Twitter als infrastructuur

Infrastructuren. Een mooi woord. De ondersteunende systemen die het mogelijk maken dat andere systemen kunnen functioneren. Vanwege die strategische positie zijn het vaak collectieve of publieke diensten (geweest). Van de lagere school kennen we natuurlijk de auto-, vaar- en spoorwegen en de gas-, water- en electriciteitsvoorziening. En jarenlang hebben we er ook de post en telefoon onder gerekend. Da’s nu allemaal anders.

20120908-201321.jpg

Omdat infrastructurele voorzieningen óók ‘gewoon bedrijven zijn’, die moeten worden geleid, leek het vanzelfsprekend hen ook naar het speelveld van de bedrijven, ‘de markt’, te brengen. Dat daar net andere spelregels gelden, weten we nu: steeds meer is winstbejag, analoog aan aandeelhoudersbelang, voorop komen staan en is het publieke belang uit het oog verdwenen. Publiek belang is in dit geval een geleverde góede dienst en níet een infererieure, maar goedkoop gerealiseerde.
Maar goed, die discussie gaat binnenkort vast weer van start, nu we meer en meer ontdekken wat de effecten van ‘marktwerking’ zijn.

De vraag is echter óók wat we eigenlijk als infrastructureel zien. Persoonlijk zou ik daaronder alle voorzieningen willen scharen die het functioneren van een samenleving mogelijk maken. De belangrijkste reden daarvoor is dat dergelijke voorzieningen zó strategisch zijn dat ze niet in handen van één, oncontroleerbare partij mogen zijn, en zeker niet mogen worden geleid door winstbelangen.

Nu is de samenleving een dynamisch geheel en dus verandert er weleens iets. Zelfs in de infrastructuur, waarvan je zou verwachten dat die het minst (snel) verandert. En wat doe je daarmee?

Internet is zo’n dienst waarvan – wat mij betreft – glashelder is dat die een basisvoorziening is (geworden). Het is dan ook mooi dat zo’n wereldwijde dienst niet echt in iemands handen is, maar wordt geleid door een systeem van instellingen. En met vertegenwoordigers uit diverse landen.

Niet dat je daarmee klaar bent. Want bovenop zoiets als het Internet worden diensten ontwikkeld. En wat doe je als daarin monopolies ontstaan? Daarvan kun je beweren dat consumenten daarin een stem en keuze hebben en er dus geen probleem is. Maar feitelijk is dat er dus wel een groot probleem, want een fabrikant bepaalt dan de toegang tot een exclusieve dienst. Een dienst die sociaal gezien noodzakelijk is, voor alle duidelijkheid.

20120908-201334.jpg

Het is dit probleem waaraan ik moest denken toen ik las van de bewegingen die Twitter maakt met z’n API, de regels waarmee zij regelen wat externe ontwikkelaars kunnen met hun software. Het lijkt zo simpel: natuurlijk moet Twitter, als eigenaar, kunnen bepalen wat derden doen. Zij hebben er immers in geïnvesteerd en het is hún idee.

O?!

Maar het is inmiddels ook wel software geworden die zó ingeburgerd is geworden dat het de vraag is of dit nog wel zo kan. Wat mij betreft, wordt de discussie wel gevoerd. En dan niet op het niveau van de besturingssystemen. De discussie zou moeten gaan over de mogelijkheid om ook op toepassingsniveau te spreken van collectieve voorzieningen.
Denk bijvoorbeeld ook eens aan de snelle opkomst van legitimatie door middel van Facebookaccounts. Facebook is een bedrijf! Het is misschien wel makkelijk als iedereen het gebruikt, maar met welk effect?
Gigaom heeft een aardig artikeltje over de effecten van Twitters besluiten.

Heel stevig in te zetten op open standaarden en open source? Minimaal? Met een overheid met lef, visie en deskundigheid? Want momenteel is de strijd zwaar ongelijkwaardig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s