Op de barricades?! Virtueel dan. Toch?

Een spook waart door Europa – het spook van het communisme. Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden, de paus en de tsaar, Metternich en Guizot, Franse radicalen en Duitse politiemannen.

Natuurlijk ken je de bron van dit citaat. Het Nederlands onderwijs is goed genoeg om je te doen denken: “dit kén ik”. Het is de opening, de wereldberoemde opening, van het Communistisch Manifest van Karl Marx. In de rest van het inleidinkje maakt Marx duidelijk wat hij beoogt: een partijprogramma schrijven onder welk al die verschillende facties aan ‘communisten’ (en anarchisten) zich zouden moeten verenigen als één revolutionaire beweging. Want

Het communisme wordt reeds door alle Europese machten als een macht erkent.

Wat moeten we in vredesnaam met een boek, een manifest van iemand die, zo bleek achteraf, bar weinig hád met ‘proletariërs’, uit welk land dan ook. Maar het gaat niet om Marx, het gaat om zijn stelling: dat er al een verandering gáánde is en dat die, zij het impliciet, ook al wordt erkend door de machthebbers. Die trachten, wanhopig in Marx’ visie, de verandering zwart te maken en te brandmerken. Vandaar dat ‘spook’ dat ‘door Europa waart’. Griezelverhalen doen het beeldend altijd goed.

Zijn wij nu getuige van een vergelijkbaar verschijnsel? Wordt de gevestigde orde bedreigd en verdedigt ze zich weer op deze manier?

Zo af en toe denk ik van wel. Zeker als je soms ziet hoe de gevestigde orde zich verdedigt. Een deel van de medische stand benoemde en benoemt de inzet van nieuwe technologie, en social media, als ondermijnend en niet in het belang van de patiënt. De karakteristieke aanpak: niet ík ben belangrijk, maar wel mijn professie en mijn cliënt. Het blijft fascinerend te zien dat hoe groter het (economisch) belang, hoe sterker de weerstand. Het moment dat de economische macht van farmaceuten wordt aangetast, ontstaat de grootste tegenkracht, voorspel ik. Met name de thuisproductie gaat dat oproepen: van DNA-test en genetische test tot en met 3d-printing.
Diezelfde vorm zie je op meer plaatsen: bij de overheid, bij uitgevers, bij filmproducenten, bij kranten, en vast nog wel meer. In al die gevallen geldt dat het gros van de meningsvormers daar van mening is dat niet hún positie ter discussie staat, maar wel het effect voor ‘de klant’.

Eerlijk gezegd, denk ik dat ook in de economie iets dergelijke gebeurt. Maar dat zou dan veel interessanter zijn. Want als er één ding is wat de geschiedenis ons leert, dan is dat wel dat we niet op een onuitputtelijke energievoorraad zitten en evenmin een oneindige groei aankunnen. Aan alles op aarde, ook aan de economie, is door diezelfde aarde een grens. In dat opzicht zit een economisch systeem als het kapitalistische dan ook op een volstrekt foute koers: groei is alleen de oplossing tót aan die grens. Als die wordt bereikt, dan is overleven alleen nog mogelijk ten koste van anderen. En in die fase zijn we nu aangeland.

Maar er gebeurt ook vanalles.

Het interessantst zijn de initiatieven die de afgelopen tien jaren – en sommige al langer geleden – zijn ontstaan in de wereld van de nieuwe ondernemers. De wat modieuze term start up verhult het wat. En dat is maar goed ook. Want de basis van een aantal start ups is, denk ik, fundamenteel afwijkend van de hoofdstroom.

Een groeiend aantal start ups lijkt zich te organiseren op basis van collectiviteit, en een ontwikkelingsgang te zoeken die níet primair is gericht op winstbejag. Let wel: hier stond dus níet, géén winstbejag. Het grote verschil zit ‘m in het primair najagen van een ideaal en pas later een overlevingsstrategie bedenken. Ook dat woord is niet betekenisloos: een overlevingsstrategie geeft aan dat het voortbestaan voorop staat én dat niet vooraf vaststaat welke weg uiteindelijk gekozen wordt. Kortom, winst en geld komen veel meer in een secundaire rol.

Nu is die manier van werken al wat langer bekend in de wereld van software-ontwerpers en -bouwers. Protocollaire ontwikkelmethodieken – het wóórd alleen al – worden meer en meer vervangen door agile, flexibel en iteratief. Die manier van werken en denken werkt. Maar ze is niet zondermeer over te zetten naar andere sectoren. Een productielijn in een fabriek ontwikkel je niet snel agile. Denk ik.

Maar goed. De invloed van de denk- en werkwijze is er. Her en der in Nederland zie je de kernen ontstaan. Zzp’ers spelen daarin een belangrijke rol. Want de economische laag die ontstaat, is niet alleen gebaseerd op gelijkwaardigheid en wederkerigheid, maar ook op kleinschaligheid. En juist daarin zou de oplossing voor veel problemen kunnen schuilen: verdeel niet géld anders, maar verdeel wérk anders.

Het is me bekend dat wat ik nu beweer utopische trekjes heeft. De weerstand zal krachtig en sluw zijn. Want wat wordt aangetast, is de macht van gevestigde belangen. Daarover had die duvelse Marx echter ook een boodschap: de Verelendung zal tot revolutie leiden. Dat klinkt logisch, maar zoals bijvoorbeeld Karel van ’t Reve schrijft:

Wat verschillende onderzoekers getroffen heeft is het karakter van de crisis die tot revolutie leidt: het is de Verelendung van het proletariaat, de opstapeling van rijkdom enerzijds bij een steeds kleinere groep, het groter worden van armoe en ellende bij een steeds groter wordende groep. Het is die verpaupering en het feit dat de arbeiders ‘geschoold’ en ‘verenigd’ zijn (in grote bedrijven) die ‘noodzakelijk’ tot de revolutie zal leiden. Zoekt men naar de verborgen major in deze redenering dan zou die redelijkerwijs moeten luiden: krijgt een grote bevolkingsgroep het steeds slechter, dan moet dat tenslotte tot opstand en revolutie leiden – een onbewezen stelling en een, waarover menig historicus en socioloog het hoofd zal schudden: het is de meest primitieve voorstelling van revolutie die wij kennen, en als zodanig door velen bewust of onbewust aangehangen. Zij houdt geen rekening met het nogal eens opgemerkte verschijnsel dat juist vermindering van druk aan een opstand vooraf gaat; ook kent de geschiedenis voorbeelden van vergaande verpaupering van grote groepen mensen – de door Marx beschreven verpaupering in Engeland in de 19e eeuw, de verpaupering van het Russische platteland in de jaren 30 en 40 der 20e eeuw-zónder opstand of revolutie. Het is Marx’ kunstgreep dat hij in die beroemde alinea een hoop ellende over de lezer uitstort zodat deze gaat denken: ja, inderdaad, zo gaat het niet langer, dat moet wel spaaklopen. Deze publicistische indruk is echter geen ‘bewezen’ ‘historische noodzaak’ – er wordt eigenlijk niet eens een poging gedaan om deze stelling langs de weg van redenering, argumenten, bewijsvoering aannemelijk te maken: zij wordt geponeerd, en verder niets.

De geschiedenis gaat het ons leren. Maar ondanks de geruststellende woorden van hoogleraren blijf ik denken dat niet álle voorspellingen onwaar zijn. Het gaat ook helemaal niet om Marx en de waarheidsvraag. Het gaat om een bewustwording van de effecten van ons handelen. En die hebben toch echt nog steeds trekjes die in Marx’ beeld passen.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s