Alwetendheid tegen wil en dank

Nu de hele wereld, in informatie, aan onze voeten ligt, kunnen we ons wentelen in informatieweelde. En dat gebeurt ook wel. Niet eerder zijn bovenliggende partijen zo onder druk gezet door onderliggende als nu. Het is nog maar de vraag of dat onderscheid handhaafbaar is nu bijvoorbeeld ook groepen burgers plannen kunnen maken voor hun buurt, wijk of stad en dat soms zelfs beter doen dan de aangewezen beambten. De beschikbaarheid van informatie maakt nogal wat los.

Dat tot dan onderliggende partijen nu beter beslagen ten ijs komen, is een goed teken. Dat steeds vaker ‘leugentjes om bestwil’, maar ook regelrechte misleiding, uit het verleden tevoorschijn komen, is ook positief te noemen. De controleerbaarheid van beslissingen en beslissers neemt toe.

De schaduwzijde bestaat echter ook. De snel toegenomen verwachting dat we te maken met een goed-geïnformeerde burger, klant of patiënt zorgt er ook voor dat daarop wordt geanticipeerd. Wie niet zelf de juiste informatie weet te vinden, heeft steeds vaker een steeds groter probleem. De beschikbaarheid van informatie biedt daarmee ook een pracht van excuus, pracht van redenering, die het probleem bij de vraagsteller legt: die heeft immers álle noodzakelijke informatie ter beschikking. Maar de hoeveelheid informatie biedt ook tal van mogelijkheden tot camouflage en verbergen. De spreekwoordelijke naald in de hooiberg heeft nu een moderne equivalent nodig: dat ene document in de databrij die het Internet ook is.

20121015-193601.jpg

In die situatie is het vrij logisch dat we worden geconfronteerd met beelden als ware het Internet een wereldwijde bibliotheek of een wereldbrein. Of met de vaststelling dat er wel heel veel informatie beschikbaar komt, waardoor we last zouden krijgen van information overload, infobesitas en infostress. Wij mensen kunnen die enorme hoeveelheden niet aan. We maken sneller en meer informatie dan ons organisme zich kan aanpassen aan die veranderende omstandigheid. En dan te bedenken dat sommige voedingsdeskundigen het effect van ons moderne eetpatroon op ons lichaam wijten aan genen die nog ‘redeneren’ als ware wij jager-verzamelaars in de oertijd. Zo snel als onze omgeving nu verandert, is tot nu ongeëvenaard en lijkt ook een snelheid te hebben die we niet meer bijbenen. In dat opzicht lijkt het wel alsof we van een berg zijn gaan afrennen en nu het moment naderen waarop we ‘onze benen voorbijrennen’. Dat wordt dan dus klatsjboemho!

Pientere mensen hebben zich geworpen op het probleem en hun schrandere gedachten zou je kunnen samenvatten als: er is dan wel sprake van veel informatie, maar dat leidt niet zozeer tot een overdaad aan informatie als tot een gebrek aan filters. Denk dan aan de rol van journalisten om nieuws te duiden. Of die van wetenschappers om verbanden te leggen en onderzoeken; leraren om lesstof gefaseerd aan te bieden.

De vraag die echter een beetje buiten beeld blijft, is: waarom willen wij zo op de hoogte zijn? Waarom is het zo belangrijk om te weten?

20121015-191414.jpg

De basis daarvoor ligt, zoals bij zoveel, in je jeugd. In die periode wordt niet zozeer je karakter gevormd, maar je sociale karakter begint dan aardig vorm te krijgen. Hoe gedraag je je in een groep? “Wees niet zo’n watje, jôh; klim in die boom, spring over die sloot, kruip door dat gat”; zeker jongens kennen zonder twijfel zat van die uitdagingen. Groepsdwang kan erg sterk zijn, ook té sterk.

In een competitieve wereld is het de gewoonste zaak van de wereld dat we wedijveren. Het is belangrijk om de beste te zijn. Dat belonen we ook. De beste sporters verdienen (vaak) het meest. De best betaalde banen zijn die waarvoor je met je hoofd moet werken danwel lang studeren. Met als effect dat we afstormen op een groot tekort aan handwerkslieden. Dát krijg je immers als iedereen maar hogerop moet willen komen: een wedren naar de top. Niet voor niets zijn er in Nederland nu zoveel guru’s, experts en trendwatchers actief.

20121015-191425.jpg

Dat stukje mis ik nog weleens in de verklaringen waarom we zo’n last kunnen hebben van de hoeveelheid informatie. Dat hangt, verwacht ik, óók samen met de ingehamerde mentaliteit dat het een veeg teken is als jij iets niet weet wat een ander wél weet. Dat zit zó diep dat het onzin is om te beweren dat jij daarop aangesproken kunt worden of het eenvoudig kunt veranderen. Dat is echter geen reden om er niet bij stil te staan:

Waarom zou je eigenlijk zoveel wíllen weten? Denk je echt dat het een teken van falen is als je iets níet weet? Denk je echt dat je continue in concurrentie met (veel) anderen moet en kúnt zijn? Denk je dus echt dat er geen grens is aan wat jij kunt bevatten?

2 thoughts on “Alwetendheid tegen wil en dank

  1. Als het over deze vragen gaat mag ik graag Goethe’s Faust citeren die mij leerde dat je altijd meer niet weet dan wel ‘Ich armer Tor, bin so klug wie zuvor’. Een geruststellende gedachte die overigens niet betekent dat ik mijn leer- cq weetgierigheid ben verloren. Maar ik ken mijn plaats.

    • Da’s wel een mooie gedachte! En dat je meer niet dan wel weet, is heel erg waar. Sterker, filosofisch gezien kun je pas weten wat je mist op het moment dat je alles weet. Met Faust zouden heel veel mensen blij moeten zijn.

      Verstuurd vanaf mijn iPad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s