De uitdaging van de oneindig vele schakeringen

Vandaag heb ik een eindje gefietst. En omdat het mooi weer was – én moederdag maar daar doe ik niet aan – was de bestemming Wassenaar, waar mijn moeder woont. Vanuit Leiden, waar ik woon, moet je dan dus de stad uit.

En dat is nu net het vreemde.

Want hoewel we in de Randstad wonen, ervaar je het als ‘de stad uit’. Ik heb een foto gemaakt van da beeld als je je na een paar honderd meter omdraait. Een linie woningen, met als een generaal voor zijn troepen de Stadsmolen, en daarvoor weiland, het platte land. Een niet helemaal rechte horizon en een scherpe scheiding van stad en land.

20120513-163837.jpg

Waar ik dan weer níet uitkom, is de vraag waar die grens dan precies ligt. Waar eindigt stad en begint land? En nee, niet de bestuurlijke grens, of de kadastrale, want dat zijn geconstrueerde. Bestáát er wel zoiets als zo’n grens?

In de natuurkunde heb je iets moois: de fase-overgang. Dat is het proces waarin een stof van de ene toestand in de andere overgaat. Water wordt ijs, water wordt stoom.
Ook erg mooi: het Coriolis-effect. Heel kort: alles dat zonder wrijving met het aardoppervlak beweegt, buigt af (doordat de aarde ‘eronderdoor’ beweegt). Bekendste voorbeeld is waarschijnlijk het water dat uit een badkuip wegloopt. Op het noordelijk halfrond kolkt het linksom draaiend weg, op het zuidelijk rechtsom (en ja, hoe dat precies zat, moest ik echt opzoeken).

Die twee fenomenen schoten me te binnen toen ik die foto nam. Want in beide gevallen doet zich de vraag voor waar de grens precíes ligt: wanneer is water ijs geworden? En is de plek waar het Coriolis-effect niet zichtbaar is – de evenaar – echt te vinden, of zuiver theoretisch?
Wat is eigenlijk het moment waarop je ‘stad’ verlaat en ‘land’ binnengaat?
Een erg mooie uit de filosofie, en ook toepasbaar op dit probleem vind ik, zijn de redeneringen die Zeno geeft als bewijs voor de onbetrouwbaarheid van ‘waarnemen’ en het begrip tijd. Vooral Achilles en de schildpad zetten aan tot denken over waar grenzen precíes liggen. In elk geval míj.

“Verdeelt men de tijd die een pijl nodig heeft om een bepaalde baan af te leggen in de kleinst mogelijke stukjes, dan zal men merken dat de pijl op elk van die afzonderlijke stukjes stil staat. De snelheid van de pijl is op die stukjes dus 0. Maar als men dan vervolgens al die snelheden bij elkaar optelt, dan blíjft de snelheid 0, want 0 + 0 + 0 etc. = 0! Dus de pijl beweegt helemaal niet.
Evenzo slaagt Achilles er niet in een schildpad die met een zekere voorsprong start in te halen in een hardloopwedstrijd, hoe dicht hij deze ook nadert. Stel, dat de schildpad een voorsprong van 10 km heeft, en dat Achilles met een snelheid van 10 km per uur loopt, terwijl de schildpad zich met een snelheid van 1 km per uur voortbeweegt. Na een uur heeft Achilles de voorsprong van 10 km weggewerkt, maar de schildpad is inmiddels 1 km verder. Na 1,1 uur heeft Achilles ook deze ene kilometer ingehaald, maar de schildpad heeft in die tijd weer 0,1 km afgelegd. Na 1,11 uur heeft Achilles dat ook gedaan, maar de schildpad zit in die tijd niet helemaal stil: hij is weer 0,01 km verder. Zo blijft de schildpad voortdurend op Achilles voorliggen, hoe klein de afstand tussen beide ook wordt. Op de tegenwerping dat men toch kan zien dat Achilles de schildpad inhaalt, antwoordt Zeno, dat dat nu juist het punt is waar het om gaat: men kan zijn zintuigen niet vertrouwen! Wie bij zijn verstand te rade gaat, móet wel concluderen, dat de zintuigen misleiden!”

(bron)

Het waarschijnlijkst is dat zo’n moment niet te bepalen is, anders dan met behulp van afspraken. Dat is iets wat we niet licht mogen vergeten. Dat veel van wat wij als ‘empirische werkelijkheid’ zien, in de werkelijke werkelijkheid níet bestaan en niets anders dan afspraken zijn.

In theorie is er een overgangsmoment tussen stad en land. Maar in werkelijkheid gaat dat vloeiend. De woningen me hun tuinen zijn duidelijk stad. Het weiland met de boschages zijn duidelijk land. Het gebied daartussen is de overgangszône, met fietspas, sloot en minder en meer gecultiveerde groen. En de molen die twijfelt.

De ellende ontstaat als we die constructen van ons, (té) serieus gaan nemen. Als we vergeten dat, omdat onze computers nog niet konden omgaan met fuzzy logic, we de wereld indeelden in dichotomieën: ja/nee. Dat we dat indertijd dus deden als zwaktebod, omdat we nog niet beter kónden. En als we vergeten dat de wereld in het echt voor het grotendeels bestaat uit ‘wellicht’, ‘misschien’, ‘ongeveer’, ‘ja, maar’ en ‘nee, mits’. Dat de wereld niet zwart/wit is, maar bestaat uit oneindig veel schakeringen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s