Wijkbaronnen en burgermeesters

De term was me alweer ontglipt in de loop van de tijd. Tot vandaag een wethouder een toespraak hield die me er weer aan herinnerde. En zij, in haar toespraak, ook.

Wijkbaron. Ken je die term? Het is een ouwetje. Uit de jaren zeventig, schat ik.

In de jaren zestig en zeventig ontwikkelt zich in Nederland een bloeiende welzijnscultuur. Volgens sommigen zelfs een márkt van welzijn en geluk; gericht op het instandhouden van het eigen voortbestaan, van de eigen banen. Dat zal deels waar zijn, maar tegelijk ook geen ontdekking. Ook toen wisten we al dat groeperingen die professionaliseren de neiging hebben te verharden, zich te nestelen. Eenmaal in leven geroepen, is het verdraaid lastig ze (op tijd) weer te stoppen. In dat opzicht is de overheid werkelijk een tovenaarsleerling, die wel iets in werking kan stellen maar niet weet te stoppen.

Die welzijnscultuur was bedoeld om de bestaande, sterk verzuilde, vrijwilligersstructuur te hervormen en daarna ondersteunen. Die geschiedenis is uitermate boeiend. Wat gebeurt, is dat veel van dat werk ontzuilt én professionaliseert. Dat heeft tot gevolg dat zich een nieuwe laag ontwikkelt: die van de professional. Let wel: een éis van de overheid, als direct gevolg van het denken over kwaliteitsborging. De idee was en is dat kwaliteit is gekoppeld aan kwalificaties, en dus aan opleidingen, certificering/diplomering en (onderlinge) controleerbaarheid. In andere bewoordingen: de vrijwilliger kon de kwaliteit niet leveren. Daarvoor heb je beroepskrachten nodig.

In die situatie ontstaat – bijna vanzelfsprekend – een cultuur waarin professionals elkaar goed kunnen vinden; professionals zoals beroepskrachten en ambtenaren. En een klein aantal burgers die een groot en sterk netwerk hebben en de vaardigheid zich te presenteren als onvermijdelijke poortwachters met recht van spreken. Dat waren die beruchte wijkbaronnen: mensen die in de positie verkeerden om vanalles voor en in de wijk te regelen. Die positie hadden zij vaak al járen.

De ellende aan die situatie is dat er geen systeem van checks and balances aan is gekoppeld. Feitelijk is de situatie die van een alleenheerser. En als je dan niet te maken hebt met een verlicht despoot, dan is het maar de vraag of de beslissingen die worden genomen allemaal in het belang van de wijk zijn. Het belang van de wijkbaron kan heel snel en makkelijk leidend worden. Het zijn vaak enorm actieve mensen, met uitgesproken ideeën over wat goed is voor de wijk.

In een economie die heel sterk onder druk staat, is het altijd plezierig als kosten kunnen worden beperkt. Dat zou kunnen door terug te keren naar die oude, goedkope vrijwilligerscultuur. En precies die beweging zie je nu ook. Uiteraard wordt vol verve ontkend dat bezuinigingen een rol van betekenis spelen. Mogelijke voordelige financiële gevolgen zijn meer, laten we zeggen, bijkomend voordeel.

In dat licht is de snelle opkomst van social media haast een godsgeschenk. Essentieel daaraan is immers de samenwerking zonder tussenkomst van professionele kaders; of dat nu uitgevers zijn, artsen of de overheid. De burgerjournalist, de patiënt of de burger: ze kunnen ook veel zaken zélf regelen. Burgerparticipatie pakt dan mooi uit doordat het goedkoper is.

Nu komt er een nieuwe ‘wijkbaron’ op: de burgermeester. Met de woordspeling wordt verwezen naar mensen die met veel energie en enthousiasme activiteiten beginnen en anderen daarin meetrekken. Een goede zaak, uiteraard, want het brengt weer leven in de brouwerij. Die mensen zijn er altijd geweest en zullen er ook altijd blijven zijn.

Storend is het als door politici de situatie wordt voorgesteld alsof de bestaande structuren het initiatief van de bevolking hebben doodgedrukt en de ontdekking van burgermeesters de verlossende stap is. Niet alleen is dat een verdraaiing van de geschiedenis; het is ook een ontkenning van de gevaarlijke kant van burgermeesters. Dat is dat ook zij in een systeem van checks and balances gewogen horen te worden. En niet een systeem waarin de slager zijn eigen vlees keurt. Het is een klassiek representatieprobleem: wíe, en met welk mandaat, vertegenwoordig je?

20121031-211604.jpg

Burgermeesters zijn een interessant idee. En het boek waarin ze worden geïntroduceerd, zal vast nog aandacht krijgen. Maar ik moet bekennen dat ik verwacht dat politici er snel mee aan de haal zullen gaan om bezuinigingen mee te verantwoorden: ‘de burger kan het zelf ook heel goed; misschien zelfs beter’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s