Raaarrrr…. Die studiekeuze.

Vreemd bericht eigenlijk, van FNV Jongeren. Ze maken zich zorgen over MBOers die studies kiezen voor beroepen waarnaar geen vraag is op de arbeidsmarkt. Klinkt sympathiek, toch? De vakbond die zich zorgen maakt over jouw toekomst.

Maar het is een vreemde houding.

Het afgelopen anderhalf jaar heb ik de discussie een aantal keer gehoord: we moeten iets doen aan al die jonge mensen die verkeerde studiekeuzes maken. Niet dat altruïsme daarin een rol speelt, of zelfs maar empathie voor het lot van die jongeren. Nee, belangrijke drijfveer was de verspilling van geld, van overheidsgeld. Ons geld, heet dat dan. En dus zien bedrijven mogelijkheden om te verdienen aan overheden, gemeenten die iets willen doen aan die verspilling van ‘ons geld’, door zélf dat geld te innen voor initiatieven die die jongeren moeten informeren. Is ‘ons geld’ toch weg, maar in een andere zak. Een app, een website, een adviestraject: je bent er als gemeente (veel te veel) geld aan kwijt.

Dat wat je doet, moet bij je pássen. Zoveel is ons allemaal wel duidelijk. Wie niet in de wieg is gelegd voor top-atleet, zal dat ook nooit worden. Hoe het Amerikaanse sprookje – dat je alles kunt bereiken als je maar wílt en doorzet – ons ook anders wil doen geloven: zonder de juiste genetische aanleg voor spiermassa of oog-hand coördinatie red je het in bepaalde sporten echt niet.
Maar wat bij je past, is niet alleen fysiek bepaald. Het heeft ook alles te maken met je karakter en je interesses, met je afkomst en je opvoeding. Wie ooit een (meester)schrijnwerker, een fijnmetaalbewerker of een goudsmid aan het werk zag, zal kunnen beamen dat dat rust en een goede controle over de fijne motoriek vereist. En mocht je bijziend zijn: die handicap is een vóórdeel in beroepen waar wordt gewerkt met heel kleine details.

20120808-194235.jpg

Die relatie is uiteraard niet in beton gegoten. Was dat wel zo, dan zou sprake zijn van predestinatie, voorbestemming. Dan zou het ook bar weinig uitmaken of je je wel of niet inspant om iets nieuws te doen. Dat, immers, zou gedoemd zijn te mislukken.
De werkelijkheid ligt ergens in het midden. We kunnen, binnen onze eigen individueel bepaalde grenzen, wel degelijk bewegen. En zeker de niet-ambachtelijke banen, de niet-beroepen, bieden dan kansen. Iconisch zijn de managers, waarvan lang werd gedacht dat die ‘om het even welk bedrijf’ zouden kunnen leiden. Sterker, de ambachtslieden, de mensen die een productieve váárdigheid bezitten, raakten in status en beloning steeds verder achterop. De moderne samenleving maakte het voor de meerderheid mogelijk méér inkomen te vergaren dan de generatie van zijn ouders. Die opstapeling maakt ook dat steeds meer mensen zich primair richtten op het vergaren van zoveel mogelijk status in casu geld. Niet het vak, maar het te bereiken doel, casu quo inkomen, werd maatgevend. En masse zijn we gaan studeren, want de geconstrueerde toegang tot die banen is geregeld via opleidingsniveau.

Daarmee is wel een scheiding ontstaan tussen beroep en roeping. Dat laatste woord lijkt uit de mode, maar het is wel een sleutelwoord. Roeping, passie, opdracht, missie, metier, bestemming; allemaal woorden voor hetzelfde: werk doen wat bij je past.

En dat is het vreemde in het verhaal van de opleidingen-arbeidsmarktdiscussie.

Want die gaat absoluut níet uit van een mens als compleet en zelfstandig wezen, maar van een mens als instrument op een arbeidsmarkt. Het gaat dan immers niet om de bevrediging van een individu, maar van een goede aanvoer van arbeidsmiddelen voor de werkgevers. In feite reduceert die opstelling werknemers tot willoze instrumenten.

20120808-194227.jpg

In een tijd waarin veel wordt geëist van het probleemoplossend vermogen van de samenleving, is het noodzakelijk maximaal gebruik te maken van onze capaciteiten. Al tijden wordt beweerd dat ‘we dringend behoefte aan ondernemingszin en aan initiatief’ hebben. Welnu, dat stimuleer door mensen de ruimte te geven. Wat is er mooier als net-afgestudeerden niet in loondienst gaan en uitgekauwde wegen bewandelen, maar nieuwe, eigen initiatieven ontplooien? Dat gaan ze vast niet allemaal doen. Een groot deel zal zelfs noodgedwóngen zzp-er worden.

Maar het is waarschijnlijk helemaal niet de bedóeling dat studenten en leerlingen zelf initiatief nemen. De teneur die veel duidelijker uit dit soort van acties spreekt, is die van werkgevers om hun gevestigde positie en belangen te beveiligen door, voor nieuwkomers, de toegang tot hun markt te bemoeilijken en door zorg te dragen voor een geregelde, een maakbaar arbeidspotentieel. En dat beide tegelijk. Door de poortwachter Onderwijs te ‘gebruiken’.

Ik wil maar zeggen: het ligt er maar net aan hoe je naar economie kijkt. Wat mij betreft, is dat óns belang en niet exclusief een ondernemersdomein. En dan past het, vind ik, níet om onderwijs op deze manier te reguleren. Goed informeren: prima. Afraden vanwege risico’s: prima. Maar ook prima: nieuwe bedrijven, initiatieven en concurrenten. Dat willden ‘we’ toch?!

20120808-194218.jpg

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s