Het eind van het business model

Vooruitgang en vernieuwing. Innovatie. Het is niet één graal die we zoeken. Het is eerder een heel servies. Wat zoeken we eigenlijk?

In 2012 verscheen in Idea Connection een interview met Saul Kaplan, de man van Business Model Innovation Factory. Die heeft ons wel iets te vertellen, ondermeer:

20130114-191034.jpg

Innovatie is een complex begrip. Het speelt zich op vele plaatsen en vele niveaus af. Innovatie is daarom ook eerder een cultuurelement dan een aangeleerde geprotocolleerde vaardigheid. Je hébt het, of je hebt het níet. Zelfs het identiek reproduceren van gezette stappen zal in situatie B andere resultaten opleveren dan in situatie A, waar de innovatie oorspronkelijk plaatsvond.

Innovatie is beweging, dynamiek.

Ik ben het helemaal eens met Kaplans gedachte dat meer dan de afgelopen decennia storytelling belangrijk is voor bedrijven. Die tendens lijkt verklaarbaar als reactie op de anonimiteit die veel bedrijven kenmerkt. Anonimiteit doordat de afstand werkvloer-management niet bepaald kleiner werd. Anonimiteit doordat de band tussen bedrijf-werknemer steeds instrumenteler werd: targets hebben eenzelfde vernietigend effect als de Tayloriaanse aanpak van arbeidsdeling in de maakindustrie.

Met dat storytelling is echter ook iets vreemds aan de hand. De essentie lijkt me dat je als persoon of als bedrijf ‘een verhaal’ te vertellen hebt. In eerdere decennia zou je dat waarschijnlijk het karakter hebben genoemd: dat van jou, of dat van jouw bedrijf of werkgever. Hoe je het precies noemt is ook niet zo interessant: het gaat er om dat je probeert een band te hebben met de ander. Er moet een verbondenheid mogelijk zijn. Dat lukt niet lekker met botsende karakters. En dat accepteren we. Ook bedrijven zullen dat moeten accepteren. De idioterie die af en toe – nog steeds – opvlamt tussen leden van de Apple- en de Microsoftsekte, is een mooi voorbeeld.

Die verhalen bepalen waar jij bij wilt horen. Vandaar dat die verhalen, dat imago, dat karakter zo belangrijk zijn. Dat keuzeproces is ‘nogal subtiel’. Waarom accepteert een groot deel van Nederland HEMA wel, maar Blokker of Zeeman minder? Wat maakt dat de een Hans Teeuwen verafschuwt, maar Theo Maassen – óók niet erg subtiel – wél omarmt? Dat is toch allemaal een kwestie van smaak, van voor- en afkeuren.

Mij verbaast het dan dat toch nog steeds wordt geprobeerd deze, goede, aanpak in procedures te vangen. Ik las dat LEAN ervoor geschikt is. Ik lees dat grote bedrijven de werkwijze van startups moeten zien over te nemen, te incorporeren. Ik lees dat het voor bestaande bedrijven lastig, zo niet onmogelijk, is vanuit bestaande business modellen nieuwe te ontwikkelen. En het klinkt allemaal zo plausibel.

En toch wringt er iets. Want als het zo is, dat die nieuwe manier van werken en denken is gebaseerd op flexibiliteit en wisselende coalities; wat moet je dan met modelmatig denken? Dat gaat immers principieel voorbij aan spontane ongeplande ontwikkelingen. Modellen eisen regels en wetten. Modellen lijken me nu juist de kracht van de nieuwe economie níet juist in te schatten.

Maar ja, wie ben ik?

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s