Waarom cijfers er niet toe doen en verhalen wél.

Wat is de laatste keer dat jij met buren of vrienden over cijfers sprak? En dan niet als in “Woon jij nu op nummer 23 of 25?”. Maar wel alsof je een mooie tabel staat te bespreken of een mooie grafiek (het woord curve heb ik maar even vermeden). Mijn ‘gok’ is dat de kans zeer gering is dat je dat deed. Mensen denken in verhalen. Zelfs dat huisnummer wordt vaak nog voorzien van een toevoeging als “het huis met het groengele tuinhekje”.

In ons dagelijks leven denken we vooral in (micro)verhalen. Het is onze directe leefwereld die relevant is en die bestaat niet uit talloos veel miljoenen. Die bestaat uit behapbare aantallen. Die bestaat uit netwerken die op atoomstructuren lijken: weak en strong ties, lose en close knit. Er werkt een soort centripetaalkracht in dat netwerk: hoe verder van de kern, hoe losser de band… tot-i zo los is dat er feitelijk geen band meer is. En dat is dan een schemátische weergave van een werkelijkheid die chaotisch en dynamisch is.

Jij en ik overzien een beperkt deel van de werkelijkheid. Dat is ónze werkelijkheid. Om grotere verbanden te kunnen ‘zien’ hebben we abstracties nodig. Abstracties die zich laten vangen in getallen, schema’s en grafieken. Denken we. Maar de vraag is of die abstracties echt binnen komen.

Het is een bekend gegeven dat we ons niet kunnen voorstellen hoeveel doden zijn gevallen in de Tweede Wereldoorlog, laat staan wat voor bergen lijken de Eerste Wereldoorlog voortbracht. We hebben al geen enkel besef bij de aantallen doden en gewonden bij stadionbranden, natuurrampen en vliegtuigongelukken. Ondanks de beschikbaarheid van beeldmateriaal beklijven beelden niet zo sterk als dat we er zelf getuige van waren. Cijfers, aantallen, kunnen zó groot zijn dat ze ons bevattingsvermogen te boven gaan. En da’s al vrij snel.

De ellende is echter dat we denken dat we moeten sturen op cijfers. Dat we kúnnen sturen op cijfers. Dat aantallen handelstransacties, aantallen werklozen, aantallen overleden patiënten, aantallen ouderen of jongeren, aantallen ambtenaren, aantallen…. iets zeggen. Dat doen ze maar beperkt. De ontwikkeling van die aanvallen, de trend, zegt wel iets. Maar ook dan blijft het de vraag of we de reikwijdte zien.

Nederland had volgens het CBS eind oktober 2011 309.800 WWers. Wat is jouw voorstelling bij dat getal? En bij het CBSgegeven dat in 2012 gemiddeld per kwartaal 300 eenmansbedrijven failliet gingen? Of de 1647 zelfmoorden in 2011? Het gaat niet om de juistheid van de precieze aantallen. Het gaat erom dat de kans groot is dat je je geen bééld hebt kunnen vormen van die aantallen.

20130102-190138.jpg

Dat is een beetje de wereld waarin zijn verzeild geraakt. Eentje waarin volgens sommigen de cijfers veelzeggend zijn. De trend, zoals gezegd, zegt iets. Het feit dat we al jaren toenemende aantallen zelfmoorden zien. Dat die mensen zich ophangen of voor treinen springen en dat steeds minder duidelijk wordt wat beweegredenen waren. Maar het wordt pas écht als het dichtbij komt. Degenen die zich verschuilen achter targets, grafieken en in datasets of meerdimensionale tabellen, kunnen zich die werkelijkheid ook niet voorstellen. Niet voor niets komt het schokkend over te ontdekken dat op die manier mensen casussen of ‘eenheden’ worden. Dat ontpersoonlijken is logisch.

Maar het ontpersoonlijken leidt ook tot ontpersoonlijkte maatregelen.

De ‘grap’ doet al jaren de ronde: dat we ‘een nummer zijn’. Het was de grap die ontstaat als we worden genummerd, met Sofi-nummer en later het BSN. Niet langer is je naam, maar je nummer bepalend voor je identiteit, bij de overheid. In het dagelijks leven – daar gaan we weer – is het BSN niet bepaald de nummer om je voor te stellen. Daar geldt de naam nog steeds als voldoende.

Die gescheiden werelden gaan voor problemen zorgen. De ontpersoonlijkte beleidsmaatregelen sluiten niet aan bij de micro belevingswerelden. Het denken in termen van ‘de entrepreneur’, ‘de werkloze’, ‘de jongere’, ‘de chronisch zieke’ of ‘de rijke’ zijn allemaal gebaseerd op cijfers en gemiddelden. Die bestaan niet, althans die ene persoon die precies overeenkomt met de statistische eenheid is lastig te vinden. Ideaal- en stereotypes zijn constructen.

Het betekent dat we échte mensen opzadelen met de gevolgen van beleid en beslissingen gebaseerd op vereenvoudigingen en veralgemeniseringen. Mensen die niet te vereenvoudigen of te veralgemeniseren zíjn, stomweg omdat ze een complexer leven leiden, een verhaal hebben.

Het klinkt wellicht ietwat defaitistisch, bijna apocalyptisch. Dat is ook zo. Maar wat daarmee niet is gezegd, is dat het onvermijdelijk is. Want alhoewel het leven en werken op basis van cijfers mensen onteert, is het wel mogelijk de vallen terug te brengen. Dan zullen we wel kleinschaliger moeten gaan leven, werken en denken. Dan is de menselijke maat meer dan een theoretisch begrip.

Gelukkig lijkt er een generatie op te staan die die nieuwe verhoudingen voor ogen heeft. Een generatie die primair wederkerigheid, kleinerschaligheid en netwerken belangrijker vindt dan winstmaximalisatie. Of ze meer zullen zijn dan de slag van een vlindervleugel moet de tijd leren. Maar anderzijds.. Lorenz leerde ons dat die vlindervleugelslag grote effecten kan hebben.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s