijn, ligt ver achter ons. En terecht. De rigide aanpak van software-ontwikkeling die kenmerkend is voor het schematisch denken, is steeds meer vervangen door agile aanpakken. Die flexibele aanpakken doen veel meer recht aan de manier waarop kennis zich ontwikkeld: actief over tijd, gebaseerd op ervaring. Dat ontwerp je dus niet, dat faciliteer en volg je.

Persoonlijk denk ik nog steeds dat een goede indicator voor mislukkende projecten een monomane aanpak is. Je kent ze wel: van die bedrijven waar een collega een goed idee heeft en dan een ictbedrijf dat laat bouwen. De kans is groot dat dat mislukt. Met wat geluk wordt er nog wel een ‘designer’ bij betrokken, maar of dat iemand is met verstand van interface-ontwerp, van interactie-ontwerp of van datastructuren is niet altijd even duidelijk. Een ictbedrijf kan alles; is dé probleemoplosser.

En we leren zo verdomd weinig van ervaringen. We rennen zo leuk achter de oneliners aan, achter de lekkerbekkende slagzinnen, achter de one issues.

Een mooi voorbeeld daarvan, vind ik, is de idee dat context king is. Koning content is afgezet door koning context. Het klinkt ook lekker; met slechts één letter verschil. Maar wat ís het? Nou, iets vaags.

Context is zoveel als de omgeving waarin iets gebeurt. Voor informatie kun je je daar wellicht iets bij voorstellen. Ben je in een acute panieksituatie, of zit je rustig op de bank? Kijk je op een televisietoestel, een bureaucomputer of een mobiel apparaat? Ben je op zoek naar een antwoord voor een vraag van jezelf, of van een ander? Misschien voel je de bui al hangen: context is in hoge mate individueel en tijd- en plaatsgebonden. Ga daarvoor maar eens ‘ontwerpen’. Je valt dan snel in precies dezelfde valkuil als de ontwerpers van de eerste interactiviteit: dat vált niet te ontwerpen. Nog niet.

Probeer je maar eens voor te stellen wat context is. En vooral hoe dat werkt. Context is een dynamische omgeving. Die dynamiek wordt voor een heel groot deel bepaald doordat de contexten voor twee individuen niet gelijk zijn. En toch zouden die dezelfde vraag hebben en dus dezelfde informatie zoeken?! Stel je de situatie maar eens voor als een aantal in stervormig aan elkaar geknoopte elastieken. De knoop in het midden is ‘de vraag’ en op de grond is een punt gemaakt, ‘het antwoord’. Het elastieken systeem is je (technische) oplossing, een app, een website, een databank. Als je nu vijf mensen aan die bij elastieken laat trekken om de vraag boven het antwoord te krijgen, merk je binnen twee seconden hoe lastig dat is. Ze beïnvloeden elkaars positie.

Dat is het probleem van context.

Toch gaan we de goede kant op. Met name de komst van mobiele apparaten maakte duidelijk dat diversiteit tot uitgangspunt moet worden gemaakt. Ik meen dat de eerste Nu.nl was die heel gericht naar apparaten ontwierp en de informatie daarop aanpaste. Op een iPad meer beeldmateriaal dan op een smartphone. Dat is interessant. Want daarmee is de redenering omgedraaid: het apparáát bepaalt de vorm.

In die lijn redenerend is dé stap om contextgevoelig te kunnen werken, alle macht aan de gebruiker te geven. De gebruiker bepaalt de vorm (en nee, niet ‘de gebruiker’). Contextgevoelig ontwerp ga je niet redden omdat je dat per definitie aanbodgericht doet.

Context is king is absoluut geen onzin. Maar ik zou toch heel voorzichtig zijn. Pas als we empathische software hebben, maakt dat kans. Software die ‘weet’ hoe we ons voelen, waar we zijn en wie we zijn en op basis daarvan een vraag kan formuleren. Da’s nog een lange weg. Een weg die moet worden bewandeld door technici en (sociale) wetenschappers gezamenlijk.

Want ánders dan zo kan het niet.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s