Zó vanzelfsprekend is dat niet

Eerlijk gezegd heb ik vroeger altijd gedacht iets met mensen te zullen gaan doen. Dat ik graag slim genoeg was geweest en doorzettingsvermogen genoeg had gehad om psychiater te worden, zal niet iedereen verbazen die dit blog langer leest. En zeker de mensen die me – min of meer – in levende lijve kennen. Luisteren naar mensen, naar hun verhalen en hun emoties vind ik nog steeds het allermooist wat er is, zeker als je door werkelijk te luisteren en praten ook nog eens verandering kan bewerkstelligen.

Maar ja, psychiatrie is een specialisme. Je moet dus eerst arts worden. En daarvoor moet je heel veel feiten uit je hoofd leren. Toen ik moest kiezen wat te studeren, dacht ik daarin slecht te zijn: feitjes. Psychologie, sociale psychologie om precies te zijn, viel om een vergelijkbare reden ook af: statistiek, cijfertjes. En dus ben ik het vak van de grote lijnen en de kleine verhalen gaan doen: sociologie. En eerlijk gezegd heb ik daar nooit spijt van gehad. Maar dat knagend gevoel dat er nog iets léukers was, blijft.

Nu ik dit zo opteken – je hebt wel een inkijkje in mijn leven, zeg – denk ik: misschien is mijn huidige zoektocht wel een mooie kans meer te doen met die vaardigheid. Per slot van rekening worden mij keer op keer vaardigheden toegedicht die ik vanzelfsprekend vind, maar die blijkbaar voor anderen helemaal niet zo eenvoudig zijn als ik denk.
Dit dagelijks bloggen gaat me makkelijk af. Het grootste probleem is dat ik mezelf een deadline heb opgelegd die erg onpraktisch is omdat-i samenvalt met van die dingen als avondeten bereiden en verorberen: uiterlijk 20.15/20.30 uur moet de blogpost zijn gepubliceerd. Dat lukt ook wel, want het vinden van een onderwerp ís niet zo moeilijk en het uitschrijven van die waarneming ook niet.

Toch?

Niet voor iedereen, dus.
Een poos terug ben ik geconfronteerd met de opmerking dat “jij onderschat wat je kan omdat je denkt dat het andere mensen net zo makkelijk af gaat als jou”. Ik had daar, eerlijk gezegd, nog nooit bij stilgestaan. Ik kan het me in elk geval niet herinneren. De vaststelling blijkt niet alleen voor mij op te gaan, maar een psychologisch ‘feit’: de keerzijde van het Dunning-Krugereffect.

Dat Dunning-Krugereffect leert ons dat ‘de slechtst presterenden zich (vaak) niet bewust zijn incompetent te zijn, ondanks herhaalde signalen in die richting’. Ik heb pas een citaat aangehaald van de filosoof Bertrand Russell dat dit effect prachtig verwoordt en wat mij betreft dus herhaald mag worden:

One of the painful things about our time is that those who feel certainty are stupid, and those with any imagination and understanding are filled with doubt and indecision.

De keerzijde is echter ook interessant. Dat is de zijde die wordt aangelicht door mensen die je helpen weer positiever naar de werkelijkheid te kijken. Want wat we als mensen dus óók blijken te doen, is ons grandioos verkeerd inschatten als het gaat over kennis en vaardigheden:

It turns out that people with real talent tend to underestimate just how good they are. The root of this bias is that clever people tend to assume other people find things as easy as they do, when actually this is their talent shining through.

Het valse zit ‘m in de introductie van clever. Het maakt blijkbaar uit of slimme mensen zich te bescheiden opstellen of dat domme mensen dat doen, of niet doen. Daarmee is het effect teruggekeerd op de bekende plek: intelligente mensen snáppen niet dat minder intelligente hen (soms) niet kunnen volgen.

Maar desondanks zit er een kern van waarheid in. De afgelopen maanden heb ik werkelijk andersoortige gesprekken gevoerd met mensen: bekenden en wildvreemden. Die gesprekken gingen vaak over ‘gevoelens bij werkloosheid, werk en in sociale netwerken’. Mij viel op dat de baanlozen die ik sprak, vaak empatische mensen zijn die heel genuanceerd oordelen. Op basis daarvan denk ik dat Bertrand Russell het dichtst bij de realiteit komt: er ís een direct verband tussen (ongepaste) zelfverzekerdheid en eeuwige twijfel (of iets echt niet beter kan) en de persoonlijkheid van iemand.

Je moet echt – nog maar eens een keer – naar jezelf kijken en je afvragen wat jíj nu vanzelfsprekend eenvoudig vindt. En je daarna de vraag stellen of dat ook echt zo is. Dat zal je dan vast niet goed lukken. Dus vraag het vooral ook eens iemand die je kent en die je vertrouwt. Het levert bijna gegarandeerd een eye opener, een openbaring(kje) op.
Maar ga er vooral voortaan van uit dat alles wat jij zo eenvoudig vindt, dat niet per sé voor iedereen is. Jouw kracht schuilt in het gewoon vinden.

Mijn conclusie is dat ik veel meer waardering heb voor de empathische twijfelaar, maar ook dat de egocentrische betweter het vaakst aan het langste eind trekt.

Die conclusie maakt me dan wel weer somber.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s