De rare redenering van een total loss

Raar heb ik het, geloof ik, het altijd al gevonden. Mijn redenering is dat als iemand anders iets van jou kapotmaakt dat je dat dan vergoedt krijgt naar de staat waarin het zich bevond voordat het werd kapot gemaakt. Alleen dan leid jij geen verlies of maak je winst. Want dat vind ik dan ook wel weer: het mag geen winstgevend handeltje worden, die rechtzettingsprocedure.

Maar zo werkt het dus niet.

In de jaren zeventig heb ik het eens meegemaakt met een brommer; en nu met onze auto. In Frankrijk is afgelopen augustus daar een andere auto op ingereden. Nu is de onze dus behoorlijk ge-blikschadigd. Geen persoonlijke ongelukken; dat was al winst. Maar dan begint de ellende.

Ik ga er even van uit dat wij het gelijk aan onze kant hadden en hebben. Dat zal, meldde de verzekeraar al, weleens heel lang kunnen gaan duren en met ongewisse uitkomst. Maar goed, gemakshalve gaan we er dus van uit dat de tegenpartij de schade moet vergoeden.

En dat kan heel goed uitdraaien op een verhaal waarin het slachtoffer – wij – erbij inschiet. De redenering is immers niet: ‘de auto wordt hersteld naar de staat waarin hij verkeerde’, maar ‘de auto wordt hersteld naar de staat waarin hij verkeerde, mits dat nog zinvol is’. Dat ‘mits het nog zinvol is’ is in die zin de sleutel. Want hoe bepaal je dat? En waarom eigenlijk?

20120927-175528.jpg

Persoonlijk vind ik het hoe dan ook belachelijk dat de vraag wordt gestéld. Het uitgangspunt moet zijn dat de veroorzaker de schade herstelt of vergoedt.

De vraag of een auto, in dit geval, het nog waard is om te worden hersteld, is een net zo idiote. Die waarde kan ‘m zitten in emotie – er zijn dus werkelijk mensen die zijn gehecht aan hun karretje – maar evengoed in onderhoud. Stel, je poetst en boent de auto jarenlang om hem in goede conditie te houden en ieder jaar onderzoekt de garage, net als een tandartscontrole, de auto op gebreken en herstelt die voorzover nodig. ‘Het karretje’ kan dan lang mee; alsof-t-i ‘van een oud vrouwtje was die hem altijd in de garage had staan’. Zo eentje, dus.

Maar als zo’n auto wordt beschadigd, telt dat allemaal haast niet mee. Dan telt de waarde die de auto heeft in de koerslijst in combinatie met schattingen door den paar garagebedrijven van de dagwaarde. Het resultaat is, zeker voor oudere auto’s, bijna altijd een total lossverklaring. Da’s een zuiver economische afweging: de reparatie is duurder dan de waarde van de auto en dús is het niet zinvol te repareren. Dús?!

Raar is dat. Want het reduceert alles tot ogenschijnlijk neutrale, vergelijkbare grootheden. Dat klopt niet. Maar wat veel interessanter is: waarom zou je nog je best doen gebruiksgoederen langer in stand te houden dan ‘het gemiddelde’? Het is immers duidelijk dat je daarvoor niet wordt beloond, maar gestraft.

Gestraft omdat er niet alleen minder wordt uitgekeerd dan de benodigde reparatie, maar ook omdat het gevolg daarvan kan zijn dat je iets vervangends moet kopen. En da’s gegarandeerd duurder…
Kortom, die idiote houding rond economische waarde en total loss is een aanpak die vooral leidt tot desinteresse, kapitaalvernietiging en milieuschade. Het ware beter als er gewoon werd hersteld, als dat nog mogelijk is.

20120927-175138.jpg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s