Uniformen aan de Noordzee

Vooraf moet ik bekennen, maar wordt gezegd, geen verstand van kleding, kleur of mode te hebben. Maar ik heb wél ogen en een mening.

Vandaag was ik in Den Haag. En het viel me wéér op: de uniformen. Niet in de letterlijke betekenis van het woord: politiemensen en andere geüniformeerden niet.

Maar wat me zo intrigeert aan Den Haag is het aangekleefde imago van ‘ambtenarenstad’. In de omgeving van het Plein en van de ministeries lijkt dat rond lunchtijd zo te zijn.

Als wordt geforensd, worden de groepen ineens zichtbaar. Den Haag ís geen ambtenarenstad. Overdag, ja. Maar in de trein naar Amsterdam blijken erg veel Haagse ambtenaren te zitten. Hetgeen de vraag oproept welke stád dan ambtenarenstad is: de werk- of de woonstad?

Het idiote is dat ik er de vinger niet achter krijg wat dat beeld van ambtenaren(stad) nu oproept. In eerste instantie zoek je het in uiterlijk: al die ambtenaren gaan op dezelfde manier gekleed. Bij nadere beschouwing lijkt dat minder duidelijk. Als je individuele personen bekijkt, zie je eigenlijk heel gewone, gemiddelde burgers. Niks uniforms. Toch?

Toch wel. Het zit wél in het uiterlijk. Of beter: gedrag. Ambtenaren lopen met ferme pas, vaak met ‘een stuk’ onder de arm. En, vaker met z’n tweeën, of meer, de vergadering die nog komt of net is afgelopen, door te nemen. Dát lijkt hen te karakteriseren.
Wellicht moet ook de gezichtsuitdrukking worden meegenomen: strak en enigszins emotieloos, op het norse af soms. Om nu te zeggen dat er werkplezier vanaf spettert. Nee. Hun werk is duidelijk dermate zwaar, serieus en belangrijk dat de indruk van plezier, van lichtzinnigheid – waarom díe associatie? – niet gewenst is.

Dat neemt niet weg dat er daardoor een aura van uniformiteit ontstaat. Want alhoewel er duidelijke uitbijters zijn, lijkt het gros een niet al te grote bandbreedte te gebruiken. Bij de heren lijken grijs, stemmige kleuren en colberts dan wel kostuums te overheersen. De dames zijn een stuk vrijer, zo lijkt. Maar ook daar heerst etiquette: mantelpakjes en strak gesneden pantalons tekenen de power woman.

Natuurlijk, het is ook wat je wílt zien. En ook dat wat het meest opvalt. Uiteraard zijn er ook ambtenaren die zich niet in deze kleding hijsen en zich er ook niet in herkennen. En het maakt ook allemaal geen bal uit uit voor hoe ze denken.

Alhoewel.

Als het zo is, dat sprake is van groepsdwang dan is het de vraag hoe vér die reikt. Als in een groep afwijkingen niet voorkomen, denkt die groep dan nog kritisch en creatief? Of is kleding, op die heel indirecte wijze, toch een indicatie voor groepsdenken?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s