Spannende dingen

Bij de lokale sigarenwinkel lagen ze: de tijdschriften. Een gespecialiseerde winkel bestond nog niet. Tijdschriften waren bijhandel. Het was ook de plek waar de geheimzinnige tijdschriften werden verkocht waarover je de sterkste verhalen hoorde op school. “De Lach, jongen, staat vol met blote wijven.” Maar ja, bij de sigarenboer liep je niet zo onopvallend binnen. Dat veranderde toen ook supermarkten en (kantoor)boekhandels tijdschriften gingen verkopen. Dáár was het minder vreemd binnen lopen.

20121028-204048.jpg

Jongeren zetten zich altijd af tegen ouderen. Het heeft wel iets van een verpoppende rups: onder de zichtbare laag van (dominante) ouderen ontstaat tezelfdertijd een nieuwe laag, een nieuwe samenleving. De bestaande heeft lang de neiging de eigen mores tot richtinggevend te benoemen; daarmee die van de volgende generatie ontkennend. Het gevolg is een spanning. Maar ook een belangrijk effect: een wijziging van mores vindt geleidelijker plaats.

De spanning is welbekend. Ook jij hebt die meegemaakt. Dat kan (haast) niet anders.

Vaak worden jeugdculturen weggezet als subculturen. Één samenhangende ‘jeugd’ bestaat niet. Wel een leeftijdscategorie waarbinnen een rijke verscheidenheid aan subcategorieën bestaat. Da’s overigens absoluut niet nieuw. Het is van alle generaties, maar de vormen hangen wel samen met de beschikbare mogelijkheden. De vetkuif uit de jaren zestig kon eigenlijk niet goed bestaan zonder de brommer; de gabber niet zonder de dreunende house.

20121028-204106.jpg

Wat ook niet (echt) veranderde, is de zorg van ouders. Vanaf het moment dat kinderen zich buiten direct bereik bewegen, lijkt zich dat te ontwikkelen. En bij de een nadrukkelijker en explicieter dan bij anderen. De kleuters wordt geleerd dat ‘het verkeer gevaarlijk is’. De meeste kinderen leren ook nog eens zwemmen ‘want in Nederland is veel water en als je daar in valt zonder te kunnen zwemmen…’. Vreemden moeten de kinderen ook maar niet al te zeer vertrouwen, want je weet maar nooit (dat juist de gevaarlijkste ‘roofdieren’ te vinden blijken te zijn op de veiligst geachtste plekken, overstijgt cynisme).

En nu is er een omgeving die zo snel is opgekomen dat ouderen moeite hebben hem te begrijpen: het Internet.

Dat halve begrip van de nieuwe wereld en nieuwe mogelijkheden, gecombineerd met de positie van meer-machtige, maakt dat ouderen de eigen mening en impressie tot norm verheffen. En daarin is het Internet bedreigend, zijn jongeren niet in staat hun eigen identiteit en privacy te bewaken, en zijn jongeren te naïef.

Fout!

Er is een aantal interessante zaken om eens bij stil te staan. Met name ene Dana Boyd, en haar onderzoeksteam, haalden wat zaken boven water. De moeite waard om hier eens te gaan rondneuzen.

Zo (b)lijken jongeren zich te beschermen tegen pesten (bullying) door dat te beschouwen en benoemen als ‘toneelspelen’ (staging). Dat is veel meer dan semantiek. Staging maakt bijvoorbeeld ook duidelijk dat jongeren goed weten dat zij in een publieke omgeving actief zijn waar veel, zoniet alles, zichtbaar is van wat zij doen. Je kunt het ook zien als het fabriceren van een identiteit: wat wil je dat de anderen voor beeld hebben van jou? En welke acties horen daarbij?
Privacy is ook zo’n onderwerp. Want het Internet mag dan wel een grote, openbare bron van informatie zijn; de berichten op de afzonderlijke platforms als Facebook zijn nog steeds bedoeld voor toegelaten vrienden. Wat daar wordt gedeeld, is van hetzelfde soort als eerder werd gedeeld op pleintjes of de snackbar. En ook daar viel het gesprek onmiddellijk stil als er ‘een oudere’ binnenkwam, zeker een ouder. In de sociologie is, door Goffman, zoiets benoemd als civil inattention: het géven van ruimte aan de ander. Wat minstens zo interessant is; conclusies uit psychologisch onderzoek naar (gebruikers van) cyberspace waaruit blijkt dat gebruikers van het Internet zich minder belemmerd voelen in hun uitingen, deels omdat zij die omgeving als veilig herdefiëren.
Dat disinhibition-effect – ontremmingseffect – kan zowel positief als negatief uitpakken.

The specific features (real/semi-real and/or mythical) of cyber space are what contribute to the production of disinhibition effect. These features are: dissociative anonymity (“you don’t know me”), invisibility (“you can’t see me”), Asynchronicity (“see you later”), solipsistic introjection (“it’s all in my head”), dissociative imagination (“it’s just a game”) and, minimizing authority (“we’re equals”). Different personality variables, personal and cultural values also come into play in a person’s mode of self-expression online.

Wie dat tot zich laat doordringen, zal wellicht (ook) tot de conclusie komen dat wat jongeren doen helemaal niet zo ‘fout en ondoordacht’ is. Eerder lijkt het een heel adequate reactie op de nieuw ontstane omgeving: die van het Internet en social media.

20121028-204059.jpg

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s