Een kwestie van perspectief?!

Ben je nu werkelijk geneigd vanuit je eigen positie naar je eigen positie te redeneren als je onder vuur komt te liggen vanwege je inkomen? Ik ben steeds meer geneigd te denken van wel.

Eerst even positie bepalen. Voor harder werken dan een ander moet je worden beloond; maar ga maar eens bepalen wat ‘harder werken’ is. Wat voor de een een makkie is, is voor de ander wellicht een niet te nemen bastion. Beloning, nummer twee, moet ‘proportioneel’ zijn; zoveel verdienen dat je er van gekkigheid geen raad mee weet, kan nooit de bedoeling zijn. Het past ook niet in het vrijemarktverhaal waarin vraag en aanbod voor de juiste prijs zorgen: zo’n beloning zou duiden op een aanbod van 1 – staat voor ‘héél weinig’ – en een haast oneindige vraag – staat voor ‘iedereen wil dat’ -. en nummer drie is, wat mij betreft, dat uitzonderlijke beloningen alleen zijn te rechtvaardigen indien een individuele en risicovolle prestatie is geleverd.

Goed, ze zijn wat kort door de bocht. Maar wat ik wil aangeven, is dat beloningen niet kunnen worden gezien los van een maatschappelijke context. En dan zijn de momenteel verschijnende lijstjes veelverdieners stuitend.

20130109-173340.jpg

Stuitend omdat het over bedragen gaat die het voorstellingsvermogen te boven gaan. Per 1 januari 2013 hebben we in Nederland een Wet Normering Topinkomens, een gotspe. Want die wet regelt wat de maximaal te behalen salarissen mogen zijn in de publieke en semi-publieke sector. Een wét die salarisniveaus moet regelen… omdat inhaligheid welig blijkt te tieren als de krachten van de vrije markt worden ontketend. Dan is het allen voor één, de eigen portemonnee. Je moet ook wel, want niet meedoen betekent achteruitgang: de minst scrupuleuzen voederen zichzelf dik en vadsig ten koste van de bescheidener exemplaren. Inderdaad, de top van deze geldpiramide maakt duidelijk dat we geen steek ‘beter’ zijn, hoger ontwikkeld zijn dan een willekeurig dier.

Al draagt een aap een gouden ring; het is en blijft een lelijk ding

Idioter wordt het als je je voorstelt wat er in essentie gebeurt. Kijk, iemand die een bedrijf begint, zich uit de naad werkt, hulp in dienst neemt en daarvan rijk wordt; da’s iemand die een risico nam en – mits hij niemand echt uitbuitte – het volste recht heeft kapitaal te hebben. De kans is overigens groot dat dat in het bedrijf zit.
Anders wordt het voor al die mensen die helemaal nooit een bedrijf zijn begónnen op die manier, maar er in rolden. Die feitelijk gewoon een werknemer zijn van het bedrijf. Die geen persóónlijk risico lopen.

Die mensen hebben een eigen perspectief gecreëerd waaruit zou blijken dat zij récht hebben op een hoge beloning.

Quatsch.

Bij het zien van De Lijst Grootverdieners heb ik me voorgesteld hoe die mensen er uit zien, wat ze doen en hoe ze leven. Die truc hebben we vast allemaal weleens geleerd als voor een grote groep mensen iets moest worden gedaan: stel je die enge massa dan voor als allemaal naakt, of iets dergelijks. De essentie: ontdoe ze van hun status en probeer er van afstand naar te kijken.
Da’s leuk als je dat doet met die graaiers. Wat dóen die eigenlijk wat deze situatie verantwoord?

Neem alleen al al die ‘ik…’zinnen. Ik ben beroemd, ik ben verantwoordelijk, ik stuur, ik neem beslissingen. Gezwets. Niks ‘ik’. Wíj. Er is in ál die gevallen geen ‘ik’ die beslist zonder dat er anderen bij betrokken zijn; hetzij in de aanloop, hetzij bij de realisatie. En die ‘ik’; waarom ontbreken de zinsneden wat die ‘ik’ doet als het mis gaat? Niks. Want zo is de ‘ik’ dan ook wel weer. Er wordt veel binnengegraaid voor ‘het dragen van risico’, maar als het het mis gaat, wordt er nooit ingeleverd.

Daarover kan ik me inderdaad kwaad maken. Want die graaiers zíjn helemaal geen risicodragers. En hun slapeloze nachten? Die heeft de machinebankwerker of de ziekenhuislaborant óók als het slecht gaat met het bedrijf. En die hebben het slechter omdat zíj niets kunnen beïnvloeden.

Die valse perspectiefverschuiving maakt ook dat we denken dat sommigen het verdienen zoveel inkomen naar binnen te halen. Feitelijk zijn ze daardoor echter een bedrijfsvijandig element. Daar waar met man en macht wordt geprobeerd de macht van de vakbonden en vooral hun salariseisen naar beneden te brengen, is het not done die van de graaiers aan de kaak te stellen. Maar het is natuurlijk wél interessant je je eens voor te stellen wat je zou kunnen dóen met geld dat wordt uitgespaard als de graaiers worden afgetopt. Dan wint een instelling als het Diakonessenhuis – waar dit jaar enorm gaat worden bezuinigd, hoor ik – iets in de orde van 150.000-200.000: minstens 4 geredde arbeidsplaatsen?!

Het gaat niet aan de redenering te volgen van de graaiers, die stellen dat zij récht hebben op zulke beloningen. Voor die bewering is geen enkele grondslag te vinden die dat exclusief aan hen bindt. In alle gevallen zijn ze afhankelijk van hun collega’s. Als Mathijs van Nieuwkerk zegt
Ik heb een dagelijks, succesvol programma, dan doet-i de waarheid geweld aan. Hij hoort te zeggen Wij hebben een dagelijks, succesvol programma. En dat zijn dan nog de omroepmensen die ook nog weleens eigen productiebedrijven hebben waarin wordt geinvesteerd en waarvan anderen kunnen leven. Voor de werknemers in de publieke sector geldt dat in het geheel níet. Die graaien.

20130109-173351.jpg

Er is ook geen enkel bewijs dat die beloningen zo moeten zijn. De belangrijkste argumenten zijn door in eigen kringen naar anderen te wijzen. Da’s een zelfvervullende spiraal naar boven, want die anderen nemen daarna jou als referentie. En zo door. Up and above… the sky is the limit.
Maar laat het nu ook zo zijn dat het vertrek van zo’n graaier eigenlijk bar weinig tot geen effect heeft op het bedrijf. Dat kan ook niet. Bedrijven zijn al lang niet meer zo afhankelijk van één man of vrouw.

Dus: waarom zou je zoveel moeten krijgen anders dan dat je vindt dat jíj récht hebt op een enorme hap uit de winst die het bedrijf maakt. En dus ben je een bedreiging voor die winst, want die wordt helemaal niet zo direct door jou gemaakt.

Nogmaals, het is niet de bedoeling risicodragers, entrepreneurs te kapittelen. Absoluut niet. Maar het is echt heel hoog tijd dat al die parasiterende werknemers eens worden gedetermineerd. En laten we elkaar dan vooral geen mietje noemen. Want deze zeldzame en bijzondere graaiers spreken vanwege de bedragen tot de verbeelding. Maar heel stilletjes, en hopelijk heel angstig, zitten in donkere hoekjes al die directeuren en ambtenaren in salarisschalen boven de 13.

Het determineren en opprikken van die zeldzame Graaiers trekt kijkers naar de show. Maar de hoeveelheden maken de andere groep veel verderfelijker.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s