Klachten: het leermoment

Een jaar of wat (veel) terug werd ik gebeld: of ik was geïnteresseerd zitting te nemen in een Klachtencommissie, van de politie. Dat telefoontje overviel me wat. Want, heel eerlijk, zwak uitgedrukt ‘had ik niets met de politie’. Alles wat ik tot fan had gedaan en meegemaakt, had me gesterkt in mijn opvatting dat de politie een repressief apparaat is, vooral de heersende machten ten dienste staand. En de aanwezigheid van twee jonge kinderen, waarvan er eentje een dondersteen van het zuiverste water bleek, leek dat allemaal te bevestigen: waarschuwing voor zus en zo, bekeuring voor ‘fiets zonder licht’.

Wat zou ík daar toevoegen?

20121207-205131.jpg

Veel. Dus. Mijn reputatie was me vooruitgesneld. Het politiekorps Hollands Midden bleek ideeën te hebben over de behandeling van klachten. Om te voorkomen dat die te eenzijdig vanuit juridisch of rechtmatigheidsperspectief zouden worden beoordeeld, streefde de leiding een Klachtencommissie na die in staat is daaroverheen te stappen. Een Klachtencommissie, zo redeneerde men, zou eigenlijk een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Voor de volledigheid: die klachtencommissies zijn niet vrij in hun beleid. Ze zijn wettelijk verankerd en nemen een belangrijke rol in in het hele proces van klagen. ‘Wij’ zijn bijvoorbeeld de laatste en noodzakelijke stap voordat je naar de Nationale Ombudsman kán. Maar binnen die wettelijke kaders bestaat dus wel ruimte via de keuze van de leden.

Mijn persoontje blijkt een goede combinatie voor dit soort van functie, zo meende men. Een kritisch denker, niet in een keurslijf te dwingen, ervaring met jongeren – ik heb als vrijwilliger veel gedaan in het jongerenwerk en het rugby -, een opleiding als sociaal wetenschapper en nogal wat ervaring als bestuurslid van maatschappelijke organisaties. Die combinatie leek interessant. En eerlijk gezegd heb ik me weleens afgevraagd of ze wel wisten wat ze in huis haalden. En of ze achteraf geen spijt hadden. Ik kan je meedelen: nee, ze hebben geen seconde spijt gehad. Sterker, de manier van opereren en vooral kijken is in de loop van de jaren steeds hoger gewaardeerd.

En toch deed ik niets bijzonders; althans, in mijn ogen. Mij gaat het vrij makkelijk af: jezelf proberen voor te stellen hoe iets is. Dat doe je niet in formele zin, maar juist subjectief. Hoe komt iets over? Wat ervaar je? Hoe beoordeel je dat?

20121207-205140.jpg

En dan, beken ik, kom je ook jezelf tegen. En anderen. In al die jaren heb ik heel wat mensen en hun verhalen gehoord en beoordeeld. Mijn ervaring steunt mijn idee – of zou het idee uit die ervaring voortkomen? – dat je mensen niet vanaf papier kunt beoordelen. Niet een beetje niet. Helemaal niet. Verhalen horen bij mensen en die moet je kunnen zien en horen.

Zittingen van de commissie zijn een uitermate serieuze aangelegenheid – waar af en toe ook wordt gelachen, hoor – maar waarvoor in elk geval geldt dat geheimhouding een groot goed is. De inhoud van de verhalen moet ik voor me houden. En jij moet me even op m’n woord geloven als ik beweer:

Dat je beeld van iemand dat je opdeed van papier, heel vaak in lijfelijk contact moet worden bijgesteld. Niet dat je per sé er helemaal naast zit. Maar wat wel heel vaak gebeurt, is dat de persoon tegenover je toch anders is dan je je voorstelde. Of het verhaal wordt ingekleurd met meer details en blijkt dan nét anders. Dat geldt voor beide partijen: zowel klagers als politieambtenaren.

Misschien moet je hier eens over nadenken. Want we halen veel informatie uit media waar geen menselijk contact (meer) in zit. De krantenartikelen die een weergave geven van een moord en de dader, van een vergadering en de deelnemers, of van een over lange tijd uitgesmeerd politiek schandaal: ze zijn beschrijvingen. Voor veel mensen geldt dat hun werk geheel of gedeeltelijk op papier plaatsvindt. ‘Papier is geduldig’, is een oud gezegde en o zo waar. Want wat is die werkelijkheid? We leerden allemaal van de Sovjetrussische praktijk om statistieken te manipuleren en leerden hoe dom dat is. Ondertussen leven wij in een maatschappij die zowat helemaal op zo’n basis steunt.

20121207-205148.jpg

Overdreven? Nee. Niet voor niets kennen we termen als mediawijsheid of mediatisering. Die wekken de indruk alsof het een mediaprobleem is. Ik denk dat dat niet zo is. Het is een probleem van mensen die bang zijn voor mensen. Het is een probleem van mensen die bang zijn voor de verhalen van mensen. Het is een probleem van mensen die zich willen kunnen verschuilen. Het is óns probleem inmiddels.

Ik mag nog een poosje zitting hebben in de Klachtencommissie. Omdat we in Nederland een nationale politie krijgen, kom ik in een andere commissiesamenstelling terecht. Nog even, want dit is geen levenswerk. Ik weet wel dat ik die laatste periode ook zal gebruiken om aandacht te eisen voor de verhalen van klagers en beklaagden. Want dát is waar het hen om gaat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s