Blinde dinosauriërs overleven niet

Vandaag heb ik het een aantal keren gehoord. En ik blíjf me erover verbazen: over de effecten van grootte.

Wat ik wil beweren, is dat grote bedrijven ziende blind zijn en het daarom, wat mij betreft, ook niet waard zijn om te worden gered van hun ondergang. De redenen om niet te zien, zijn namelijk geen exogene onheilen, zoals een economische depressie, maar zijn hun eigen instelling en ogen en oren, de medewerkers.
Je moet waarschijnlijk wel een onderscheid maken naar verschillende soorten van ‘groot’. Een industriële maakindustrie ‘groot’ is anders dan een zakelijk-dienstverlenende ‘groot’. Die eerste is meestal nog één organisme, één geheel waarin vele handen werken aan één product of serie. In de zogeheten zakelijke dienstverlening ligt dat anders. Daar is ‘groot’ een grote verzameling losse activiteiten die geen ander gezamenlijk doel hebben dan dat wordt gewerkt aan de winst van het bedrijf.

Van de blindheid van grote (dienstverlenende) bedrijven, hoorde ik vandaag weer voorbeelden. Voorbeelden die feitelijk neerkomen, op het negeren van ontwikkelingen in de samenleving, in de markt omdat ze niet passen. “Omdat ze niet passen”, zo omschrijf ik het nu hier, maar het als dat waar is, is het te gek voor woorden. Want dat impliceert een omgekeerde wereld waarin niet de werkelijkheid bepaalt wat te doen, maar waarin een organisatie die realiteit ondergeschikt maakt aan bedrijfsdoelstellingen.

Het eerste voorbeeld is van een groot zorgverlenend bedrijf. In een gesprek over social media komt dan de zin voorbij die ik heel vaak hoorde in relatie tot grote bedrijven, en overheden: ‘Onze afdeling corporate communicatie bepaalt en bewaakt wat wij op welke manier in de openbaarheid brengen. Die zijn, denk ik zo, niet geïnteresseerd in social media‘.
Op zich móet je ook niets met social media. Als de daarbij horende transparantie niet strookt met jouw eigen gedrag, moet je het vooral niet doen. Iemand die iets verborgen wil houden én de illusie van openheid, die vraagt om moeilijkheden. Dat hebben we feilloos door, dat er iets niet klopt.

Maar wat ik dan weer wel interessant vind, is dat dergelijke grote bedrijven zich gedragen als kleine kinderen.
Toen ik een jaar of veertien was – en vast ook daarna, maar dat ga ik hier niet toegeven – kreeg je nog halfjaarlijks oproepen voor tandartscontrôle. Contrôle! Mijn angst voor de tandarts was in die tijd blijkbaar zo groot dat die oproepen werden onderschept, en genegeerd. Want wat niet is…
Dat verschijnsel is mensen eigen. Als de problemen je boven het hoofd groeien, probeer je ze te negeren. Schuldbemiddelaars hebben voorbeelden te over van mensen met schulden die vuilniszakken met ongeopende rekeningen hebben.

Grote bedrijven sluiten die ogen eigenlijk ook. Want bijvoorbeeld door social media te negeren, laat je die niet verdwijnen. Sterker, de zorginstelling beheerst(e) wellicht wel de communicatie op institutioneel niveau, met de kranten, de collega-instellingen en ander formele lichamen, maar niet hun afzonderlijke patiënten. In die situatie is een organisatie ook absoluut níet voorbereid op die ene gelegenheid waarin iemand een jou onwelgevallige boodschap tweet aan honderden, duizenden, honderdduizenden anderen. Want dat is geen bedrijfscommunicatie, dat is persoonlijke communicatie. Dat kán een tevreden klant zijn die zich lovend uit. Maar het kan ook een ontevreden klant zijn die – bewust of onbewust – schade tracht te berokkenen.

Maar de grootte van de organisatie is zodanig dat die kleine individuele klant niet meer wordt gezien.

Een paar uur eerder liep ik tegen een vergelijkbaar voorbeeld van grootte-blindheid aan: grote bedrijven gunnen opdrachten makkelijker aan andere grote bedrijven dan aan kleine (zelfstandigen).
In de pers verschenen de afgelopen maanden berichten over bijvoorbeeld gemeenten die té weinig opdrachten gunnen aan ZZPers. Daarmee sluiten die overheden hun economische ontwikkeling af van het noodzakelijk vers bloed. Innovatie, dat is nu toch echt wel bewézen, komt níet voort uit eigen organisaties, maar vereist ondermeer idealistische, maar vooral flexibele en slagvaardige ondernemers. In het kort: een sector kan zichzelf niet innoveren, dat zal van buitenaf gebeuren.

Het zal mij de komende jaren benieuwen: welke bedrijven gaan overleven? Ik voorzie toch echt wel een verschuiving van ‘groter dan 50 medewerkers’ naar ‘zzp-ers in ad hoc allianties’. Niet overal en niet tegelijk, maar dat wordt wel de beweging. Blinde dinosauriërs maken weinig kans op overleven.

Jammer genoeg zullen al die grote bedrijven in hun doodsstrijd nog onverhoedse stuiptrekkingen vertonen en veel slachtoffers gaan maken.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s