Onzichtbaarheid bestaat

20121024-180516.jpg

Iets wat mij in mijn jeugd is gaan bezighouden, is de vraag hoe het leven er in de Tweede Wereldoorlog eigenlijk uit zag. Hoe was het om op een gemiddelde dag in een gemiddeld straat in een gemiddelde stad rond te lopen? Wat merkte je dan van de bezetting? Soldaten op straat? Schietend? Angstig om zich heen kijkende mensen? Dat kon ik me dus niet voorstellen. Het dagelijks leven, zo leek me, moet er min of meer hebben uitgezien zoals in de tijd ervoor.

20121024-180451.jpg

Dat is een beetje de ellende van documentatie als romans en speelfilms (en tot op zekere hoogte ook documentaires). Omwille van de boodschap zijn die genoodzaakt tijd en ruimte in te dikken, te verdichten. Daardoor ontstaat een beeld alsof de spannende, cruciale momenten zich in een korte periode afspelen. Als je dat maar lang genoeg volhoudt, beklijft het op den duur zelfs als ‘waarheid’. De stortvloed aan westerns die in de jaren zestig en zeventig is gemaakt, heeft de kijk van een hele generatie op de verhouding ‘roodhuiden-bleekscheten’ bepaald. Krijsende, woeste, moordende indianenkrijgers op paarden die zich stortten op nobele, zich verdedigende mannen – en vrouwen en kinderen – tot hun verschrikkelijke marteldood er op volgde. Pas veel later komen de films waarin de oorspronkelijke bewoners van dat continent op een iets meer waarderende manier worden geportretteerd.

Sommige gebeurtenissen zijn zó groot, of zo abstract, dat ze alleen op macro-niveau zichtbaar zijn.

20121024-180507.jpg

Heb jij nú, vandaag, deze week, het gevoel dat het slecht gaat met Nederland? Dat we middenin een grote, diepe crisis zitten? Dat er volop ellende is? Dat de vooruitzichten nog steeds somber zijn? En dat gevaar van alle kanten, maar vooral de zuidelijke, komt?

Niet? Ik ook niet. En toch melden ‘de media’ dat het zo is. En ze hebben nog gelijk ook.

De verklaring is dat sommige dingen werkelijk onzichtbaar zijn. Zoals ‘de natuur’ niet bestaat, bestaat ‘de recessie’ ook niet; je kunt ze niet aanwijzen. De optelsom van een aantal verschijnselen maakt het fenomeen. En die losse verschijnselen zijn niet zo in het oog springend.

Als je de verhalen leest, hoort en ziet over de vorige recessies – en zeker de Depressie – dan verwacht je haast rijen mensen voor de gaarkeukens, de werkzoekenden voor de arbeidsbureaus of de informele werkverdelingsplaatsen, de mensen in sjofele, opgelapte kleding. Gaarkeuken en arbeidsbureau hebben we niet meer, alhoewel de voedselbanken in lijn met gaarkeukens kunnen worden gezien.

Onzichtbaar. Dat was en is ook de armoede bij oudere mensen in de jaren tachtig. Verborgen voor iedereen werd er heel wat geleden; misschien niet levensbedreigend, maar wel levensvreugde wegnemend. En dat voor mensen op leeftijd, die al een arbeidzaam leven achter de rug hebben.

Die onzichtbare ellende is nooit weg geweest. Momenteel is ze echter weer veel omvangrijker. En nog steeds niet zichtbaar. Da’s fijn…. voor de mensen die zich graag gerustellen met de gedachte ‘dat het wel meevalt, want ik merk op straat niets van de crisis’.

Zo werkt het dus niet. De crisis ís er. Er lijden veel mensen onder. En de armoede en werkloosheid laten littekens achter. Maar wie ziet dat? Wie wíl dat zien? Want, tja, dan wordt wellicht verwacht dat je een helpende hand uitsteekt.

Vrijdag is het offerfeest: krant gelezen?

20121024-175035.jpg

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s