Makkelijke prooi voor roofdieren

Leeuwen en tijgers die hun prooi besluipen en dan doodmaken. Of eigenlijk eerder een groep hyena’s. Van die smerige, botten-krakende kaken in een lijf dat niet eens iets mooi heeft, zoals dat van een pezig jachtluipaard. Aaseters die net aan oude of zieke dieren kunnen vangen. En áls ze dat lukt, dan zijn de klungels niet eens in staat op een snelle en nette manier een eind te maken aan het leven van hun prooi. Prima grondstof voor menig nachtmerrie: hyena’s die aan de billen van gnoe’s of zebra’s hangend, daar alvast stukken vlees vanaf scheuren. Levend. Dan luister je toch anders naar Frank Zappa’s Weasels Ripped My Flesh.

Mijn moeder is zo’n prooidier met haar 90+ jaar en slechte mobiliteit. En de roofdieren zijn er, hoor. Wees daarvan overtuigd.

Vandaag was ik bij haar. De gemeente en politie bleken waarschuwingsbrieven te hebben verspreid waarin wordt gewaarschuwd voor de babbeltruc: met een smoes binnenkomen en eenmaal binnen handlangers het huis laten doorzoeken en leegroven. Ik denk dat geen enkele oudere Nederlander binnenkort nog de deur opendoet voor een onbekende. Dat is ook een effect van misbruik maken van vertrouwen: dat het meteen voor alle onbekenden is verdwenen, dat compassie en medeleven verminderen.

20120715-191128.jpg

Maar ook de verhalen over de zorgverleners zijn niet hoopgevend. Alhoewel de vast thuiszorgster geen enkele blaam treft, geldt dat zeker niet voor de af en toe invallenden. Wat te denken van: “Ik zie bananen liggen. Mag ik er één?” en als die op is “Ik heb honger. Kan ik iets te eten krijgen?”. Dat lijkt mij een vreemde zaak: op je werk komen en dan meteen beginnen met … eten. En dit is geen incident, hoor. Er zijn meer verhalen van mensen die komen helpen en tegelijk ‘echt moeten eten’ of rusten. Een mooie was een dame die “niet zoveel kon doen vandaag omdat het erg laat was geworden”. En dan laten we de verhalen van verdwenen en vernielde spullen maar weg, omdat die rechercheerwerk behoeven.

Gelukkig gaat het, met de vaste medewerker, in 90-95% van de tijd wél goed. En die 5-10% zijn de invallers die er een potje van maken. Een minderheid. Maar wel gedrag dat afstraalt op alle andere collega’s.

Dat is dan ook iets volslagen onbegrijpelijks: de manier waarop wij thuiszorg aanbieden. Hoe je het wendt of keert: voor een specifieke groep is dat werk dat alleen op een enorm hoge basis van vertrouwen kan worden gedaan. In het geval van ‘mensen met een slecht geheugen’ is die vertrouwensrelatie minstens zo belangrijk als die tussen de arts en patiënt. Daarin gaat het ook niet aan om de week een andere (huisarts) te moeten accepteren. We zullen nu eindelijk eens moeten accepteren dat íedere zorgverlener, ongeacht niveau of professie, een belangrijke sociale component in zijn of haar werk heeft.

Maar de weg die de overheid koos voor, in dit geval, de thuiszorg leidde tot het inschakelen van mensen die om heel andere redenen dan ‘zorgen’ werken. Dat is niet eens de kat op het spek binden. Dat kan leiden tot het uitlokken van roofdierengedrag.

20120715-191139.jpg

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s