Fout is lekker (en goed)

Diep in mijn hart ben ik vast een agressief en intolerant wezen. Want soms heb ik toch echt het gevoel dat sommige mensen ‘gewoon hardhandig eens op hun nummer moeten worden gezet’. Dronken automobilisten die iemand doodrijden? Hoppa, achter slot en grendel voor minstens 5 jaar. Gewapende overval plegen? Best, maar dan mag je ook worden doodgeschoten bij arrestatie, als je dan zo graag gewapend wilt zijn. Oplichting? Mismanagement? Dan ben je de klos: persoonlijk faillissement en terugbetalen.

Gelukkig gaat dat allemaal zo niet gebeuren. Want de emotie leidt op dat moment het oordeelsvermogen. En of dat een goede raadgever is voor effectieve reactie, ook op de lange termijn, is maar de vraag. Woede vernauwt het bewustzijn.

Toch is het belangrijk af en toe stil te staan bij de rustige, weldoordachte manier van reageren waarvan wij nu menen dat die de beste manier is.

20120924-194637.jpg

Om te voorkomen dat de parallel teveel in het heden ligt en afleidt: in het verleden was ik actief in het ‘open jeugd- en jongerenwerk’. Veel gesjouw, veel ge-vergaderen, veel onbegrip, veel tijd, veel lol en heel veel goede herinneringen. Het was een tijd waarin verschillende groepen jongeren in één ruimte kwamen. Als je het werk kent, verbaast het je niet: vechtpartijen en gedoe om de hegemonie. En vechtpartijen waren dus ook véchtpartijen op het oorlogse af.
Wat je daar dan heel snel leert, is dat je de juiste taal moet spreken. Hoe ik het wend of keer, degenen die de taal van het geweld het best beheersten waren degenen die het best intervenieerden. De potige jongerenwerker deed het beter dan de langharige overleg-is-beter jongerenwerker. Op korte termijn. Tijdens de incidenten.

Ervaringen als deze doen me vraagtekens plaatsen bij mensen die alles ‘politiek correct’ of ‘ethisch verantwoord’ denken op te lossen.

Niet om ’t een of ander – want met harde hand gelijk afdwingen is meestal een tijdelijke oplossing -maar soms is het toch wel een optie de juiste ‘taal’ te spreken. Niet om te pleiten voor meer agressie of geweld, maar een zekere mate van street credibility is politici of soms ook politiemensen niet aan te rekenen. Dat maakt dat hun woorden ánders worden gewogen. En juist dat is, denk ik, wat maar niet wordt begrepen.

20120924-194625.jpg

Het is een dun laagje fatsoen dat over ons heen ligt, zo lijkt het. Lang hebben we verondersteld dat een beschaafde wereld er een is waar geen geweld wordt gebruikt. Maar wellicht hebben we iets ‘onder het tapijt geveegd, ontkend, onder een laagje fatsoen verscholen dat er toch af en toe uit moet. En dat, hoe meer wordt geprobeerd het tegen te houden, steeds heftiger uitbarstingsvormen aanneemt.

Het is góed om af en toe uit de band te springen; hoezeer anderen zich daaraan ergeren. Carnaval heeft zo’n functie. Carnavalháters zijn er ook. In het dorp waar ik ooit woonde, vonden ooit halve veldslagen plaats tussen twee ándere dorpen; op een plek die nu een nationaal pretpark is geworden. En nog steeds bestaat de behoefte eens lekker ‘uit je dak’ te gaan. En ook dat ‘hoort niet’.

Maar als iedereen doet ‘wat hoort’ – als dat al is vast te stellen – dan zullen er mensen zijn die zich in een keurslijf gekneld voelen. Nu kun je hoog en laag springen maar zonder uitlaatklep(pen) gaat dat gegarandeerd een keer mis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s