Vragenderwijs door de wereld

Als er één ding is wat je aan een wetenschappelijke studie overhoudt, is dat wel de ingeprente gewoonte overal vraagtekens bij te plaatsen. ‘Wie beweert dat?’ ‘Op basis waarvan zou dat waar zijn?’ ‘En wat is er óók mogelijk?’ Het komt er eigenlijk op neer dat je leert continue te (willen) leren. Omgevingen die je dat leren niet toestaan, zijn dan ook niet de beste voor mensen die die houding hebben.

En het is toch zo handig.

Je afvragen waaróm iets is als het is of lijkt te zijn, is niet zo onzinnig als sommigen denken. Het is evenmin twijfel, die tot tijdverspilling leidt. Zeker in omgevingen waar het mode is ‘snel te beslissen, want dat zijn de beste beslissingen’ kan dit gaan wringen. Het is immers maar de vraag of die snelheid inderdaad zinvol is. Wat voorstanders daarvan nogal eens vergeten, is dat die aanpak bewezen goed werkt voor kortetermijnbeslissingen. Die moeten wel zijn ingebed. Die moeten wel een doel hebben. En juist dát vereist afweging. Hét woord voor zo’n langetermijnperspectief is visie. Pas als dat beschikbaar is, kun je snel beslissen omdat je kaders en doel helder(der) zijn.

Afwegen is ook handig om te voorkomen dat je al te vaak blind achter modes en hypen aanrent. Dat ga je nooit helemaal voorkomen, want we zijn en blijven sociale wezens. Je helemaal onttrekken aan groepsdruk gaat je dan ook niet lukken. Sterker, het is de vraag of je dat wel moet wíllen. Je brengt jezelf toch ‘best wel in een problematische situatie’ als je je als man in jurken hult terwijl de groepsmannen dat nooit doen. En, inderdaad, ook dat heeft heel veel gevolgen: studieuze kinderen worden geïsoleerd, roodharigen en erg dunne of dikke mensen krijgen bijnamen. Kortom, afwijkingen worden geïdentificeerd als ‘afwijkend’. Dat kan ook remmend werken.

Je verstand gebruiken, is dus nooit weg.

Waar we wél voor moeten waken, is dat we dat vragen stellen verleren. Of misschien moet ik zeggen: wegstoppen. Het is ook zo onaangenaam; je hebt een vraag, stelt vraagtekens, worstelt met iets wat je niet weet en dan een reactie krijgen die zó complex is dat je jezelf onmiddellijk als ‘dom en onwetend’ voelt weggezet. Onzin! Er zíjn geen domme vragen. Dat is toch de dooddoener die we loslaten op dat soort van situaties? Maar die dooddoener is wel waar.

Muziek is nog steeds een heel goed voorbeeld. Muziek is communicatie. Het is een taal waarmee iets kan worden overgebracht. Eenvoudigweg: er wordt emotie overgebracht. Basaal, lijkt mij, is dus of die emotie je aanspreekt. En wat de één aanspreekt, hoeft dat bij een ander ook te doen. En toch heb je muziek die hoger wordt aangeslagen dan andere. Klassieke muziek – oude muziek meestal – geldt als hoger gewaardeerd dan populaire. En toevalligerwijs is tegelijk met klassieke muziek ook de notatie ontstaan om hem over te dragen zonder geluidsdragers: het notenschrift. Neveneffect daarvan is dat je noten ook moet (kunnen) lézen. En zoals de monniken ooit zowat het alleenrecht hadden op kennis omdat zíj konden lezen…
Inderdaad, dat klopt niet helemaal. Maar de waardering voor klassieke muziek is toch echt niet breed verspreid over alle sociale groepen. Dat zul je mérken ook. Op populaire muziek wordt toch echt met enige dedain neergekeken als ‘makkelijk.

De vraag is waarom goede muziek moeilijk zou moeten zijn.

Nu kan ik met veel plezier luisteren naar Philip Glass’ composities. The Photographer (en Koyaanisquatsi) vind ik nog steeds mooi. Glass’ werk is minimal music: eindeloze herhaling van weinig als karakteristiek. En dan heel langzaam wijzigend. Het hypnotiserend effect wat daarvan uitgaat, is wat mij aanspreekt. Maar om te zeggen dat het moeilijk is. Terwijl Glass toch echt word benoemd als een modern-klassieke componisten die niet echt toegankelijke muziek maakt. Als dat zo is, mag ook jazz in die categorie.

En zo kun je nog heel lang bezig zijn met zoiets eenvoudigs als muziek.

‘Waarom’ is ook elders toepasbaar. Via Zite vond ik bijvoorbeeld dit artikel in Mashable:

20130113-184403.jpg

Toen ik dat las, schoot me al snel één vraag te binnen: maar als je dit zo gaat doen met je lichaam, waar stopt dat dan en stimuleert dit niet het vertrouwen op externe hulpmiddelen? Inmiddels zijn we immers in een wereld beland waarin we voor zowat alles wel een pilletje of hulpmiddel hebben. Da’s mooi, maar leidt ook tot ander gedrag. Dat er hoofdpijnmedicijnen zijn, is mooi, maar leidt tot het makkelijker over hoofdpijngrenzen heengaan: ‘Krijg ik hoofdpijn, dan neem ik een pilletje’. de reclames voor anti-maagzuurproducten roepen bij mij dan ook ergernis op; ga toch vooral rustiger werken in plaats van happen kalk innemen!

Zo’n externe maagleger kan ook zo’n effect hebben. Waar nu nog door de fabrikant wordt gewezen op de aangekoppelde begeleiding naar een gezond voedingspatroon, is de kans toch wel bijzonder groot dat binnen vijf jaar de situatie anders is. Dan eet je wat je wilt, want met dit apparaat kun je zelf besluiten hoeveel je wilt gebruiken. Niet alleen flikker je dan dus een deel gewoon weg, maar die hoeveelheid had je ook vooraf kunnen bepalen. Dát is gezond eten.

Is die voorspelling onzin? Ga dan maar eens na hoe het zit met medicijnen, -beschikbaarheid en -gebruik. Of de cosmetische ingrepen. Medische (revalidatie)hulpmiddelen. En vraag je dán eens af waarom precies dít nu een ander traject zou gaan volgen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s