Ik wordt geciteerd

Nee, nee, nee. Ik ga niet beweren foutloos te spellen. Dat is de goden verzoeken, want de spelling der Nederlandse taal is toch niet bepaald één van de logischste. Pannenkoek of pannekoek. Echt hoor, ik vind pannekoek nog steeds logischer dan pannenkoek, wat insinueert dat sprake is van een koek van pannen.

Hóe je onlogica kunt vinden in het Nederlands, bewijst onderstaand gedicht. Het staat al jaren op mijn ultrakorte lijstje Te Citeren Dingen (meer onthoud ik niet) en is oorspronkelijk van ene Charivarius:

20121214-202115.jpg

Taal is een levend ding. Dat is ook mij ingeprent. En ik vind dat ook, want zoals de samenleving verandert zo volgt de taal. Geen mens die nog mensch schrijft. Nog mooier, ik heb zojuist de spellingscontrole moeten negeren omdat die mensch niet erkent als juist.

Maar wat is dat levende eigenlijk?

Wat ik me goed kan voorstellen, is de introductie van nieuwe woorden en begrippen. Zoiets als een computer was er vijftig jaar geleden op deze schaal nog niet. En dus is het voorspelbaar dat er woorden komen die zijn gekoppeld aan de komst van computers in ons leven. Woorden komen en woorden gaan. Dát is het leven.

Maar nu de spelling. Link terrein, want ik ben absoluut geen neerlandicus. En tóch vind ik dat we spelling beter in de gaten moeten houden. Minstens zo bepalend voor de boodschap die je wilt overbrengen is naast het woordgebruik de spelling.

Zoiets als echtparen die echt paren maakt het al wat duidelijker. Je kunt enorme spraakverwarring krijgen als je de grammaticaregels slecht gebruikt. Te in te veel is een overtreffende trap, terwijl teveel zelfstandig naamwoord is. Maar daar gaat het me niet om.

Van de week zag ik op Twitter iemand iets zeggen waarvan ik dacht: tja. “Waarom zou je je druk maken om een spatie?” Het lijkt zo modern om je niet druk te maken om spelling, bijvoorbeeld omdat taal leeft. Dat wel of niet een spatie aanbrengen een heel andere betekenis kan geven aan een zin, is echter wel degelijk belangrijk. Het praat zo heerlijk langs elkaar heen, foute grammatica en onduidelijke woorden.

En dus zullen we eraan moeten geloven: de taalnazi’s, die ons op de huid zitten en geregeld wijzen op fouten. Lullig voor je ego. Vervelend als je ineens ontdekt dat je eigenlijk iets heel anders had willen zeggen. Maar wel leerzaam, als je ervoor open staat.

En je eigen stijl kun je natúúrlijk wel hebben, of samenstellen. Zo ben ik dol op archaïsch aandoende woorden vanwege de associaties die eraan kleven. Ik ben een fan van de puntkomma. Stinkendjaloers ben ik op mensen die mooie melodieuze, ritmische zinnen kunnen schrijven. Dat wil ik ook kunnen. Het moeilijkst taalfouten wat ik ken zijn de spaties. Mijn afkeer geldt vooral de verzakelijking (van woorden) waardoor de sjeu verdwijnt. Mijn taalverslaving bestaat uit tussenzinnen (in spreektaal ben ik dól op tussenzinnen en tóch op de hoofdlijn eindigen. Iets mooiers is er niet). En ga zo maar door. Ik denk dat jij dat ook hebt: een eigen stijl.

Die gebruiken lijkt me prima. Nieuwe, mooie beeldende woorden en zinnen: prima. Maar laten we in vredesnaam de regels niet verwaarlozen omdat we er gewoon slecht in zijn, fouten maken en dan beweren dat ‘taal leeft’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s