Leven aan een draadje

Wat was dát spannend! De eerste transatlantische telegraafverbinding. Niet alleen omdat het het eerste ‘gesprek’ was in een reeks van miljarden, maar vooral ook vanwege de heroïek. Vergis je niet: er is dus werkelijk een kabel gelegd tussen Ierland en de Verenigde Staten. Een speciaal daarvoor ontworpen schip, de Great Eastern, legde die kabel uiteindelijk en niet zonder problemen.

Het verhaal laat zich lezen als zo’n spreekwoordelijk jongensboek. Een verhaal vol hoop, vol fantasie – sorry: visie -, vol achterdocht, vol ongeloof, vol doorzettingsvermogen, en uiteindelijk resulterend in succes: een telegraafverbinding tussen de twee continenten.

Het aardige aan zo’n situatie is dat hij vaak voor een hele generatie beeldbepalend is. Op het moment dat het lukt een kabelverbinding aan te leggen tussen twee punten wordt daarmee een koers uitgezet; je ziet in de jaren daarna veel ontwikkelingen die neerkomen op het ‘met lijntjes verbinden van punten’. De netwerken die worden ontwikkeld, zijn in de grond van de zaak allemaal gebaseerd op fysieke, gedrade netwerken. En hiërarchisch. Telefoon- en electriciteitsnetwerken zijn zo opgebouwd. En zelfs de latere kabeltelevisie maakt nog steeds van die manier van denken gebruik.

Dat is allemaal ook niet zo vreemd. Er waren geen andere opties. Totdat ‘draadloos ontplofte’…

Het bouwen van gedrade netwerken heeft iets weg van het ontwerpen van databanken. Op het moment dat de datastructuur was bepaald en de databank gebouwd, was daarmee ook de grens – vaak impliciet – bepaald. Voor de relationele databank – en ook dáár – was flexibiliteit een taaie eis. Eigenlijk was hij onmogelijk: een flexibele databank vereist(te) dat al bij het ontwerp van de opslag rekening werd gehouden met het gebruik. En dat nu is principieel in tegenspraak met flexibiliteit, omdat daarin een zekere mate van onzekerheid en onvoorspelbaarheid schuilt.

Het denken in netwerken is vrij lang gedomineerd door dat beeld van ‘verbonden punten’. En in al die netwerken zag je de geometrie terugkomen, en de hiërarchie: de inflexibiliteit. De consument die zijn televisietoestel alleen kon aansluiten op de aangegeven plek en daardoor een beperkte vrijheid had om het toestel te plaatsen. De telefoon die op een vaste plek in huis ‘moest’ hangen, later staan en pas in de jaren zeventig mobiel werd, in huis.

Met de komst van het internet lijkt een eerste breuk te komen met die manier van denken. De hiërarchie wordt vervangen door een netwerkgedachte zonder centraal punt. Een revolutionair beeld omdat het van een werkelijk ánder paradigma uitgaat. In een wereld waar wordt gedacht in hiërarchische structuren is het vrij eenvoudig zo’n structuur uit te schakelen: onthoofden. In een netwerk zonder kern, zonder hoofd, zonder sleutel-onderdeel wordt dat meer dan lastig; het kán niet.

Sindsdien zijn we snel verder gegaan op die netwerkdenkenweg. Glasvezel mag dan wel interessant zijn vanuit het oogpunt van transmissiesnelheid; dé stap is mobiel. Mobiel betekent niet anders dan dat de gebruiker – en of dat nu een mens of een apparaat is – niet meer is gebonden aan een lokatie. Natuurlijk, eigenlijk is het ‘draad’, maar de scènes in komische films van apparaten met kilometerslange kabels zijn niet voor niets komisch, want onrealistisch. Maar zónder die kabels niet meer (en meteen niet meer komisch).

De causaliteit ligt niet zo eenvoudig. Denken en doen lopen eerder parallel: denken in netwerken leidt ook tot het ontwerpen van zulke netwerken. En de aanwezigheid ervan leidt weer tot verder denken in die lijn. En dus zien we nu al jaren een tendens – een heel mooie vind ik persoonlijk – om te proberen centrumloze oplossingen te ontwikkelen. Social media inderdaad, maar zeker ook concepten als Het Nieuwe Werken, als ad hoc netwerken van zzp-ers, de toename van zzp-ers zelfs, de veranderingen in de media: allemaal hebben ze trekjes van die wisseling.

Inmiddels hebben we een heel web van onzichtbare verbindingen om de aarde en onszelf gesponnen. Een web van draadloze verbindingen die zich, omdat ze zich in principe in cirkels verspreiden, eerder met een golfbeweging zijn te vergelijken. De patronen die daarbij horen zijn eerder die een steen in een vijver maakt. De hele oppervlakte van de cirkel geeft het bereik zonder belemmeringen weer.

Mooi toch? Een flexibele oplossing.

20130117-190452.jpg

En dan blijkt de zon weer voor problemen te zorgen. Want dat web van draadloze verbindingen is gebaseerd op electromagnetische golven. En die op hun beurt zijn uitermate gevoelig voor de plasmagolven die de zon tijdens zonnevlekken uitbraakt. Sterker, we zijn nu wel flexibeler. Maar ook kwetsbaarder. Want één zo’n zonnestorm kan, mits goed aankomend op aarde, electronica beschadigen en ons flexibele draadloze netwerk uitschakelen.

Dat zijn dus de dingetjes die me door het hoofd schieten als ik lees dat we in Nederland ook naar 4G gaan. Mooi. Maar wat als de koperen ploert het op de heupen krijgt?

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s