Social medicine

Voor sociologen is het gesneden koek; bijna een wetmatigheid. Gezondheid is afhankelijk van veel factoren; ook sociale en culturele. En laten ze dat in Engeland nu ook hebben ontdekt.

Een beetje flauw is die opmerking wel. Want wat gebeurde, is dat op basis van meerjarig (longitudinaal) onderzoek weer is bevestigd dat die factoren zo’n rol spelen. Heel mooi beeldend zijn die benoemd als social medicine.

A stable family life where children have secure routines, including being read to and taken on outings by their parents, is more likely to result in them being ready to take in what will be offered at school (school-readiness). Getting a flying start at school is one of the most important pathways towards wellbeing later in life.
An environment free of constant bombardment with cigarette and alcohol advertisements helps adolescents avoid the first steps towards addiction. People with more friends have higher levels of health and wellbeing — and researchers have found this to be almost as important as avoiding smoking over the longer term. A supportive social network can make all the difference as people confront the problems of aging, helping them to maintain a high quality of life for many years.

Het is vooral de gekozen term, social medicine, die het verhaal interessant maakt. De resultaten zijn immers niet echt nieuw. Maar wat de gekozen terminologie mooi tekent, is de relatie tussen het sociale domein en gezondheid. In het begrip social medicine zijn al die invloeden van klasse, werk, milieu en sociale groep gevat: dergelijke factoren beïnvloeden gezondheid óók.

Daar kun je heel lichtzinnig over denken alsof het gegevenheden zijn, bijna randvoorwaarden. Onveranderlijk. Je kunt er echter ook naar kijken als factoren waarop we wel degelijk invloed hebben. De eenvoudigste is alleen al die van de gevolgen van het reclame-bombardement waaraan we dagelijks worden blootgesteld. Als je het neutraler wilt: het informatie-bombardement. Die informatie is niet zo nauwkeurig afgeschermd dat niet ook de niet-doelgroep ze ziet. Dat in de Donald Duck geen alcohol- en tabaksreclames staan, wil niet zeggen dat jonge kinderen die dan niet zien via heel andere kanalen. Denk aan de abri’s op straat.

20121106-212317.jpg

Wat mij betreft, is dat geen vrijbrief om dan maar zonder uitzonderingen al dergelijke reclames te verbieden. Relevanter is het je te realiseren wat wordt opgeofferd aan marketinginspanningen en dat het aan de samenleving is (mede) te bepalen hoe daarmee om te gaan. Social medicine maakt die vraag en opstelling legitiem.

Wat dat betreft, staat er nog één zin in het artikel, met daarin het intrigerende increasingly, die tot nadenken stemt. Want wat betekent dat dan: een toenemende invloed van de samenleving op onze gezondheid?

Wellbeing is increasingly influenced by society and by experiences that stretch right across the lifecourse of a person — from baby to old age.

Maken we onszelf ziek?! Die vraag wordt de laatste jaren steeds vaker gesteld. In hoeverre zijn we bezig onszelf te reduceren tot productiemiddelen? Zijn we een steeds minder sociale samenleving aan het worden? Wordt het geen tijd daarin verandering aan te brengen? En biedt de huidige periode niet juist alle kansen dat te doen?
Is dit niet het moment om bewust te werken naar (…) a stable family life, stress-free childhood, alcohol-free culture for young people, secure and rewarding employment, positive relationships with friends and neighbours, and a socially active old age.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s