Stilzitten of bewegen?

Deze periode een kalenderjaar geleden stond hier in huis zelden muziek aan. Ja, en? Wel, voor mij is dat nogal vreemd, want ik ben wel gesteld op muziek. Maar een echte, zij het lichte, depressie – ik geloof dat-i officieel niet eens ‘depressie’ maar iets van ‘aanpassingstoornis met depressieve trekken’ – haalde toen voor al snel zes maanden de lol uit zowat alles; en zeker muziek. En mij is dat eigenlijk niet eens opgevallen. Maar ja, van die hele periode zijn vooral flarden blijven hangen, zo lijkt het. En maar goed ook, want leuk is anders.

Nu is er weer muziek. Wel anders. Niet dat ik nu ineens een gerichte smaak heb ontwikkeld, of verstand van muziek; dat is er allemaal gelukkig niet. Ik hoor bij de simpelen van geest die iets horen, of zien, en dat mooi vinden, of niet. Da’s soms erg onhandig, omdat ik erg veel wel leuk vind en erg weinig werkelijk briljant. En nu ik dat tik: eigenlijk zou ik niet weten wat dat briljante ís. Goed, mensen als Jimi Hendrix, maar ook Rosa King, of de drummer van Grand Funk Railroad en de bassist van Shriekback kunnen me boeien omdat zij, zo noem ik dat maar, soms vergroeid lijken met hun instrument. En stemmen als die van Amy Whinehouse, van Anthony, van Beth Hart. De teksten van 10.000 Maniacs, van Jurk! of van Hans de Booij. De jankende synthesizers van Emerson, Lake and Palmer, maar ook de ritmes van Warpaint en de muziek van dEUS of Little Things That Kill. O, en de Dreigroschenoper – vooral het schip met de ‘acht Segeln und mit fünfzig Kanonen’ – en Carmina Burana danwel – heel gewoontjes – het Bloemenduet uit Lakmé. En da’s nog maar een fractie.

Kortom, een mengelmoesje.

En ik moet weer serieus gaan luisteren. Althans, open staan voor nieuwe muziek. Want mij maak je niet wijs dat er geen goede muziek meer is. Eerder is er het Probleem van het Internet: er is zoveel dat je niet weet waar te beginnen. Dan zijn festivals een goed startpunt. Of de mening van anderen. Of gewoon stom geluk. En vooral op voorhand niets uitsluiten.
Want dat heb ik een hele poos gedaan met rap en hiphop. Rap is het voor mij nog steeds niet. Maar ik moet toegeven dat hiphop steeds melodieuzer lijkt te worden waardoor ook mensen als ik het te pruimen vinden.

Maar het meest gefascineerd ben ik door wat muziek dóet met mensen. Een moeilijke bekentenis is het niet: ik heb helemaal níets met dansen. Ik heb nooit op stijldansen gezeten en ik heb ook nooit kúnnen of willen dansen. Mijn lichaam wilde dat niet. Uiteraard is dat een glashard staaltje van zelfbedrog want zoals alle mannen ooit hebben ervaren: je dúrft het gewoon niet. Wij, mannen, zijn ernstig geremde wezens, hoor. Dus of ik het echt niet kán of niet dúrf…. Kan. Da’s veiliger voor mij.

Maar dat neemt niet weg dat ik enorm veel energie uit muziek kan halen. Ikzelf heb altijd het idee dat er mensen zijn die die energie ook onmiddellijk tonen door middel van dans of andere beweging. En dat er anderen zijn die het opslaan. Dan zat ik in die tweede groep.

En toch zijn er uitzonderingen. Er zíjn van de platen waarbij het ook mij niet lukt te blijven zitten. Zelfs in de huiskamer merk ik dat: dat je móet gaan lopen, staan, als de muziek afspeelt. Dat vind ik dus een intrigerend verschijnsel. Wat maakt die aandrang eigenlijk zo sterk? Voor mijn gevoel is het ritme. Maar of dat klopt?

Maar mocht je me ooit tegen komen bij een (pop)concert en bijna niet zien bewegen. Dat zegt dus helemaal níets over wat ik op dat moment ervaar. Van binnen kan er best wel iemand staan te swingen. Zolang jullie dat maar niet zien…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s