Geef Google maar de schuld

Google-fan ben ik niet. Dat moet genuanceerd; ik ben geen fan van monopolisten. En Google is al jaren hardop weg monopolist van ons digitale leven te worden. Net als Apple onder het mom van ‘het is zo handig voor de klant’. Da’s waar. En het maakt, als je even nadenkt, pijnlijk duidelijk hoe corrupt wij zijn, hoe makkelijk omkoopbaar.

Waar Apple probeert zijn klanten met beide benen, beide armen, hoofd en de rest van het lichaam naar binnen te sleuren in het ‘ecosysteem’ iOS en daaraan gekoppelde hardware, zo proberen anderen dat ook. Zonder dat we dat echt zo ervaren, is er een felle strijd gaande: om ons, onze gunst, ons geld, onze informatie, ons dataverkeer, ons hele ons.

Die strijd gaat voorlopig door. Er is geen winnaar (mogelijk). De fragmentatie is gelukkig nog groot. Niet alleen qua aangeboden diensten – minstens zo griezelig: Facebook, dat op ons inloggen bij derden diensten lijkt te azen – maar ook infrastructuur – heb jij enig idee wat er momenteel gebeurt op netwerken-gebied? En dan niet HTML5 zeggen -. Toekomst voorspellen is koffiedik kijken.

Maar goed: niet alles slecht is slecht.

Google is natuurlijk wel een kei in het nadenken over ons zoekgedrag. De dag dat Google het internet betrad, waren velen waaronder ik enorm onder de indruk van de rationaliteit van hun visie. Waarom meer dan één zoekregel als dat is wat je aanbiedt: zoeken. Waarom niet meewegen hoe ménsen gevonden resultaten beoordelen en dat invloed laten hebben op de presentatievolgorde? Die twee waren en zijn revolutionaire stappen. Maar ja, dan groeit Google en het groeit, en groeit. En het groeit tot over de grenzen van de voorhoede. Google wordt zo groot dat het over die vreemde grens heen schiet tussen ‘onbedreigend-leuk’ en ‘gevaarlijk-groot’. Dan kantelt het beeld en worden mensen wakker: wat doet Google allemaal? Waar leiden al die overnames en nieuwe activiteiten toe? Zien we hier het ontstaan van Big Brother?

Geen idee. Het kán. Het is zeker een mogelijke weg. Ondanks toezichthouders zullen we niet (meer) in staat zijn deze reus te beheersen. Nu reeds is het beeld van een nieuwe staatsvorm terecht: Google – en wat andere reuzen – hééft, hébben die positie. Wat mij betreft, blijven we nog een poos kritisch over al die mooie gekoppelde diensten die naadloos en vlekkeloos samenwerken. En ons en passant afhankelijk maken van één machthebber. En die is geen gecontroleerd, democratisch lichaam.

Toch is zeker niet alles slecht, als gezegd. Google levert ook ‘gewoon’ goede resultaten. Het zoekalgoritme functioneert behoorlijk. Oncontroleerbaar en onbeïnvloedbaar; maar dat zijn precies aan elkaar gekoppelde zaken. Door dat oncontroleerbare is het onbeïnvloedbare mogelijk. En wil je toch bovenaan aan komen: dan koop je die plek (en dat zou wellicht ietsje nadrukkelijker getoond moeten worden). De resultaten kunnen gemanipuleerd zijn, maar het is een puur academische discussie hoe je dat wél volledig maakt. Wel een overigens echt heel interessante en relevante discussie: hoe ga je om met het beoordelen van resultaten als je niet weet wat maximaal mogelijk is. Bekend filosofische probleem. En dus ook een onderwerp voor Google. Da’s winst.

Google timmert daarnaast ook op tal van andere vlakken aan de weg. Eén van de makkelijk over het hoofd geziene momenten, denk ik, is de Google doodle: al die grappige en meestal mooie aanpassingen van het (zoek)openingsscherm. Ik ben benieuwd wie en hoe besluit wat doodle-waardig is, maar het is wel altijd mooi, en vaak leerzaam. Ja, ook de kerstversies want je staat toch een fractie van een tijdseenheid stil bij wat je ziet.

Vandaag was het Zamboni die de eer ten deel viel. Eerlijk? Ik had de naam weleens gehoord, maar kon de klepel en klok niet combineren. En dat terwijl ik verdorie een hele poos bezig was met het spelletje dat vandaag op dat openingsscherm was te spelen. Met een ijsmachine een patroon weer glad verijsen. Dat was verdorie lastig! Ik ga niet …. Ach, waarom, ook niet. Het is me níet gelukt voorbij het vierde niveau te komen. Toen was de brandstof op. Ter verklaring: je moet werken met vier cursortoetsen en dat vereist goede oog-handcoördinatie.

Dit is het eerbetoon aan de man ‘achter’ de ijsbaanveegmachine. De man van ‘de dweilpauzes’.

Maar misschien had ik toch langer en meer met een pen – mijn voorkeur: mijn vulpen – moeten blijven schrijven om die fijne motoriek in stand te houden. Misschien, heel misschien had ik dan verder gekomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s