Decentraliseren?! Denk nog eens twee keer na

In Brabant gaan we experimenteren met kinderen. Twintig gemeenten in de regio Den Bosch krijgen daar de verantwoordelijkheid, en middelen, voor enkelvoudige ambulante hulp. Na deze regio gaat die verantwoordelijkheid in heel Nederland naar de gemeenten. Van de ervaringen die ‘Den Bosch’ gaat opdoen, kunnen zij dan leren.

Opvallend, is dat een belangrijke reden voor deze decentralisatie ligt in de lange tijd die verstrijkt tussen het benoemen van de hulpvraag en het bieden van hulp. De bureaucratische weg is dus lang. En dan is het uitermate bevreemdend om díe niet gericht aan te pakken. Want dat zou je dan dus verwachten: een stevige snoeibeurt in de procedures waarmee Bureau Jeugdzorg is omgeven. En dat dan nádat de vraag is gesteld en beantwoord waarom die procedure er is. Het zou toch ‘wat lullig’ zijn als preventieve procedures wegsnoeien, leidt tot misbruik, van kinderen, ouders of regeling.

20121016-173320.jpg

Maar nee. Alsof het een Pavlovreactie is, zoals ‘marktwerking’, decentraliseren we naar gemeenten. Die staan immers dichter bij de burger en kennen de lokale situatie beter. Alsof Nederland een enorm land is: de hele randstad is nog steeds kleiner als wereldsteden als New York, Parijs of Londen.
En wat te denken van de samenhangende logica. Gemeentelijke pleitbezorgers zeggen kortere, en daardoor betere – waarom? -, lijnen te hebben naar ondermeer onderwijs en politie. Laat die laatste nu net de beweging naar een nationale politie maken, met een héél andere relatie tot de burgemeester casu quo gemeente. Die afstand zal niet kléiner worden.
Wensdenken en systeem ontwerpen lijken veel eerder de lading van decentralisaties te dekken.

Maar dan.

In de De Volkskrant wordt de Kinderombudsman geciteerd:

“Veel kleinere gemeenten zijn niet toegerust op zo’n zware verantwoordelijkheid. Het is bijna experimenteren met kinderen”

.

Dat is een helder standpunt: ze kunnen het niet. Maar over kwaliteit en capaciteit wordt over het algemeen heel weinig expliciet gemaakt. Het is stuitend om te ervaren hoe wordt gedacht over de kwaliteiten van gemeenten. De afgelopen jaren heb ik daar wat aan kunnen ruiken. ‘Laatdunkend’ is, denk ik, de vriendelijke term over die oordelen. Oordelen die nooit verder komen dan informele uitwisseling. Oordelen die ondergeschikt zijn aan bedrijfseconomisch belang; er kan worden verdiend aan gemeenten. Oordelen ook die de basis zouden wegslaan onder decentralisaties.

20121016-174616.jpg

Begrijp me goed. Mijn kritiek geldt níet de gemeenten, maar de ‘laatdunkers’. Consultancy-bedrijven en opleidingsinstituten die willen verdienen. Met boter op het hoofd worden diensten aangeboden aan gemeentelijke klanten met medewerkers “die van een nivéau zijn…”. Waarom doe je dat dan? Waarom stel je dat dan niet expliciet ter discussie? Waarom blijft dat dan in ‘het informele circuit’? Overigens heb ik ook wel ríjksambtenaren zich zo horen uiten over gemeentelijke collega’s; voor het uitvoeren van – elders ontwikkeld en vastgesteld – beleid zijn die zeer geschikt. Er lijkt een publiek geheim te bestaan dat gemeenten eigenlijk beperkte capaciteiten hebben.

Toen ik er een paar jaar geleden voor het eerst mee in aanraking kwam, was mijn eerste reactie: “Ja, ja, dat zal. Mij maak je niet wijs dat zo in elkaar zit. Dat kán niet waar zijn.”. In de jaren die daarop volgen, is mij gebleken dat het zo ook niet precies in elkaar zit.
Het lijkt inderdaad zo te zijn dat gemeenten niet voorop lopen. En, zoals overal, zijn er heel goede en slechtere werknemers. Maar wat de ‘laatdunkers’ vergeten, is dat de afgelopen jaren steeds meer en zwaardere eisen gesteld zijn gaan worden aan mensen die die veranderingen niet allemaal konden bolwerken in de beschikbare tijd. Je kúnt organisaties en hun medewerkers niet in een bijna permanent proces van verandering brengen. Zeker niet als je meent dat het niveau beperkt is.

Persoonlijk denk ik dat de Kinderombudsman groot gelijk heeft en (kleinere) gemeenten deze verantwoordelijkheid niet aankunnen. Datzelfde gaat zich de komende jaren voordoen in de zorg voor psychiatrisch patiënten. De regie in dergelijke processen eist andere vaardigheden. Een gemeente ís geen zorginstelling en heeft die (zorg)kwaliteiten dan ook niet. Het is onder die conditie dan ook oneerlijk om die taken wel aan gemeenten toe te dichten.

Maar wat me écht stoort, is dat er wel wordt verdiend aan gemeenten; door dezelfden die zich zo laatdunkend uitlaten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s